Commissie: kinderopvang
Categorie: (on)zorgvuldig handelen
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1310391/1317622
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Klaagster verwijt de ondernemer dat zij als gezaghebbende ouder volledig is buitengesloten. Zij mocht haar dochter niet van de opvang ophalen en heeft geen informatie van de ondernemer over haar dochter ontvangen. Voorts verwijt klaagster de ondernemer dat zij is tekortgeschoten in haar zorgplicht ten opzichte van haar dochter.
Standpunt van klaagster
Klaagster is de moeder van drie kinderen. Haar destijds drie jarige jongste dochter [naam dochter] werd vanaf 16 januari 2025, buiten haar medeweten, één dag per week opgevangen door de ondernemer. Klaagster en de vader van de kinderen zijn gescheiden. De vader had [naam dochter] ingeschreven op de locatie van de ondernemer zonder klaagster hierin te kennen. Klaagster ging ervan uit dat [naam dochter] werd opgevangen door haar grootmoeder, de moeder van de vader. Op donderdag 26 juni 2025, de dag waarop de kinderen bij hun vader waren, werd klaagster door een moeder van school gebeld met het advies haar oudste dochters van school te komen halen omdat de vader hier, door alcoholgebruik, niet toe is staat was. Voor klaagster, en ook voor haar kinderen, leidde dit tot een gespannen en emotionele confrontatie met de vader op het schoolplein. Vervolgens diende klaagster ook [naam dochter] op te halen op de locatie van de ondernemer, waar [naam dochter], tot klaagsters grote verbazing, al vier maanden op de donderdagen verbleef. Dezelfde moeder van school had hierover met de opvanglocatie gebeld. Toen klaagster zelf belde wilden de medewerkers haar geen enkele informatie geven en beëindigden zij zelfs het telefoongesprek. Toen klaagster zich met haar andere kinderen bij de opvang meldde werd haar de toegang geweigerd en mocht zij [naam dochter] niet meenemen; een normaal gesprek bleek onmogelijk. Klaagster had geen andere keuze dan de politie te bellen om met hun bemiddeling [naam dochter] mee te kunnen nemen. Uiteindelijk hebben de medewerkers [naam dochter] aan klaagster meegegeven.
Nadat “de lucht was geklaard” had klaagster aanvankelijk prettig en begripvol contact met [naam], de directeur van de ondernemer. Klaagster heeft haar gevraagd om in het belang van de kinderen vanwege de alcoholproblematiek van de vader een melding te doen bij Veilig Thuis. De ondernemer beloofde alle medewerking. Klaagster heeft er verder voor gekozen om [naam dochter] niet langer naar de kinderopvang te laten gaan en later alsnog op een prettige wijze daar afscheid te laten nemen.
Klaagster was echter onaangenaam verrast toen zij van de ondernemer een intern rapport ontving dat naar aanleiding van het incident op 26 juni 2025 was opgemaakt. Klaagster wordt hierin als de moeilijke ouder neergezet waar het juist de vader is die, door de alcoholproblematiek, al jaren zorgt voor een onveilige en onrustbarende situatie voor de kinderen. Klaagster heeft de ondernemer gevraagd het rapport te herzien maar dat is niet gebeurd. Klaagster heeft zich dan ook genoodzaakt gezien een klacht in te dienen tegen de ondernemer.
Klaagster verwijt de ondernemer dat zij als gezaghebbende ouder volledig is buitengesloten. Klaagster was er niet van op de hoogte dat [naam dochter] door de ondernemer werd opgevangen. Klaagster is hierover door de ondernemer niet geïnformeerd en zij heeft nooit informatie van de ondernemer ontvangen over het wel en wee van haar dochter op de opvang. Klaagster heeft gezien dat foto’s van haar dochter op de site van de ondernemer zijn geplaatst. Weliswaar was het gezicht van [naam dochter] daarbij niet in beeld maar klaagster heeft de ondernemer geen toestemming gegeven om foto’s van haar dochter te plaatsen. Voorts verwijt klaagster de ondernemer dat onvoldoende is gehandeld op het alcoholgebruik van de vader en de onveilige situaties die daardoor voor haar dochter zijn ontstaan. De ondernemer had [naam dochter] niet mee mogen geven aan de vader. Als klaagster op 26 juni 2025 niet naar de opvang was gekomen had de vader [naam dochter] opgehaald en waren de gevolgen niet te overzien geweest. Klaagster vraagt al jaren aandacht voor alcoholproblemen bij ouders met (jonge) kinderen. Die problemen worden vaak niet onderkend of gebagatelliseerd. De problemen in het gezin van klaagster hebben geleid tot een Veilig Thuis melding en onderzoeken door de instanties. Klaagster vraagt een oordeel van de commissie over de handelwijze van de ondernemer.
