Commissie: kinderopvang
Categorie: tarieven
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1313018/1323158
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft in hoofdzaak het verhogen van het tarief van bureaukosten.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit standpunt op het volgende neer.
De klacht van de consument handelt in hoofdzaak over een grote tariefsverhoging van de bureaukosten die de ondernemer doorvoert en de wijze waarop dit gebeurt. De verhoging betreft € 0,30 per afgenomen opvanguur, hetgeen voor de consument een verhoging betekent van alleen al 26% aan bureaukosten voor haar oudste kindje, wat met de opvang van haar tweede kindje door de gastouder nog verder op gaat lopen.
De hoogte van de prijswijziging is onacceptabel, verwarrend en is voorts onvoldoende onderbouwd. Er heeft geen ouderraadpleging plaatsgevonden, een oudercommissie ontbreekt, zodat geen advies aan ouders is gevraagd alvorens de wijziging is doorgevoerd. Het bericht over de tariefswijzigingen is bovendien op een ongelukkig moment, vlak voor de schoolvakantie, verstuurd en strookt bovendien niet met het moment van wijziging dat de algemene voorwaarden voorschrijven.
De consument verzoekt de commissie daarom om de nieuwe wijze van declaratie van bureaukosten en de hoogte van de tariefswijziging terug te draaien, de ingangsdatum van de tariefsverhoging later in te laten gaan en de hoogte te laten bepalen door inflatie en de CAO kinderopvang. Daarbij verlangt de consument dat de ondernemer een oudercommissie opricht, dan wel het adviesrecht van de ouders respecteert en ouderraadpleging toepast.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt neer op het volgende.
Het bureau van de ondernemer vervult een maatschappelijke rol door vraagouders en gastouders zorgvuldig aan elkaar te bemiddelen en hen te ondersteunen bij alle wettelijke, administratieve en pedagogische verplichtingen. De bureaukosten vormen voor het bureau de enige vorm van inkomsten. Vanwege structureel gewijzigde omstandigheden binnen de bedrijfsvoering, heeft de ondernemer buiten de reguliere jaarlijkse mogelijkheid voor tariefsaanpassing een wijziging doorgevoerd in de bureaukosten. De algemene voorwaarden sluiten een dergelijke niet-reguliere tariefsverhoging niet uit indien daartoe aanleiding bestaat.
Vanwege ingrijpende veranderingen de afgelopen jaren in de praktijk van de gastouderopvang en structurele kostenstijgingen door hogere personeelskosten, toenemende administratieve verplichtingen, investeringen in automatisering en strengere eisen vanuit wet- en regelgeving, heeft de ondernemer daarom na bijna 28 jaar voor het eerst besloten het bureaukostentarief te wijzigingen.
De wijziging heeft zorgvuldig plaatsgevonden, tijdig – op 22 juli 2025 aangekondigd en pas vanaf oktober 2025 gefactureerd – en is door de ondernemer helder gemotiveerd en toegelicht. De ondernemer heeft zich gedurende het traject laten begeleiden door Stichting Ondernemersklankbord en heeft gezocht naar een tariefswijziging met zo min mogelijk impact voor de ouders, waarbij de totale kosten voor de ouders ruim onder de het door de overheid vastgestelde maximum uurtarief voor kinderopvangtoeslag blijven. Dat de aankondiging van de wijziging vlak voor de zomervakantie heeft plaatsgevonden komt doordat het voorbereidingstraject toen was afgerond en er noodzaak bestond om per september het aangepaste model te gaan hanteren.
De consument meldt in haar klachtomschrijving dat het in onderhavige kwestie gaat om een tariefsverhoging van circa 26%, maar dat is niet juist. De consument baseert de verhoging van de opvangkosten enkel op de bureaukosten, maar zij dient naar de volledige maandelijkse opvangkosten te kijken. In dat laatste geval behelst de verhoging, dus inclusief de gastoudervergoeding, niet 26% maar circa 4%. De bureaukosten worden door de consument onterecht als een losse kostenpost beschouwd, echter de dienstverlening van het bureau en de opvang zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder bemiddeling, begeleiding, administratie, toezicht en naleving van wet- en regelgeving door het bureau kan geen opvang plaatsvinden. Er is geen sprake van willekeur maar van noodzaak om de bureaukosten te wijzigen, immers zonder toereikende kostendekking is het op termijn onhoudbaar om de continuïteit van de dienstverlening te kunnen waarborgen.
De ondernemer acht het voorts van groot belang te benadrukken dat zij er alles aan heeft gedaan om een oudercommissie te vormen, maar dat daar bij de ouders onvoldoende animo voor bestond. Om die reden heeft de ondernemer in overeenstemming met het college van B&W van de gemeente vervolgens gekozen voor alternatieve ouderraadpleging (AOR) met een inspanningsverplichting om voldoende draagvlak te creëren, teneinde alsnog te komen tot het instellen van een oudercommissie. Dat moment is inmiddels nabij.
