Niet-ontvankelijkheid wegens het niet eerst indienen van een klacht bij de ondernemer

Klachtenloket Kinderopvang



Commissie: kinderopvang    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Niet ontvankelijk   Referentiecode: 800528/1006347

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In dit geschil klaagt een consument over eenzijdige wijzigingen van haar opvangovereenkomst door de ondernemer, waaronder aanpassing van het contracttype en verhoging van het uurtarief. De ondernemer beroept zich op artikel 6 lid 1 sub a van het Reglement Geschillencommissie Kinderopvang en stelt dat de consument niet-ontvankelijk is, omdat zij haar klacht niet eerst intern bij de ondernemer heeft ingediend. De commissie constateert dat de consument geen bewijs heeft geleverd waaruit blijkt dat zij haar klacht vooraf bij de ondernemer heeft ingediend. Ook is niet gebleken van omstandigheden die rechtvaardigen dat zij dit heeft nagelaten. Omdat de consument daarmee niet heeft voldaan aan de ontvankelijkheidsvereisten van het reglement, verklaart de commissie haar klacht niet-ontvankelijk.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vraag of de consument ontvankelijk is in haar klacht, nu zij haar klacht niet eerst bij de ondernemer zelf heeft ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De overeenkomst van de consument is eenzijdig door de ondernemer gewijzigd. De wijzigingen zien zowel op het soort contract (het aantal weken per jaar) als op verhoging van het uurtarief. De consument is het niet eens met de wijzigingen en de eenzijdige wijze waarop de aanpassingen zijn doorgevoerd.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Onder verwijzing naar artikel 6, onder a, van het Reglement Geschillencommissie Kinderopvang, beroept de ondernemer zich op niet-ontvankelijkheid van de consument, nu de consument haar klacht niet eerst bij de ondernemer heeft ingediend.

De consument stelt slechts de nieuwe plaatsingsovereenkomsten onder protest te hebben getekend. Dit kwalificeert niet als ingediende klacht. Er is ook geen sprake van omstandigheden die in redelijkheid zouden rechtvaardigen dat de consument haar klacht niet eerst intern had kunnen indienen.

Beoordeling van het geschil

Voordat de commissie toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht dient zij eerst te beslissen over het verweer van de ondernemer dat de consument niet ontvankelijk is in haar klacht bij de commissie, aangezien zij haar klacht niet eerst bij de ondernemer heeft ingediend. De commissie overweegt daartoe het volgende.

Op grond van artikel 6 lid 1 sub a van het Reglement Geschillencommissie Kinderopvang dient de commissie de consument op verzoek van de ondernemer – gedaan bij eerste gelegenheid – in haar klacht niet ontvankelijk te verklaren indien zij haar klacht niet eerst bij de ondernemer heeft ingediend.

Uit de door de consument overgelegde stukken is niet gebleken dat de consument haar klacht (op welke wijze dan ook) eerst bij de ondernemer heeft ingediend. De consument heeft ook niet inhoudelijk gereageerd op het ontvankelijkheidsverweer van de ondernemer, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld.

De commissie kan dan ook niet anders dan concluderen dat de consument haar klacht niet eerst bij de ondernemer heeft ingediend, alvorens het geschil bij de commissie aanhangig te maken. Ook is niet gebleken dat sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de consument redelijkerwijs geen verwijt gemaakt kan worden van het feit dat zij de klacht niet eerst bij de ondernemer heeft ingediend.

Op grond van het voorgaande is de consument niet-ontvankelijk in de klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, de heer drs. T. Blom, de heer drs. H. Grachten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr.
S.M.E. Balfoort, secretaris, op 20 juni 2025.