Commissie: kinderopvang
Categorie: Communicatie
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1316564/1324870
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De zaak gaat over een ouder die klaagt dat haar kinderen tijdens een activiteit van de buitenschoolse opvang (BSO) meelwormen hebben gegeten zonder dat zij hiervan op de hoogte was of toestemming had gegeven. Dit is volgens haar in strijd met haar religieuze overtuiging en persoonlijke keuzes. De ouder vindt dat de opvang haar zorgplicht en communicatieplicht heeft geschonden. Ook wijst zij op een eerder incident waarbij haar kind voedsel kreeg dat niet was toegestaan volgens haar wensen. De opvangorganisatie stelt dat zij alleen wist dat de kinderen halal eten en dat het niet duidelijk was dat meelwormen daar niet onder vallen. Volgens de organisatie was er geen opzet en zijn er na het incident maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. De commissie oordeelt dat het aanbieden van meelwormen tijdens een speciale activiteit niet automatisch betekent dat de zorgplicht is geschonden. Wel vindt de commissie dat de communicatie van de opvang onvoldoende en onzorgvuldig was. Ouders zijn niet goed geïnformeerd over de inhoud van de activiteit en er was intern ook te weinig afstemming, waardoor geen rekening kon worden gehouden met specifieke wensen van ouders. Op dit punt krijgt de ouder gelijk. Andere klachten, zoals over de afhandeling van de klacht en het verzoek om schadevergoeding, worden afgewezen omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd. De commissie verklaart de klacht daarom gedeeltelijk gegrond en bepaalt dat de opvang het klachtengeld van € 25 moet terugbetalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft het aanbieden van meelwormen aan kinderen tijdens uitje kinderopvang zonder oudertoestemming en de communicatie hierover.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De kinderen van de consument (dochter [naam] van 8 jaar en zoon [naam] van 4 jaar oud) namen op 13 oktober 2025 deel aan een activiteit ‘Freek Vonk’ van de buitenschoolse opvang (BSO) van de ondernemer. Na afloop vertelden de kinderen haar dat ze tijdens deze activiteit meelwormen aangeboden hebben gekregen en deze ook daadwerkelijk hebben geproefd/gegeten. De consument was hier vooraf niet over geïnformeerd, laat staan dat haar toestemming hiervoor is gevraagd. De consument wist niet dat de kinderen tijdens het uitje (dierlijke) producten zouden worden aangeboden. Voor deelname aan een dergelijke specifieke activiteit had toestemming aan ouders gevraagd moeten worden. Het eten van meelwormen is binnen de religie van de consument uitdrukkelijk niet toegestaan, waardoor dit incident voor haar en haar kinderen een pijnlijk en grensoverschrijdend karakter heeft. Ook buiten religieuze redenen eten de consument en haar gezin geen insecten, omdat zij dit omstreden en onsmakelijk vindt.
Het incident met de meelwormen is overigens niet het eerste voedselincident. Ondanks dat de consument duidelijk heeft aangegeven, al bij de inschrijving van haar kinderen, dat aan haar kinderen geen vleeswaren mogen worden aangeboden, is haar zoon in oktober 2022 tijdens een maaltijd champignonsoep met ham gegeven. De momenten dat haar kinderen van babyopvang overgingen naar de peuteropvang en op de momenten dat zij vervolgens van de peuteropvang overgingen naar de BSO, is op de opvangformulieren aangegeven dat de kinderen geen vleeswaren mag worden gegeven. Geen sprake is van een jaarlijks gesprek tussen ouder en de ondernemer, zoals de ondernemer suggereert, waarvan de consument gebruik kan maken om belangrijke zaken als omstreden voedingswaren en bijzonderheden met betrekking tot de kinderen te bespreken.
