Niet gebleken dat oudercommissie niet over benodigde informatie beschikt om redelijkerwijs te kunnen adviseren.

  • Home >>
  • kinderopvang >>
Klachtenloket Kinderopvang
Print Friendly, PDF & Email



Commissie: kinderopvang    Categorie: Oudercommissieprijsverhoging    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 203217/207119

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het gaat hier om een technische correctie in de berekening van de contracturen kinderopvang per jaar; de contracturen worden verhoogd en dat valt onder de kosten van de kinderopvang. De oudercommissie dient daarover om advies te worden gevraagd conform artikel 1.60 lid 1 sub f Wet kinderopvang. De ondernemer heeft de oudercommissie om advies gevraagd. De oudercommissie heeft negatief geadviseerd en heeft gesteld dat de ondernemer zijn besluit rond de prijswijziging onvoldoende heeft onderbouwd. De commissie stelt vast dat de ondernemer aan de oudercommissie zowel mondeling als schriftelijk de informatie heeft verstrekt die volgens hem ten grondslag liggen aan de prijswijziging. Verder heeft de ondernemer geantwoord op de vragen die door de oudercommissie per e-mail zijn gesteld. De commissie is van oordeel dat niet is gebleken dat de oudercommissie niet heeft kunnen beschikken over de informatie die zij redelijkerwijs nodig had om te kunnen adviseren over de tariefsverhoging. De commissie oordeelt de klacht daarom ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De oudercommissie heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer de oudercommissie voldoende informatie heeft verschaft en voldoende heeft onderbouwd waarom hij heeft mogen afwijken van het advies van de oudercommissie met betrekking tot de tariefsverhoging van 14,24% met ingang van 1 januari 2023.

Standpunt van de oudercommissie

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en naar hetgeen zij tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De oudercommissie heeft een negatief advies uitgebracht over de verhoging van de prijs van kinderopvang, die de ondernemer per 1 januari 2023 wilde doorvoeren. Volgens de oudercommissie heeft de ondernemer onvoldoende onderbouwd waarom die verhoging 14,24% bedroeg. De ondernemer heeft het advies van de oudercommissie naast zich neergelegd en de verhoging doorgedrukt.

De ondernemer heeft ervoor gekozen om de berekening van de stijging voor de locatie M niet te verklaren en de noodzakelijkheid van de algehele tariefsverhogingen voor de continuïteit van de opvang niet (voldoende) onderbouwd.

Daarnaast heeft de ondernemer de oudercommissie niet tijdig en schriftelijk van alle informatie voorzien die de oudercommissie redelijkerwijs nodig heeft om de noodzakelijkheid van de verhoging op vestigingsniveau te toetsen. De ondernemer heeft daarom niet aan haar informatieplicht voldaan.

Ten slotte is de ondernemer niet ingegaan op het schappelijke verzoek van de oudercommissie tot een gezamenlijke afspraak te komen.

Uit de verschillende gesprekken en correspondentie is de oudercommissie gebleken dat de verhogingen tot doel hebben de operationele winst op het niveau van 2021 te herstellen. Echter, er is niet aannemelijk gemaakt dat deze operationele winst noodzakelijk is om de continuïteit te waarborgen (sterker nog: deze ligt boven het gemiddelde van de sector).

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft per 1 januari 2023 op goede gronden een tariefsverhoging bij al haar locaties doorgevoerd. De ondernemer zag zich hiertoe genoodzaakt in het belang van de kinderopvang. De ondernemer is van mening dat hij de oudercommissie voldoende heeft betrokken bij en voldoende heeft geïnformeerd inzake de onderbouwing van de tariefsverhoging voor het jaar 2023.