Tenslotte betwist de ondernemer uitdrukkelijk dat vanuit haar organisatie gedreigd is de dochter van de consument de toegang tot de gastouderopvang te ontzeggen. De ondernemer heeft steeds binnen de contractuele kaders gehandeld en de opvang niet als pressiemiddel ingezet.
De ondernemer vat haar standpunt samen door te benadrukken dat zij, binnen de grenzen van redelijkheid aan haar verplichtingen, zorgvuldig heeft gehandeld en zo gekomen is tot een tariefswijziging, die voldoet aan een zorgvuldige afweging tussen betaalbaarheid voor de ouders en de continuïteit van de dienstverlening door de ondernemer.
De ondernemer verzoekt de commissie dan ook de klacht van de consument ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
Algemeen
Partijen zijn een kinderopvangovereenkomst voor onbepaalde tijd overeengekomen op 15 december 2022. De overeenkomst heeft betrekking op de opvang van de oudste dochter van de consument en is aangevangen op 2 januari 2023. In de overeenkomst is een maandelijks bedrag opgenomen van € 104,- aan bemiddelingskosten en € 5,60 per uur aan directe opvangkosten.
Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing. Specifiek van belang in onderhavig geschil is artikel 7 lid 1,2 en 8 van deze voorwaarden.
Artikel 7 – Tarieven en Tariefswijzigingen
1. Voor elk krachtens een overeenkomst geplaatst kind via [naam gastouderbureau] is de Vraagouder aan het [naam gastouderbureau] de overeengekomen kosten per kind verschuldigd. Deze kosten aan het gastouderbureau staan vast en worden met [naam gastouderbureau] overeengekomen.
2. De Vraagouder is aan de Gastouder een tarief per uur verschuldigd voor de opvang als zodanig. [naam gastouderbureau] verstrekt richtlijnen over de hoogte van de beloning per uur, alsmede over de hoogte van de vergoeding van onkosten. De Vraagouder zal de Gastouder overeenkomstig de richtlijnen van [naam gastouderbureau] betalen. De hoogte van het tarief aan de Gastouder, de betalingswijze en het tijdstip van betaling worden vastgelegd in de overeenkomst tussen Vraagouder en Gastouder.
3. (……).
4. (.…..).
5. (..….).
6. (.…..).
7. (……).
8. [naam gastouderbureau] is gerechtigd de bemiddelingskosten per 1 januari van elk jaar te wijzigen. Het aangepast bedrag dient tenminste twee maanden voor het einde van het lopende kalenderjaar aan de Vraagouder en Gastouder schriftelijk te worden meegedeeld.
In het kader van de tariefsverhoging voor de bureaukosten is door de ondernemer op 22 juli 2025 per e-mail aan de ouders de volgende aankondiging verzonden:
‘(…….).
Zoals u weet, hebben we al een langere periode te maken met stijgende kosten. Om deze kostenstijgingen op een gezonde en verantwoorde manier op te vangen, zijn wij genoodzaakt om per 1 september 2025 extra kosten in rekening te brengen. Dit zullen wij doen door een relatief klein bedrag per afgenomen opvang uur in rekening te brengen. Deze verhoging is gebaseerd op een uitgebreide berekening van alle kostenontwikkelingen. Dit betekent dat er per 1 september voor de werkelijke opvanguren 30 cent per kind in rekening wordt gebracht. Door de verhoging te koppelen aan de opvang uren, is de kostenstijging voor alle ouders in verhouding gelijk. Op deze manier willen wij de kinderopvang voor alle ouders toegankelijk en betaalbaar houden.
In de praktijk gaat u dus straks over de werkelijk genoten opvanguren een extra bedrag van € 0,30 per kind/ per uur betalen. Als u geen uren afneemt, betaalt u dus ook geen extra kosten. Wij begrijpen dat prijsaanpassingen nooit leuk zijn en doen er alles aan om efficiënt te blijven werken en prijsstijgingen tot een minimum te beperken. Tegelijkertijd willen wij blijven investeren in kwaliteit,
continuïteit en service voor u als klant. (……).
In de factuur van oktober zal voor het eerst het extra bedrag van 30 cent per uur zichtbaar zijn (over de uren van september).
De bureaukosten zullen wij vanaf 1 september niet meer vooraf in rekening brengen, maar achteraf. Op de factuur in oktober van de bureaukosten ziet u dan de vaste bureaukosten van oktober + de variabele bureaukosten gebaseerd op de uren van september.
(…..) Heeft u vragen over deze aanpassing? Neem dan gerust contact met ons op. Wij lichten het graag persoonlijk toe.(….)’
