Ondernemer mag bestaande flexibele contracten niet wijzigen in vaste contracten

Klachtenloket Kinderopvang
Print Friendly, PDF & Email



Commissie: kinderopvang    Categorie: eenzijdige wijziging overeenkomst    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 236299/242713

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft een flexibel contract afgesloten met de ondernemer voor de opvang van haar zoon. De ondernemer heeft aangegeven dat het contract wordt gewijzigd in een vast contract, waarbij wordt uitgegaan van tien uur opvang per dag. De consument wil het huidige contract in stand houden. De ondernemer voert aan dat er zwaarwegende redenen van bedrijfseconomische aard spelen die de wijziging naar vast contracten rechtvaardigen. Voor kinderen met een flexibel contract worden dagen gereserveerd op basis van het aantal contract uren. Deze dagen worden niet altijd afgenomen of slechts gedeeltelijk, waardoor andere kinderen geen opvang kan worden geboden. De commissie is van oordeel dat de ondernemer de gestelde zwaarwegende redenen van bedrijfseconomische aard op onvoldoende wijze heeft onderbouwd– personeelstekort en het betaalbaar houden van het uurtarief – zijn onvoldoende argumenten. De commissie kan zich goed voorstellen dat de ondernemer de zeer flexibele vorm van opvang die hij aanbood niet langer wil of kan aanbieden, maar voor consumenten waarmee deze vorm van opvang  al is overeengekomen, kan dit niet eenzijdig worden gewijzigd.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de wijziging in de opvangovereenkomst door de ondernemer van een flexibel naar een vast contact.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een flexibel contract afgesloten met de ondernemer voor de opvang van haar zoon. De ondernemer heeft aangegeven dat het contract per 1 januari 2024 wordt gewijzigd in een vast contract, waarbij wordt uitgegaan van tien uur opvang per dag. Door het nieuwe contract gaan de kosten voor de consument stijgen, waar zij niets voor terugkrijgt. Voor hetzelfde bedrag per maand gaat de consument van twee dagen flexibele opvang naar één vaste opvangdag. De consument wenst alleen voor de afgenomen uren te betalen en de vakanties niet door te betalen. Er valt niet met de ondernemer te praten over het in stand houden van het huidige contract. De ondernemer beweert in zijn recht te staan.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 15 juni 2023 heeft de ondernemer per brief aan alle ouders kenbaar gemaakt dat er wijzigingen plaatsvinden per 1 januari 2024. In deze brief staan de zwaarwegende redenen vermeld. Vier jaar geleden is de ondernemer gestart met een kinderopvang met ongeveer 30 kinderen. Nu zijn er bijna 80-90 kinderen en zitten de groepen vol en ontstaan er wachtlijsten. Hierdoor wordt flexibele opvang steeds moeilijker te organiseren en is het niet langer haalbaar dit contract aan te bieden. Voor kinderen met een flexibel contract worden dagen gereserveerd op basis van het aantal contract uren. Deze dagen worden niet altijd afgenomen of slechts gedeeltelijk, waardoor andere kinderen geen opvang kan worden geboden. Flexibele contracten hebben een minimale afname per maand, gebaseerd op vijf uur per dag. Vaak wordt alleen het minimum afgenomen, waardoor de resterende uren op die dag niet kunnen worden ingevuld. Door het aanbod van flexibele opvang, het afnemen van opvang per uur en de ruime openingstijden was dit voor de ondernemer moeilijk te compenseren met de kosten die dit met zich meebracht. Daarnaast is al geruime tijd sprake van een personeelstekort in de kinderopvang, wat ook voor de ondernemer geldt. Door flexibele contracten weet de ondernemer pas een maand van tevoren hoeveel personeel er nodig is. Dit maakt het vinden van voldoende personeel erg lastig en brengt veel stress met zich mee. Het personeel wordt al veel gevraagd om flexibel te zijn en extra te werken. Deze situatie is niet langer houdbaar voor het team en vereist verandering. De ondernemer heeft zijn uiterste best gedaan om andere passende oplossingen te vinden, echter is dat niet gelukt. Hierover heeft de ondernemer overleg gepleegd met de oudercommissie. De ondernemer heeft gekeken om de uurprijs van de flexibele opvang te verhogen, maar om deze kosten te compenseren, zou de uurprijs zo hoog worden dat het niet meer betaalbaar zou zijn. Ook wordt hiermee het personeelstekort niet opgelost. Naar aanleiding hiervan is de ondernemer tot de conclusie gekomen de flexibele contracten te laten vervallen. Volgens de ondernemer is de oudercommissie hierin meegegaan.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op 22 november 2021 zijn partijen een flexibel contract met elkaar overeengekomen, waarin is afgesproken dat de zoon van de consument gebruik kan maken van de opvang van de ondernemer op dinsdag en donderdag met een minimale afname van 43 uur per week. De overeenkomst heeft als einddatum 25 augustus 2025.

