Commissie: kinderopvang
Categorie: informatieverstrekking
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1333533/1343303
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De uitspraak betreft een geschil tussen een oudercommissie en een kinderopvangorganisatie over een tariefverhoging voor 2026. De Geschillencommissie oordeelt dat de ondernemer de oudercommissie onvoldoende informatie heeft gegeven om een goed advies te kunnen uitbrengen en onvoldoende heeft uitgelegd waarom van het negatieve advies is afgeweken. Daarom zijn de klachten over het adviestraject en de communicatie gegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft het onzorgvuldige en incomplete proces met betrekking tot het adviestraject van de oudercommissie over de tariefverhoging per 1 januari 2026.
Standpunt van de oudercommissie
Voor het standpunt van de oudercommissie verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
Het adviestraject rondom de tariefverhoging is onzorgvuldig en incompleet verlopen, waarna de oudercommissie een negatief advies heeft afgegeven. Daar is de ondernemer niet inhoudelijk op ingegaan en zonder enige communicatie richting de oudercommissie heeft de ondernemer de verhoging onverminderd doorgevoerd. De oudercommissie meent dat de tariefverhoging niet goed is onderbouwd, ook na herhaaldelijke navraag, en het proces onvolledig is verlopen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
De oudercommissie is tijdig en voldoende geïnformeerd over de tariefwijziging voor 2026.
De tariefverhoging is op 25 september 2025 mondeling toegelicht en vervolgens zijn aanvullende vragen schriftelijk beantwoord. Het geschil betreft vooral een verschil van inzicht over de mate van detail van de verstrekte informatie. De tariefverhoging is ingegeven door onder meer stijgende personeels-, vervoers- en inhuurkosten, investeringen in kwaliteit en continuïteit en organisatorische ontwikkelingen. De totale kostenstijging was hoger dan de aan ouders doorberekende verhoging. De ondernemer heeft het negatieve advies van de oudercommissie beoordeeld, maar niet overgenomen omdat dit ten koste zou gaan van kwaliteit, veiligheid, continuïteit en personele bezetting. De ondernemer stelt de afwijking voldoende te hebben gemotiveerd en verzoekt het geschil ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
Ontvankelijkheid
In het verweerschrift heeft de ondernemer opgemerkt te betreuren dat de oudercommissie niet eerst een klacht heeft ingediend via de klachtenregeling van de ondernemer. Ter zitting is desgevraagd aangegeven dat hiermee niet een beroep op de niet-ontvankelijkheid als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het reglement van de commissie is gedaan. De commissie zal gelet hierop voorbijgaan aan de opmerking over de interne klachtprocedure en overgaan tot een inhoudelijke behandeling.
Toetsingskader
Ingevolge artikel 1.60 lid 1 sub f van de Wet kinderopvang stelt de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau de oudercommissie in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de wijziging van de prijs van kinderopvang. Ingevolge het vijfde lid van dat artikel verstrekt de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft. De ondernemer kan slechts van het advies van de oudercommissie afwijken indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (artikel 1.60 lid 2 Wet kinderopvang). Bij de beantwoording van de vraag of de ondernemer van het advies van de oudercommissie mag afwijken, geldt in het algemeen dat aan de commissie slechts een marginale toetsing toekomt. Die toetsing houdt in dat de commissie alleen beoordeelt of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen komen tot zijn besluit van het advies af te wijken.
In beginsel komt aan de ondernemer de vrijheid toe zijn eigen beleid te voeren en te bepalen op welke wijze hij zijn doel met zijn onderneming wil bereiken. De commissie kan pas tussenbeide komen wanneer voldoende duidelijk is dat (de onderbouwing van) het bestreden besluit in redelijkheid niet in stand kan blijven.
Overwegingen
De oudercommissie heeft bezwaar tegen de tariefverhoging voor 2026 en stelt dat zij onvoldoende informatie heeft ontvangen om hierover een zorgvuldig advies te kunnen uitbrengen. De oudercommissie stelt onder meer dat de verhoging onvoldoende kwantitatief is onderbouwd, dat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de verschillende kostenposten en dat de ondernemer afwijking van het negatieve advies niet deugdelijk heeft gemotiveerd.
De ondernemer heeft op 19 september 2025 de adviesaanvraag over de tariefverhoging van 6,1% aan de oudercommissie voorgelegd. De hieraan ten grondslag liggende prognose van AYIT bedroeg 5,1%. De ondernemer heeft toegelicht dat de totale kostenstijging voor 2026 10,1% zou bedragen en dat daarvan 6,1% aan de ouders werd doorberekend.
De commissie heeft echter niet inzichtelijk gekregen waarop de totale kostenstijging van ruim 10% was gebaseerd en evenmin hoe de uiteindelijke verhoging van 6,1% vervolgens was berekend.
