Klacht over verrekening van studiedagen ongegrond

Klachtenloket Kinderopvang



Commissie: kinderopvang    Categorie: Algemene voorwaarden    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 836958/1069641

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een ouder diende een klacht in tegen de kinderopvang over een factuur voor een studiedag waarop geen opvang werd geboden. De consument wilde terugbetaling van €125,07 en aanpassing van het beleid zodat kosten van studiedagen eerlijk over alle ouders worden verdeeld. De ondernemer verwees naar de sinds 1 januari 2023 geldende Aanvullende Voorwaarden, waarin staat dat studiedagen niet tot ruil- of inhaaldagen leiden en geen financiële restitutie wordt verleend. Ook werd uitgelegd dat bij de prijsindexatie van 2023 reeds rekening is gehouden met studiedagen, waardoor de consument feitelijk ruimschoots is gecompenseerd. De commissie overwoog dat de ondernemer het studiedagenbeleid zorgvuldig heeft voorbereid, vooraf met de oudercommissie heeft besproken en studiedagen jaarlijks spreidt om ouders gelijkmatig te belasten. Bovendien wordt de studiedag in 2025 zelfs ingekort tot een dagdeel om het ongemak verder te beperken. De commissie concludeerde dat de ondernemer conform de overeenkomst en de voorwaarden heeft gehandeld en voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de ouders. Het verzoek van de consument tot terugbetaling of wijziging van het beleid was ongegrond.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de wijze waarop studiedagen worden verrekend door de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De consument heeft een factuur voor kinderopvang ontvangen voor een studiedag, terwijl de opvang die dag gesloten was en geen opvang kon worden afgenomen.
De consument verlangt gedegen onderbouwing van de ondernemer waarom deze factuur terecht zou zijn, wat de concrete kosten voor deze studiedag zijn en hoe deze zijn doorberekend in de korting op het uurtarief, oftewel hoeveel lager is het uurtarief geworden vanwege het niet berekenen van de kosten voor de studiedag?

Verder ziet de consument niet in hoe de ondernemer bij het plannen van de studiedagen de belangen van alle ouders heeft meegenomen.
De kostenverdeling komt neer op oneerlijke financiële behandeling van de ouders die opvang afnemen op de studiedag. De consument verlangt terugbetaling van de kosten (€ 125,07) die hem in verband de studiedag in rekening zijn gebracht.

Tenslotte verzoekt de consument om aanpassing van het beleid van de ondernemer door de kosten voor vrijwillig gesloten dagen, zoals een studiedag, niet meer in rekening te brengen door de uren te factureren over die dagen, maar deze gelijk te verdelen over alle ouders middels verdiscontering in de uurprijs, door deze dus te verhogen en niet door alleen de ouders die opvang afnemen op de studiedag, voor de studiedag te laten betalen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

Op grond van de tussen partijen overeengekomen aanvullende voorwaarden mag de ondernemer de studiedag in rekening brengen en restitueert deze kosten niet indien de studiedag een opvangdag betreft. Daarbij geldt ook dat de ondernemer eerder bij de indexering van de tarieven van 2023 (let wel ruim voordat de consument klant is geworden) met de doorbelasting van studiedagen rekening heeft gehouden middels een lagere indexering die nog doorwerkt. De reden voor de beperkte indexering was dat de ondernemer per 1 januari 2023 de studiedagen heeft ingevoerd en haar aanvullende voorwaarden daarop heeft aangepast. De ondernemer heeft hierover heel transparant gecommuniceerd met de oudercommissies en de ouders.

Het was de bedoeling de studiedagen jaarlijks op twee andere dagen te organiseren, zodat het ongemak voor ouders gelijk verdeeld zou worden. Zo heeft de ondernemer in 2023 de studiedagen in het voor- en najaar, op een woensdag en vrijdag, georganiseerd. Voor 2024 heeft de ondernemer er bij
nader inzien voor gekozen om slechts één studiedag (donderdag 14 november) te organiseren teneinde het ongemak voor ouders te beperken door voor een andere dag te kiezen om de druk van studiedagen zo eerlijk mogelijk te verdelen over andere opvangdagen per jaar om ongelijkheid te voorkomen. Zo hebben elk jaar andere ouders ‘last’ van de studiedag. Van ongelijke behandeling is dan ook geenszins sprake.

De consument is niet benadeeld vanwege het gevoerde beleid: hij heeft 95,33 uur per maand afgenomen en betaalde in 2024 van maart tot en met december daardoor 856 uren. Door de studiedag van 14 november 2024 heeft de consument 11 uur minder van de opvang gebruik kunnen maken: 11/856 = 1,29% minder opvang, terwijl op de prijsindexatie van 2023 een percentage van 1,78% op de opvangkosten in mindering is gebracht. Kortom de consument is ruimschoots gecompenseerd voor de gemiste opvanguren en heeft geen recht op terugbetaling van de in rekening gebrachte studiedag.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Tussen partijen is op 6 oktober 2023 een overeenkomst betreffende kinderopvang tot stand gekomen, met als aanvangsdatum 5 maart 2024. Op voornoemde overeenkomst zijn buiten de Algemene Voorwaarden van de branche tevens de Aanvullende Voorwaarden van de ondernemer van toepassing.

