Kwaliteit

Goede kinderopvang heeft een positief effect op de ontwikkeling van een kind. Steeds meer onderzoeken bewijzen dit. In een veilige, plezierige en vertrouwde omgeving komt een kind tot bloei. Hoe de kinderopvang precies wordt ingevuld, mag iedere organisatie zelf bepalen. De wet schrijft echter wel een aantal regels, veiligheids- en kwaliteitseisen voor.

Kwaliteit.png
Kwaliteit.png

Uitspraak: kwaliteit valt op wendag tegen

Toen de consument ter gelegenheid van een ‘wendag’ met haar zoon op de kinderopvang aanwezig was, heeft ze verbijsterd aangezien hoe een van de leidsters met een ander aanwezig kindje omging.

Het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen

Alle kinderopvangcentra moeten geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Als een kinderopvangcentrum daarin niet geregistreerd is, heeft het ook geen vergunning. De ouder van een kind, dat bij een niet geregistreerd centrum wordt opgevangen, komt dan ook niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag (zie ook: geldzaken).

Inspectie Kinderopvang

De Gemeente geeft opdracht aan de Inspecteur Kinderopvang om de kwaliteit van kinderopvangorganisaties te controleren.

Als een kinderopvangorganisatie is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP), onderzoekt de Inspecteur Kinderopvang van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) of de kinderopvanglocatie aan de landelijke kwaliteitseisen voldoet. Elk kinderdagverblijf, iedere peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang wordt door de Inspecteur Kinderopvang van de GGD gecontroleerd. Datzelfde geldt voor de gastouderbureaus en enkele gastouders. 

Het toezicht op een kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang is voor het overgrote deel onaangekondigd. Dit toezicht is risicogestuurd en betekent dat de intensiteit en de frequentie van het onderzoek kan variëren. Elke kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang wordt volgens de wettelijke eisen jaarlijks onderzocht.

Bij gastouderopvang vinden de inspectiebezoeken vaker aangekondigd plaats. Na registratie en de volledige inspectie van een gastoudervoorziening is het toezicht op de gastouderopvang gebaseerd op een steekproef van minimaal 5% van de voorzieningen. Echter sommige gemeenten geven opdracht voor een uitgebreidere steekproef.

De GGD-inspecteur toetst of de locatie voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen en regelgeving die gelden voor kinderopvangorganisaties en peuterspeelzalen. De inspecteur controleert of de houder verantwoorde kinderopvang biedt in een veilige en gezonde omgeving. De inspectie onderzoekt onder andere:

  • Het beleid veiligheid en gezondheid (en het handelen van de beroepskrachten in de praktijk).
  • Pedagogisch beleidsplan. In het beleidsplan staat de visie van de opvanglocatie op de opvoeding en ontwikkeling en omgang met kinderen. Lees meer over het pedagogisch beleid.
  • Pedagogische praktijk. Hoe in de praktijk uitvoering wordt gegeven aan het pedagogisch beleidsplan. Om de pedagogische praktijk te toetsen maakt de inspecteur gebruik van het Veldinstrument Pedagogische Praktijk, ontwikkeld door het Nederlands Jeugdinstituut (Nji).
  • Beroepskracht-kindratio. De beroepskracht-kindratio is de verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in de kinderopvangorganisatie. Lees meer hierover bij personeel.
  • Groepsgrootte
  • Beroepskwalificaties. De opleiding en deskundigheid van het personeel.
  • Verklaringen omtrent gedrag (VOG). Met een VOG toont iemand aan dat hij geen strafbare feiten heeft gepleegd. Voor medewerkers in de kinderopvang en gastouders is de VOG verplicht.
  • Omgangstaal (in principe Nederlands).
  • Betrokkenheid en inspraak van de ouders.
  • Klachtenregeling - afhandeling van klachten. 

Presteert het kindercentrum, gastouderopvanglocatie of peuterspeelzaal minder goed of slecht op het gebied van kwaliteit? Dan onderzoekt de GGD de locatie intensiever en uitgebreider. In het meest ongunstige scenario kan een gemeente ervoor kiezen een kinderopvang te sluiten.

Inspectierapport

Op basis van de inspectie schrijft de inspecteur van de GGD een beoordelingsrapport.

Hierin wordt aangegeven of de kinderopvanglocatie aan de minimale wettelijke kwaliteitseisen voldoet. Op basis van dit inspectierapport wordt een advies aan de gemeente gegeven. Voldoet een kinderopvang niet aan de kwaliteitseisen, dan kan de gemeente handhavend optreden.

Het inspectierapport is openbaar. Kinderopvanglocaties zijn verplicht om deze rapportages op de eigen website plaatsen of ter inzage te leggen op een plaats waar ouders en personeel de beoordeling kunnen inzien. De rapporten zijn ook te bekijken via het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen

Eerdere geschiluitspraken over Kwaliteit

“Kinderopvangorganisaties horen graag wat ze fout doen. Dat maakt ze beter.”
  • LANDELIJK LOKET KLACHTEN EN GESCHILLEN VOOR KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN

  • Disclaimer
  • Privacy
Terug naar boven