De commissie stelt vast dat de ondernemer weliswaar een mondelinge toelichting heeft gegeven en naar aanleiding van vragen aanvullende informatie heeft verstrekt, maar dat daarmee de belangrijkste vragen van de oudercommissie niet voldoende zijn beantwoord. Dit geldt in het bijzonder voor de kosten van de professionalisering van de backoffice. In de verschillende berichten van de ondernemer is hierover tegenstrijdige informatie verstrekt. Enerzijds is aangegeven dat deze kosten al onderdeel waren van de investeringen in 2025 en ook in 2026 worden voortgezet, terwijl anderzijds de kosten van professionalisering van de backoffice als één van de specifieke kostenverhogende factoren voor 2026 zijn genoemd. Ter zitting heeft de ondernemer verklaard dat deze kosten niet in de tariefverhoging zijn meegenomen. De commissie acht hiermee echter niet voldoende duidelijk geworden welke rol deze kosten in de berekening van het tarief hebben gespeeld.
Ook ten aanzien van de vraag welke kosten tijdelijk en welke kosten structureel van aard zijn, is onvoldoende duidelijkheid ontstaan. Zo zijn achterstallig onderhoud en kosten voor buitenspeelgoed eerder als tijdelijke posten benoemd. De ondernemer heeft later aangegeven dat deze kosten onderdeel zijn geworden van een structureel gewenst kwaliteitsniveau. Niet duidelijk is geworden welke concrete kosten inmiddels zijn gemaakt, welke kosten nog resteren en waarom eerder als tijdelijk aangemerkte kosten structureel in het tarief zijn opgenomen. Dit geldt in het bijzonder voor het budget voor buitenspeelgoed, waarvan ter zitting niet duidelijk kon worden gemaakt of en in hoeverre dit daadwerkelijk was benut.
Daar komt bij dat de schriftelijke onderbouwing van de tariefverhoging betrekking had op de organisatie als geheel. De oudercommissie is ingesteld voor de betreffende locatie en moet in staat worden gesteld om juist voor die locatie een advies uit te brengen. De ondernemer heeft toegelicht dat kosten centraal worden vastgesteld en over de locaties worden verdeeld en dat locatiespecifieke gegevens tot voor kort niet beschikbaar waren. De commissie acht dit echter onvoldoende reden om de oudercommissie de voor een zorgvuldig advies noodzakelijke locatiespecifieke informatie te onthouden. De ondernemer heeft ter zitting aangegeven dat zij inmiddels, dankzij een nieuw rapportagesysteem, wel in staat is om dergelijke gegevens te verstrekken.
Ook de communicatie over het negatieve advies is niet geheel zorgvuldig verlopen. De oudercommissie heeft op 2 november 2025 negatief geadviseerd. De ondernemer heeft op 3 november 2025 laten weten de prijsverhoging zoals voorgesteld door te voeren. Deze mededeling bevatte verder geen inhoudelijke onderbouwing van de afwijking van het advies. Wel heeft de ondernemer hierbij nog geantwoord op vragen die op 29 oktober 2025 waren gesteld, maar omdat toen reeds het advies was uitgebracht kon deze informatie niet meer worden betrokken bij de advisering. De beantwoording van de eerder gestelde vragen kan niet worden aangemerkt als een inhoudelijke motivering van het besluit om van dat advies af te wijken.
De commissie is van oordeel dat van de ondernemer mocht worden verwacht dat zij, gelet op het negatieve advies, duidelijk en concreet zou uiteenzetten welke bezwaren van de oudercommissie zij heeft meegewogen en waarom deze bezwaren niet tot een ander besluit hebben geleid. Dat is onvoldoende gebeurd. Ook tijdens de zitting kon de ondernemer de ontstane onduidelijkheid over verschillende kostenposten niet volledig wegnemen.
De commissie benadrukt dat het adviesrecht van de oudercommissie geen instemmingsrecht is. De ondernemer is dus niet gehouden het advies van de oudercommissie over te nemen. Wel moet de oudercommissie in staat worden gesteld om op basis van voldoende, relevante en begrijpelijke informatie een advies uit te brengen en dient een afwijking van dat advies deugdelijk te worden gemotiveerd.
In dit geval is naar het oordeel van de commissie niet aan die eisen voldaan. De oudercommissie heeft onvoldoende inzicht gekregen in de berekening van de tariefverhoging, heeft onvoldoende locatiespecifieke informatie ontvangen en heeft op verschillende vragen geen of onvoldoende duidelijk antwoord gekregen. De tegenstrijdige informatie over onder meer de kosten van de backoffice en de onduidelijkheid over tijdelijke en structurele kosten hebben daaraan bijgedragen. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het negatieve advies niet is gevolgd.
De commissie acht de klacht daarom gegrond.
De commissie spreekt de verwachting uit dat de ondernemer de inmiddels beschikbare mogelijkheden om locatiespecifieke gegevens te verstrekken zal benutten en de communicatie met de oudercommissie verder zal verbeteren. De ondernemer heeft ter zitting aangegeven hiernaar te streven. De commissie verwacht dat dit zal bijdragen aan een transparanter en zorgvuldiger adviestraject voor de tariefvaststelling voor 2027.
Klachtengeld
Nu de klacht van de oudercommissie gegrond is bevonden, dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie het door de oudercommissie betaalde klachtengeld aan haar te vergoeden. Dit is een bedrag van € 25,–.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klachten over het adviestraject en de communicatie gegrond;
– bepaalt dat de ondernemer het door de oudercommissie betaalde klachtengeld van € 25,– aan de oudercommissie dient te vergoeden binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. W. Bruins, voorzitter, de heer drs. T. Blom, de heer H. Stel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 21 september 2026.