In de Aanvullende Voorwaarden van de ondernemer staat sinds 1 januari 2023 het volgende opgenomen in artikel 5, lid 3 en 4:

3. De locaties zijn tevens gesloten gedurende twee studiedagen per kalenderjaar ten behoeve van opleidingsdoeleinden van onze medewerkers. Ouders zullen hierover minimaal twee maanden van tevoren worden geïnformeerd.

4. Voor opvangdagen die vallen op een algemeen erkende feestdag of studiedag, zoals hierboven vermeld, krijg je geen ruil- en inhaaldagen of (financiële) restitutie.

Ten tijde van het aangaan van de overeenkomst stond deze passage omtrent studiedagen reeds in de Aanvullende Voorwaarden vermeld. Met zoveel woorden betekent dit dat wanneer opvangdagen vallen op een studiedag er geen ruil- en inhaaldagen of (financiële) restitutie worden/wordt verstrekt. De consument maakt in wezen tegen deze bepaling bezwaar.

In lijn met eerdere uitspraken dit jaar inzake verrekening van de kosten voor studiedagen (lees onder meer uitspraak 842238/935234) acht de commissie het volgende van belang.

In februari 2024 is van overheidswege bekend geworden dat consumenten geen kinderopvangtoeslag krijgen voor dagen waarop de opvang is gesloten, zoals studiedagen (Kamerstukken II, 2023/24, 31 322, nr. 1036). Daarnaast staat in hetzelfde parlementaire document dat studiedagen verdisconteerd horen te zijn in het uurtarief net zoals andere personeelskosten. Nu een en ander door de ondernemer reeds per 1 januari 2023 in de Aanvullende Voorwaarden is verwerkt en derhalve in werking was getreden voordat partijen op 6 oktober 2023 een overeenkomst hadden gesloten, oordeelt de commissie dat de ondernemer in lijn met de Aanvullende Voorwaarden heeft gehandeld en daartoe ook gerechtigd was.

Dat het door de overheid verduidelijkte beleid voor de consument nadelige gevolgen heeft gezien het mislopen van kinderopvangtoeslag, dient niet voor rekening en risico van de ondernemer te komen. De ondernemer heeft het nadeel voor ouders zoals ontstaan door de studiedagen juist willen beperken door doorvoeren van een lagere prijsindexatie voor 2023. Tevens is het beleid eerst voor advies aan de Oudercommissie voorgelegd, die hierop positief heeft geadviseerd. Daarnaast heeft de ondernemer voor 2024 bepaald slechts één studiedag te plannen in plaats van twee, welke dag bovendien is bepaald op een andere opvang dag (een donderdag) dan het jaar daarvoor. Door de ondernemer is ter zitting toegelicht dat in verband met de studiedag in 2025 wederom voor een andere opvang dag gekozen is en deze dag vervolgens nog wordt verkort naar een middag, te weten vrijdagmiddag 7 november.
Naar het oordeel van de commissie heeft hiermee de ondernemer voldoende blijk gegeven de belangen van ouders mee te nemen in het studiedagenbeleid, gegeven het vooraf zorgvuldig bespreken van het beleid ten aanzien van studiedagen en gezien de evenwichtige verspreiding en beperking van studiedagen. Dat de consument onevenredig geraakt wordt nu de studiedag op zijn vaste opvang dag valt, heeft de ondernemer voldoende ondervangen door studiedagen elk jaar op een andere weekdag te plannen en door inmiddels zelfs tot inkorting van de studiedag over te gaan tot een dagdeel in 2025.

Voorts heeft de ondernemer naar het oordeel van de commissie voldoende toelichting gegeven hoe de indexering van de uurprijs ter compensatie van de studiedagkosten is uitgevoerd en wat daarvan de resultante is, zodat de consument geen belang meer heeft bij antwoord op de vraag hoeveel lager het uurtarief is geworden vanwege het niet berekenen van de kosten voor de studiedag. Immers de consument heeft vanwege de studiedag 1,29% minder opvang afgenomen, terwijl op de prijsindexatie van 2023 een percentage van 1,78% in mindering is gebracht op de opvangkosten.

Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de commissie dat de ondernemer conform de overeenkomst en de Algemene Voorwaarden gehandeld heeft en getracht heeft in alle redelijkheid het nadeel voor de ouders en daarmee ook voor de consument te beperken.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen nadere bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht van de consument ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. L. Verheij, voorzitter, de heer mr. A.J. Quant, de heer H. Stel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris, op 7 juli 2025.