De consument heeft haar zorgen over het aanbieden van meelwormen aan haar kinderen direct kenbaar gemaakt bij de betrokken medewerkers en leidinggevenden. De ondernemer heeft rondom de organisatie van en met deze activiteit gehandeld in strijd met de plicht tot zorgvuldige communicatie en oudertoestemming, het beginsel van respect voor levensbeschouwelijke en religieuze overtuigingen en met de algemene zorgplicht omtrent het aanbieden van voeding en activiteiten aan kinderen. De consument hecht grote waarde aan een veilige, respectvolle en transparante opvangomgeving voor haar kinderen, waarin ook rekening wordt gehouden met religieuze en persoonlijke overtuigingen en vraagt de commissie deze zaak zorgvuldig te beoordelen.
De consument verzoekt de commissie daarom om:
1. Te beoordelen of de ondernemer in deze kwestie tekort is geschoten in haar zorgplicht en
communicatieverplichting richting ouders;
2. Te oordelen over de wijze waarop de ondernemer de klacht heeft afgehandeld en te beoordelen of de geboden oplossing als voldoende objectief, structureel en zorgvuldig kan worden beschouwd;
3. Een passende compensatie toe te kennen voor de door de consument en haar kinderen ervaren emotionele schade en aantasting van vertrouwen, als erkenning van de ernst van dit incident;
4. De kosten van de geschillencommissie door de ondernemer te laten vergoeden;
5. Aanbevelingen te doen aan de ondernemer omtrent beleid, communicatie en ouderparticipatie om herhaling te voorkomen. Een professionele opvangorganisatie behoort beleid te voeren dat vooraf duidelijke communicatie en toestemming van ouders waarborgt bij het aanbieden van voeding of activiteiten met morele, religieuze of gezondheidsgevoeligheden.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern heeft de ondernemer als volgt op de klachtpunten van de consument gereageerd.
Incident meelwormen en communicatie
Bij de intake heeft de consument aangegeven dat haar kinderen uitsluitend ‘halal’ mogen eten en drinken, hetgeen door de ondernemer als bijzonderheid is vastgelegd. Halal verwijst naar voeding die volgens islamitische voorschriften is toegestaan; producten die daar niet aan voldoen, worden verboden beschouwd, zoals varkensvlees. De ondernemer houdt hier rekening mee. Binnen de islam bestaat echter geen eenduidige, algemeen geldende regel over de consumptie van insecten. Hierover zijn uiteenlopende opinies met als gevolg dat de religieuze praktijk per moslimgezin kan verschillen en het geen vaststaand gegeven is dat meelwormen ‘niet halal’ zijn. Voor een kinderopvangorganisatie is het dan ook niet redelijkerwijs voorspelbaar om zonder specifieke, vooraf door ouders gemelde dieet of geloofsrestrictie standaard aan te nemen dat meelwormen voor alle moslimkinderen verboden zijn.
Nu de ondernemer geen kennis had van de individuele keuze van de consument op dit punt, zijn aan de kinderen van de consument meelwormen aangeboden. De ondernemer onderkent het belang van heldere communicatie hieromtrent met de ouders en zal werken aan deze heldere communicatie en het zorgvuldig borgen van voedingswensen en ‑restricties, zodat kinderen kunnen deelnemen aan activiteiten binnen de kaders die ouders met de ondernemer afspreken. Kortom, op grond van het voorgaande was het voor de ondernemer onvoldoende duidelijk dat de kinderen van de consument geen meelwormen aangeboden mochten krijgen en zal de ondernemer werken aan heldere communicatie.
Klachtafhandeling
Wat betreft de klacht over ondermaatse klachtafhandeling, voert de ondernemer het volgende verweer. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.57b van de Wet Kinderopvang beschikt de ondernemer over een
interne regeling voor de afhandeling van klachten van ouders, die gepubliceerd staat op de website en aan de eisen van de wet voldoet. De consument heeft er niet voor gekozen om de voorgeschreven klachtenregeling te volgen, maar heeft haar klacht op 14 oktober 2025 rechtstreeks per e-mail bij de vestigingsmanager ingediend, die haar dezelfde dag op de klachtenregeling heeft gewezen. De vestigingsmanager heeft op 22 en 29 oktober 2025 inhoudelijk gereageerd op haar klacht en daarmee is de klacht analoog aan en in de geest van de interne klachtenregeling behandeld. De afhandeling van de klacht heeft zorgvuldig, tijdig en serieus plaatsgevonden.