De ondernemer heeft het contract met ingang van 1 januari 2024 zodanig gewijzigd dat de opvang voor een vast aantal van tien uur per dag moet worden afgenomen voor vooraf overeengekomen opvangdagen. De ondernemer stelt dat sprake is van zwaarwegende redenen van bedrijfseconomische aard die de wijziging rechtvaardigen.

In de Algemene Voorwaarden van de ondernemer, die onderdeel uitmaken van de overeenkomst, is in artikel 3 opgenomen dat partijen recht hebben op een wijziging in de overeenkomst d.m.v. een aan de wederpartij gerichte schriftelijke verklaring, met inachtneming van een termijn van een volledige maand en is pas geldig na ondertekening door beide partijen.

Eenzijdige wijziging van de overeenkomst door de ondernemer is slechts mogelijk indien sprake is van zwaarwegende redenen, zoals in ieder geval wijziging van wet- en regelgeving dan wel bedrijfseconomische omstandigheden die de continuïteit van de locatie waar het kind is geplaatst, in gevaar brengen. In communicatie richting ouders over de voorgenomen wijzigingen en ook mondeling ter zitting heeft de ondernemer toegelicht dat de wijziging noodzakelijk wordt geacht; gelet op de grote groei die de kinderopvang heeft doorgemaakt in de achterliggende jaren en het nijpende personeelstekort waar de ondernemer mee wordt geconfronteerd. De ondernemer stelt dat hierdoor sprake is van zwaarwegende redenen van bedrijfseconomische aard die de wijziging rechtvaardigen.

De commissie is van oordeel dat de ondernemer de gestelde zwaarwegende redenen van bedrijfseconomische aard op onvoldoende wijze heeft onderbouwd. De door de ondernemer genoemde redenen – personeelstekort en het betaalbaar houden van het uurtarief – zijn daartoe onvoldoende. Het gaat niet aan om een lopend contract open te breken om personeel-technische redenen en om de kosten zo laag mogelijk te houden. De ondernemer was niet gerechtigd tot een eenzijdige wijziging van het contract over te gaan.

De commissie acht het goed voorstelbaar dat de ondernemer de zeer flexibele vorm van opvang die hij aanbood niet langer wil of kan aanbieden, maar voor consumenten waarmee deze vorm van opvang reeds is overeengekomen, kan dit niet eenzijdig worden gewijzigd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. Ter zitting heeft de consument aangegeven dat haar zoon inmiddels geen gebruik meer maakt van de diensten van de ondernemer, zodat geen sprake zal zijn van herstel van het tussen partijen overeengekomen flexibele contract. Voorzover sprake is geweest van opvang in de maand januari 2024 dient deze opvang op basis van het flexibele contract (daadwerkelijk afgenomen uren) in rekening te worden gebracht. Het eventueel te veel betaalde dient door de ondernemer aan de consument te worden terugbetaald.

De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht gegrond;

– bepaalt dat eventueel in 2024 genoten opvang overeenkomstig het flexibele contract in rekening gebracht dient te worden;

– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer mr. E.A.J. Vergouwen, mevrouw E.C. Rosemünd, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 4 maart 2024.