Standpunt van de ondernemer
De vader van [naam dochter] heeft haar op 8 januari 2025 bij de opvang van de ondernemer ingeschreven voor één dag per week met ingang van 16 januari 2025 op de donderdag. De vader gaf aan dat de donderdag één van de dagen was dat zijn drie kinderen bij hem verbleven. Op de overige dagen nam klaagster de zorg voor de kinderen op zich. De vader gaf aan dat hij en klaagster in een langdurige scheidingssituatie verkeerden en hij klaagster zou informeren over de gesloten opvangovereenkomst.
De ondernemer betreurt het incident dat zich op 26 juni 2025 bij de opvang heeft voorgedaan zeer. De directeur van de ondernemer heeft klaagster meerdere malen haar excuses aangeboden voor het feit dat zij bij de ondernemer op 26 juni 2025 niet bekend was. Hiermee is echter niet gezegd dat de ondernemer onjuist of onzorgvuldig heeft gehandeld. Omdat klaagster op 26 juni 2025 bij de ondernemer niet bekend was als gezaghebbende ouder, hebben de medewerkers gehandeld conform het geldende veiligheids- en toegangsprotocol. Dit protocol is opgesteld met als primair doel de veiligheid en bescherming van de aanwezige kinderen en medewerkers te waarborgen. De medewerkers hebben klaagster meerdere malen rustig en duidelijk uitgelegd dat zij volgens vastgestelde richtlijnen hebben gehandeld. Hoewel de ondernemer zich op het standpunt stelt dat op 26 juni 2025 juist is gehandeld, erkent de ondernemer dat situaties rondom vechtscheidingen complex kunnen zijn en extra zorgvuldigheid gevraagd is. Om die reden heeft de ondernemer besloten een aanvullend intern protocol op te stellen dat medewerkers ondersteunt bij het professioneel en neutraal handelen wanneer ouders in een scheiding verwikkeld zijn en er spanningen of conflicten ontstaan rondom een kind.
Omdat de situatie op 26 juni 2025 ook voor de ondernemer uitzonderlijk was heeft zij, om goed in kaart te brengen wat er nu gebeurd was en vanwege een mogelijke melding bij Veilig Thuis, een rapport gemaakt op basis van de waarnemingen van de medewerkers. Het betrof een intern rapport dat aan klaagster en de vader is verstrekt met de uitdrukkelijke vermelding dat het niet is toegestaan het rapport met derden te delen.
Het is juist dat vier foto’s met [naam dochter] zijn geplaatst op de sociale media van de ondernemer. Voor deze plaatsing is door de vader expliciet toestemming gegeven.
Daarbij worden door de ondernemer uitsluitend foto’s gepubliceerd waarop de kinderen niet herkenbaar in beeld zijn. Desondanks heeft de ondernemer de foto’s verwijderd.
Het raakt de ondernemer dat klaagster haar verwijt dat zij [naam dochter] in een onveilige situatie zou hebben gebracht door haar met haar vader mee naar huis te laten gaan. Op geen enkel eerder moment is vastgesteld of waargenomen dat de vader onder invloed van alcohol op de opvang is verschenen.