Passende compensatie
In verband met het verzoek om een passende compensatie voor de emotionele schade die bij de consument en haar kinderen is aangericht door de gebeurtenis met de meelwormen, verweert de ondernemer zich als volgt. De ondernemer betwist geenszins dat de consument en haar kinderen het eten van meelwormen als pijnlijk hebben ervaren. Echter er bestaat geen aanleiding voor de toekenning van een compensatie als erkenning van de ernst van de gebeurtenis, in welke vorm dan ook, omdat er sprake zou zijn van emotionele schade en aantasting van vertrouwen. De ondernemer had immers geen kennis van de individuele keuze van de consument dat haar kinderen geen insecten c.q. meelwormen mochten eten. Daarbij is de ernst van de gebeurtenis al erkend en zijn maatregelen getroffen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Ook heeft de ondernemer getracht met de consument om vóór de zitting samen tot een oplossing van het conflict te komen, echter de consument was pas op 13 februari 2026 beschikbaar voor een gesprek en dat was te kort voor de zitting. Om die reden heeft de ondernemer alsnog, en daarmee laat, een verweerschrift ingediend.
Aanbevelingen
Tenslotte is het niet aan de commissie om aanbevelingen te doen over beleid en de communicatie door de ondernemer, nu gemeenten de wettelijke opdracht hebben om door de GGD toezicht te laten uitvoeren en te handhaven waar nodig. Uit het openbaar GGD-inspectierapport blijkt de locatie waar de kinderen van de consument worden opgevangen aan alle bij wet- en regelgeving gestelde kwaliteitseisen voldoet.
De klachten van de consument dienen ongegrond te worden verklaard en afgewezen.
Beoordeling van het geschil
Feiten
De ondernemer biedt BSO aan met een visie gericht op het vergroten van zelfvertrouwen van de kinderen, waarbij ruimte wordt geboden aan de kinderen om hun eigen talenten en interesses te ontdekken. De focus ligt op het bieden van een uitdagende, veilige omgeving waar de kinderen zelf inspraak hebben in activiteiten en “buiten de lijntjes mogen kleuren”. De kinderen krijgen hiervoor gevarieerde activiteiten aangeboden die aansluiten bij hun ontwikkeling. Deze activiteiten worden op de locatie of centraal vanuit Team Activiteiten van de ondernemer ontwikkeld en/of georganiseerd.
De opvang van de ondernemer is toegankelijk voor alle kinderen, de ondernemer runt een neutrale organisatie en ouders behouden de keuzevrijheid rondom voeding en religie. De ondernemer heeft een pedagogisch beleid ten aanzien van voeding, waarop ouders via de oudercommissie inspraak hebben en toezicht vindt plaats via de GGD. De ondernemer beschikt over een protocol Voeding dat van toepassing is op het eten en drinken dat door de kinderen tijdens de opvang wordt genuttigd. Dit protocol sluit aan bij de richtlijnen van het Voedingscentrum, bevat duidelijke regels over eetmomenten, hygiëne en voedselveiligheid, het voedingsaanbod per leeftijdsgroep, traktaties, de rollen van medewerkers en beschrijft hoe er wordt omgegaan met allergieën, intoleranties, medische diëten en religieuze of culturele voedingsvoorschriften.