Beoordeling
De commissie is door de consument gevraagd de volgende klachtonderdelen te beoordelen:
a. De ondernemer heeft tussentijds met ingang van 1 september 2025 een prijsverhoging doorgevoerd, dit mag jaarlijks alleen per 1 januari;
b. De hoogte van de prijswijziging is onacceptabel en is onvoldoende onderbouwd;
c. Er heeft geen ouderraadpleging plaats gevonden.
Klachtonderdeel a
Ten aanzien van dit klachtonderdeel verwijst de commissie naar de opvangovereenkomst en de op deze overeenkomst van toepassing verklaarde Algemene Voorwaarden. De consument is bij het sluiten van de opvangovereenkomst op 15 december 2022 akkoord gegaan met de hoogte van de op dat moment geldende bureaukosten, te weten € 104,-.
Uit de Algemene Voorwaarden volgt, zoals hiervoor weergegeven, dat de ondernemer gerechtigd is de bemiddelingskosten per 1 januari van elk jaar te wijzigen, wanneer dit tenminste twee maanden voor het einde van het lopende kalenderjaar aan de ouder en gastouder is medegedeeld. In andere mogelijkheden voor tariefsverhoging voorzien de Algemene Voorwaarden van de ondernemer niet. Daarmee heeft de ondernemer naar het oordeel van de commissie de Algemene Voorwaarden en daarmee de voorgeschreven regels voor tariefsverhoging niet correct opgevolgd. Dit klachtonderdeel oordeelt de commissie dan ook gegrond.
Klachtonderdeel b
De consument heeft zich tevens beklaagd over de hoogte van de door de ondernemer op 1 september 2025 doorgevoerde tariefverhoging, deze acht zij onredelijk hoog en onnodig.
De commissie stelt vast dat het bepaalde in artikel 7 lid 8 van de Algemene Voorwaarden de ondernemer de bevoegdheid geeft de bemiddelingskosten te wijzigen. Hierin is geen maximum opgenomen. De commissie stelt voorts vast dat er ook geen wet- of regelgeving is die een maximum voor een tariefverhoging voorschrijft. De ondernemer heeft voor het eerst in bijna 28 jaren een tariefsverhoging doorgevoerd die afwijkt van de gebruikelijke inflatiekosten. Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer aannemelijk gemaakt dat dit nodig is en de verhoging lijkt de commissie niet onredelijk hoog. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
Klachtonderdeel c
De ondernemer dient een voorgenomen tariefswijziging ter advisering voor te leggen aan de oudercommissie (Wet Kinderopvang, artikel 1.60, lid 1 sub f). Uit de door de ondernemer aan de commissie overgelegde stukken en uit hetgeen de ondernemer ter zitting verklaarde, blijkt dat het gastouderbureau de voorgenomen tariefswijziging niet aan een oudercommissie heeft kunnen voorleggen. Ondanks pogingen daartoe is het de ondernemer niet gelukt een oudercommissie in te stellen aangezien er onder de ouders onvoldoende animo was om in een dergelijke commissie zitting te nemen.
In een dergelijke situatie is artikel 1.58, lid 3 van de Wet Kinderopvang van toepassing:
“In de situatie, bedoeld in het tweede lid, betrekt de houder de ouders aantoonbaar voldoende op een andere wijze bij de onderwerpen, bedoeld in artikel 1.60, eerste lid,…”
De e-mail van de ondernemer aan de ouders van 22 juli 2025 waarin de wijziging van de bureaukosten wordt aangekondigd en waarin de ondernemer aanbiedt eventuele vragen van ouders te beantwoorden is naar het oordeel van de commissie onvoldoende om te worden aangemerkt als een alternatieve ouderraadpleging als bedoeld in artikel 1.58, lid 3.
Daarom acht de commissie klachtonderdeel c gegrond.
Conclusie
De commissie komt tot de conclusie in het kader van de onderhavige tussen partijen gesloten opvangovereenkomst en de geldende wet- en regelgeving de tariefsverhoging enkel jegens de consument niet rechtsgeldig is en met dien verstande dient te worden teruggedraaid. Zodra de tariefswijziging op juiste wijze is doorgevoerd gaat deze wijziging in.
Desgevraagd heeft de ondernemer ter zitting toegelicht dat een oudercommissie inmiddels in oprichting is. De commissie neemt hiervan met waardering kennis. De consument heeft zich hiervoor intussen ook aangemeld, nu zij er intussen van doordrongen is hoe belangrijk een oudercommissie is.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is. De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Hetgeen partijen voor het overige naar voren hebben gebracht, doet het oordeel van de commissie niet anders luiden.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht ten dele gegrond;
– verklaart de tariefsverhoging van 1 september 2025 jegens de consument niet rechtsgeldig;
– bepaalt dat de ondernemer binnen 1 maand na verzenddatum van de uitspraak de met de verhoging gepaard gaande kosten met de consument verrekent;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld;
– wijst het meer of anders verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. W. Bruins, voorzitter, de heer mr. E.A.J. Vergouwen, de heer drs. H. Grachten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris, op 16 februari 2026.