Op 26 juni 2025 werd wél een alcohollucht waargenomen; [naam dochter] is dan ook niet aan haar vader meegegeven, maar na overleg met de politie met klaagster mee naar huis gegaan. De beschuldigingen van klaagster zijn dan ook ongefundeerd, waarmee klaagster onterecht een negatief beeld schetst van de opvang van de ondernemer, die zij bovendien publiekelijk heeft verspreid via haar sociale media. Dit heeft geleid en kan blijven leiden tot reputatieschade van de ondernemer. De ondernemer stelt klaagster dan ook aansprakelijk voor de schade die zij als gevolg hiervan leidt en vraagt de commissie bij wijze van tegenvordering om klaagster te gelasten om de negatieve berichten te verwijderen van alle sociale mediakanalen en zich te onthouden van verder negatieve of beschuldigende uitlatingen. Ook vraagt zij de commissie om klaagster een passende schadevergoeding op te leggen die recht doet aan de reputatieschade die de ondernemer heeft geleden en mogelijk nog zal lijden.
Beoordeling van het geschil
Klaagster heeft meerdere klachtonderdelen naar voren gebracht die de commissie in het hierna volgende zal toetsen aan de verplichtingen die voor partijen voortvloeien uit de opvangovereenkomst.
Klaagster is als gezaghebbende ouder buitengesloten
Klaagster verwijt de ondernemer dat zij geen weet had van de opvangovereenkomst die de vader van [naam dochter] met de ondernemer had gesloten. Voorts verwijt zij de ondernemer dat haar positie als gezaghebbende ouder niet werd erkend en zij als moeder van [naam dochter] niet werd herkend waardoor zij [naam dochter] op 26 juni 2025 niet van de opvang kon ophalen.
Wat dit betreft overweegt de commissie als volgt.
Vaststaat dat klaagster en de vader van [naam dochter] op het moment dat de vader [naam dochter] inschreef bij de opvangorganisatie van de ondernemer het ouderlijk gezag over hun drie kinderen deelden. Dit betekent echter niet dat beide ouders dienen in te stemmen met een inschrijving van de kinderen bij een kinderopvangorganisatie. Elk van de ouders is afzonderlijk gerechtigd om een kind in te schrijven. Op de dagen dat de kinderen bij hun vader verblijven kan hij de kinderen bij een opvanglocatie van zijn keuze aanmelden. Andersom geldt dat klaagster, als gezaghebbende ouder, de kinderen op de dagen dat zij bij haar verblijven op een opvanglocatie van haar keuze kan inschrijven. De vader was dan ook gerechtigd om [naam dochter] in te schrijven bij de ondernemer.
Anders dan klaagster kennelijk veronderstelt rust op de ondernemer geen verplichting om de andere ouder (klaagster) over de opvangovereenkomst te informeren. De kinderopvangorganisatie is geen partij in eventuele relationele problemen tussen ouders. De ouders zijn zelf verantwoordelijk voor het inlichten van de kinderopvangorganisatie over hun gezinssituatie. De ouder die een contract afsluit met de kinderopvangorganisatie is verplicht dit aan de andere ouder te melden. Dit vloeit voort uit het informatierecht dat ouders onderling ten opzichte van elkaar hebben. De ondernemer heeft wat dit betreft dan ook geen wettelijke plicht ten opzichte van klaagster geschonden.
Dat de situatie (het incident) op 26 juni 2025 bij het ophalen van [naam dochter] voor klaagster (en ook de medewerkers van de ondernemer) indrukwekkend en emotioneel is geweest staat niet ter discussie. De commissie is echter van oordeel dat de ondernemer geen verwijt kan worden gemaakt van de omstandigheid dat de medewerkers niet met klaagster als moeder van [naam dochter] bekend waren. De verantwoordelijkheid hiervoor rust, zoals hiervoor is toegelicht, op de vader met wie de ondernemer het opvangcontract heeft gesloten. De ondernemer heeft op 26 juni 2025 in het belang van de kinderen en de medewerkers gehandeld door het veiligheids- en toegangsprotocol te volgen; hiertoe is zij wettelijk verplicht. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
Niet voldaan aan informatieplicht
Klaagster verwijt de ondernemer dat haar informatie over [naam dochter] is onthouden. Hoewel – zoals hiervoor is uiteengezet- elk van de gezaghebbende ouders afzonderlijk gerechtigd is een opvangovereenkomst aan te gaan zonder instemming van de andere ouder, geldt wel dat de andere ouder recht heeft op informatie over de kinderen op de opvanglocatie waar de kinderen verblijven.