Partijen hebben opvangovereenkomsten gesloten voor de buitenschoolse opvang voor de dochter en zoon van de consument op de maandagen, dinsdagen en donderdagen op de locatie aan de [straatnaam] te [plaatsnaam]. Op deze overeenkomsten zijn de branchevoorwaarden (Algemene voorwaarden voor Kinderopvang, Dagopvang en Buitenschoolse opvang, BMK versie 2025), leveringsvoorwaarden en het huisreglement van toepassing.
De Algemene voorwaarden bepalen in artikel 8 lid 3 dat in het kader van de verplichtingen van de ondernemer dat de ondernemer rekening houdt met de individuele wensen van de ouder voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is.
In het huisreglement staat – voor zover hier van belang – dat voeding en verzorging plaatsvindt volgens het protocol Voeding (artikel 9).
Bij de intake van de kinderen van de consument is ten aanzien van de beide kinderen als bijzonderheid op het intakeformulier vermeld dat ze alleen halal voedsel mogen eten en drinken. Dit is door de ondernemer voor beide kinderen als zodanig vastgelegd. De consument heeft in dit kader aangegeven dat voor beide kinderen heeft te gelden dat zij ‘geen vleeswaren’ mogen nuttigen op de opvang.
Door het Team Activiteiten van de ondernemer is op 13 oktober 2025 een Freek Vonk-activiteit georganiseerd, waaraan de kinderen van de consument hebben deelgenomen. De kinderen konden meedoen aan diverse Freek Vonk gerelateerde spelletjes en als het ware even Freek Vonk zijn. Onderdeel bij deze activiteit was het maken van een fruit lolly met een speciale meelwormendip. De workshopleider heeft vooraf de kinderen naar voedingsallergieën, intoleranties en dergelijke gevraagd, waarbij door de kinderen van de consument niet is aangegeven dat zij vanuit hun geloof geen meelwormen mogen eten. Nu niet duidelijk was dat zij geen meelwormen mochten eten, hebben zij tijdens de activiteit meelwormen geproefd.
De consument heeft een klacht over het aanbieden van de meelwormen ingediend bij de vestigingsmanager, die de klacht met het Team Activiteiten heeft besproken. Het team heeft erkend er niet van op de hoogte te zijn dat het eten van meelwormen binnen bepaalde religies niet is toegestaan. Hiervoor zijn excuses aan de consument aangeboden en op 22 oktober 2025 zijn de pedagogisch medewerkers geïnformeerd over het incident, teneinde herhaling te voorkomen. De consument is hierover ingelicht.
Beoordeling
De commissie heeft de klacht van de consument onderverdeeld in twee hoofdklachten, te weten:
– tekortschieten in de zorgplicht vanwege het meelwormenincident van 13 oktober 2025 en
– schending van de communicatieverplichting jegens de consument bezien in het licht van dit incident, maar ook de communicatie in breder perspectief naar ouders toe.
De commissie dient ter beoordeling van deze klachten vast te stellen of de ondernemer is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen die uit de opvangovereenkomst voortvloeien. Van belang hierin is wat tussen partijen is overeengekomen en welke verplichtingen op de ondernemer rusten in het kader van het zorgplichtprotocol voor Voeding.
De zorgplicht van de ondernemer houdt in dat uitvoering wordt gegeven aan het protocol Voeding, waarin wordt beschreven welke (verantwoorde) voeding de kinderen tijdens de opvangdagen aangeboden krijgen.
Voor de commissie staat vast dat de meelwormen zijn aangeboden enkel in een ‘Freek Vonk’ activiteit, een activiteit die als een ontdekkingstocht wordt bestempeld, gericht op het avontuurlijk leren over de natuur, waarbij dieren vaak een prominente rol spelen. Het gaat de commissie in dat kader te ver om het aanbieden van een enkele meelworm tijdens een externe activiteit tot een schending van de zorgplicht te bestempelen.
De ondernemer draagt naar haar oordeel wel de verantwoordelijkheid voor de activiteiten die door het Team Activiteiten wordt georganiseerd, dan wel worden uitbesteed, ook al kennen noch de medewerkers van de BSO noch de vestigingsmanager de inhoud van de activiteiten, zoals van de zijde van de ondernemer ter zitting naar voren is gebracht. Daarom geldt het naar het oordeel van de commissie in het kader van bijzondere activiteiten des temeer het belang van goede communicatie binnen de organisatie van de ondernemer, tussen de consument en de ondernemer en van de ondernemer naar alle ouders toe. De commissie oordeelt dat het hieraan heeft geschort. Ter zitting is duidelijk naar voren gekomen dat het activiteitenaanbod van de ondernemer, naast dat het voor de medewerkers niet steeds duidelijk is, niet helder met de ouders wordt gecommuniceerd. Het aanbieden van een activiteit met een enkel woord op een mededelingenbord bij de ingang van de BSO-groep getuigt van onvoldoende communicatie en informatie naar de ouders toe.
Dat de locatiemanager van de opvanglocatie niet structureel en adequaat, althans zo is het de commissie ter zitting gebleken, door het Team Activiteiten op de hoogte wordt gesteld van de inhoud van de door het team georganiseerde en uitbestede activiteiten, kan tot ongewenste situaties leiden, nu zij wel de verantwoordelijkheid draagt voor de kinderen op de dagen dat ze aanwezig zijn en aan deze bijzondere activiteiten deelnemen. Dat klemt temeer nu zij juist vanwege deze verantwoordelijkheid, naast de ouders, inzicht dient te verkrijgen in de betreffende activiteit, teneinde te kunnen bewaken dat bijzondere met de ouders gemaakte afspraken worden nagekomen en de betreffende activiteit niet tegen deze afspraken ingaat, zoals in het geval van de consument de afspraak aangaande halal vlees.
Concluderend is de commissie van oordeel dat door de ondernemer de zorgplicht niet is geschonden, maar de communicatie door de ondernemer naar de consument toe onvoldoende en onzorgvuldig is geweest. De commissie acht de klacht voor zover ten dele gegrond.
Overige klachtpunten
Met betrekking tot de overige klachten: de klachtafhandeling, het verzoek om passende compensatie, kostenvergoeding en de vraag om aanbevelingen aan de ondernemer te doen, oordeelt de commissie als volgt.
Het is voor de commissie onvoldoende vast komen te staan dat de interne klachtbehandeling door de ondernemer niet goed is doorlopen. Aanvankelijk is weliswaar niet de voorgeschreven weg bewandeld, maar uiteindelijk heeft de ondernemer de ingediende klacht inhoudelijk behandeld. De commissie heeft in het dossier geen aanknopingspunten gevonden die haar conclusie anders doen luiden.
De consument heeft een vergoeding gevraagd voor de schade die zij en haar gezin hebben geleden in het kader van het meelwormincident. De consument heeft de (emotionele) schade weliswaar toegelicht, maar een onderbouwing voor een tegemoetkoming ontbreekt, zodat haar vordering zal worden afgewezen.
In het kader van de gevraagde aanbevelingen overweegt de commissie het volgende. In beginsel komt aan de ondernemer de vrijheid toe om haar eigen beleid te voeren en te bepalen op welke wijze zij haar doel wil bereiken. Het doen van aanbevelingen op de beleidsvoering van de ondernemer valt derhalve buiten het werkterrein van de commissie. De commissie dient die beleidsvrijheid van de ondernemer te respecteren.
Hetgeen partijen voor het overige naar voren hebben gebracht, doet het oordeel van de commissie niet anders luiden.
Omdat de klacht ten dele gegrond is zal de commissie wel bepalen dat de ondernemer het klachtengeld aan de consument dient te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de consument aangaande de gebrekkige communicatie gegrond;
– verklaart de overige klachten ongegrond;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,- aan de consument dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld;
– wijst het meer of anders verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. W. Bruins, voorzitter, de heer Y. Dragstra, de heer drs. H. Grachten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris, op 16 februari 2026.