De ondernemer heeft echter geen actieve informatieplicht. Aangezien de ondernemer niet bekend was met klaagster als gezaghebbende ouder heeft zij de moeder niet kunnen informeren over de bezigheden en vorderingen van [naam dochter] op de opvang. De ondernemer heeft wat dit betreft dan ook geen uit de opvang overeenkomst voortvloeiende verplichting geschonden. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Voor zover klaagster nog steeds prijs stelt op informatie over het wel en wee van [naam dochter] gedurende de maanden waarin de ondernemer haar heeft opgevangen, dan dient de ondernemer klaagster, na haar verzoek daartoe, de benodigde inloggegevens om die informatie in te zien te verstrekken.
Zonder toestemming foto’s gepubliceerd
Klaagster verwijt de ondernemer dat foto’s van [naam dochter] op de sociale media kanalen van de ondernemer zijn gepubliceerd. Aangezien de ondernemer de opvangovereenkomst met de vader is aangegaan en niet weersproken is dat hij toestemming heeft verleend om foto’s van [naam dochter] te plaatsen, heeft de ondernemer wat dit betreft evenmin klachtwaardig gehandeld.
Niet voldaan aan zorgplicht
Klaagster verwijt de ondernemer dat zij [naam dochter] in een onveilige situatie heeft gebracht doordat zij [naam dochter] heeft meegegeven aan de vader hoewel hij onder invloed was van alcohol. De ondernemer heeft genoegzaam weersproken dat de vader op de momenten dat hij [naam dochter] kwam ophalen niet onder invloed was van alcohol of anderszins niet in staat was om [naam dochter] op te halen of voor haar te zorgen. Dit was anders op 26 juni 2025. Toen heeft de ondernemer [naam dochter] niet aan de vader meegegeven.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is naar voren gekomen dat klaagster tevreden was over de kwaliteit van opvang die [naam dochter] werd geboden, dat [naam dochter] het erg naar haar zin had gehad op de opvanglocatie, en dat klaagster overwogen heeft de opvang te continueren. De commissie heeft dan ook geen aanleiding gevonden om aan te nemen dat de ondernemer tekort is geschoten in de zorgplicht ten opzichte van [naam dochter] gedurende de maanden van opvang.
Intern rapport
Naar aanleiding van het incident op 26 juni 2025 heeft de ondernemer een intern rapport opgesteld welk rapport aan klaagster en de vader is gestuurd. Klaagster verwijt de ondernemer dat zij hier onterecht negatief in wordt afgeschilderd. De commissie overweegt wat dit betreft dat de ondernemer gerechtigd is een verslag op te maken van de gebeurtenissen op 26 juni 2025 en hoe de medewerkers die dag ervaren hebben. Die ervaringen zijn subjectief en geven geen onafhankelijk oordeel. Het interne rapport is, zoals klaagster ter zitting heeft bevestigd, niet verspreid onder derden. Klaagster heeft in reactie op het rapport haar zienswijze aan de ondernemer kenbaar gemaakt. Van een intern rapport/verslag dat niet bestemd is voor derden kan geen rectificatie worden gevraagd. De commissie verklaart ook dit klachtonderdeel ongegrond.
Tegenvordering
De ondernemer heeft naar voren gebracht dat klaagster zich negatief over de opvanglocatie heeft uitgelaten op haar sociale mediakanalen. Ter zitting is gebleken dat het slechts één bericht betreft waarin de naam of locatie van de opvangorganisatie niet genoemd wordt en waarin klaagster met name aandacht vraagt voor alcoholproblematiek in situaties van ouders met (kleine) kinderen en hun omgeving. De ondernemer heeft onvoldoende aangetoond of onderbouwd dat zij hierdoor schade heeft geleden zodat de commissie de tegenvordering van de ondernemer zal afwijzen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht van klaagster in alle onderdelen ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van klaagster in alle onderdelen ongegrond;
– wijst het door klaagster verzochte af;
– wijst de tegenvordering van de ondernemer af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. W. Bruins, voorzitter, de heer drs. T. Blom, mevrouw mr. M. Stroetenga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 19 januari 2026.