De ondernemer is het adviestraject bij de oudercommissie tijdig gestart, namelijk al in juli 2023. In een nader (informatie-)traject per e-mail – de op 6 oktober 2022 geplande bespreking is niet doorgegaan – hebben partijen met elkaar gecommuniceerd, waarbij de ondernemer is ingegaan op de vragen die de oudercommissie heeft gesteld. Daarbij heeft de ondernemer aanvullende onderbouwende stukken, waaronder het rapport ‘Update prognose kostenontwikkeling kinderopvang 2023’, d.d. 27 september 2022 opgesteld door het bureau Ayit Consultancy (hierna: het rapport Ayit), aan de oudercommissie ter beschikking gesteld.

Op het verzoek van de oudercommissie nadere gegevens te verstrekken met betrekking tot de locatie specifieke cijfers van locatie M, heeft de ondernemer negatief gereageerd. De ondernemer heeft aangevoerd dat hij niet gehouden is inzicht te geven in de financiële situatie van de locatie M, althans niet op de wijze zoals door de oudercommissie verzocht. Desondanks heeft de ondernemer de oudercommissie nader geïnformeerd.

Het staat de ondernemer vrij af te wijken van het advies van de oudercommissie. Het is de ondernemer die tot op zekere hoogte zijn eigen beleid en investeringen bepaalt en niet de oudercommissie.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft op grond van de door partijen overgelegde stukken en hetgeen zij tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht, het volgende overwogen.

Omvang van het geschil

Op grond van het bepaalde in artikel 1.60 lid 1 sub f van de Wet kinderopvang moet de ondernemer de oudercommissie in de gelegenheid stellen advies uit te brengen over een voorgenomen besluit met betrekking tot de wijziging van de prijs van kinderopvang.

Het vijfde lid van dat artikel bepaalt dat de ondernemer de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft, moet verstrekken. De ondernemer kan slechts van het advies afwijken indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (artikel 1.60 lid 2 Wet kinderopvang).

Bij de beantwoording van de vraag of de ondernemer van het advies van de oudercommissie mag afwijken, geldt in het algemeen dat aan de commissie slechts een marginale toetsing toekomt.

Die toetsing houdt in dat de commissie alleen beoordeelt of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen komen tot zijn besluit van het advies af te wijken. In beginsel komt aan de ondernemer de vrijheid toe zijn eigen beleid te voeren en te bepalen op welke wijze hij zijn doel met zijn onderneming wil bereiken. De commissie kan pas tussenbeide komen wanneer voldoende duidelijk is dat (de onderbouwing van) het bestreden besluit in redelijkheid niet in stand kan blijven.

Over de prijs van de kinderopvang voor 2023 zijn partijen van eind september 2022 tot eind november 2022 met elkaar in overleg geweest. Gedurende die tijd heeft de ondernemer aan de oudercommissie over de aanstaande verhoging van die prijs schriftelijk informatie verstrekt, bestaande uit financiële gegevens met een algemene onderbouwing daarvan. Daarbij zijn door de oudercommissie aan de ondernemer bezwaren en vragen voorgelegd ten aanzien van de noodzakelijkheid van de algehele tariefsverhoging voor de continuïteit van de opvang en het herstel van de operationele winst op het niveau van 2021. Volgens de oudercommissie is zij niet tijdig en schriftelijk van alle informatie voorzien die die commissie redelijkerwijs nodig heeft om de noodzakelijkheid van de verhoging op vestigingsniveau te toetsen.

De commissie overweegt het volgende.

Naast het Ayit-rapport heeft de ondernemer de cijfers realisatie/prognose kostenontwikkeling 2022/2023 en de kostenpercentages van de overige kosten die van toepassing zijn op de locatie Maliebaan en op de Bloslocaties in Utrecht aan de oudercommissie verstrekt.

Voorts is gebleken dat de ondernemer in de bespreking op 25 januari 2023 de oudercommissie extra informatie heeft aangeleverd ten aanzien van het pricing model, een overzicht van de jaarcijfers over 2021 en het operationeel resultaat over 2021.

De oudercommissie heeft aan haar klacht ten grondslag gelegd dat de ondernemer gehouden is te onderbouwen dat de tariefswijziging noodzakelijk is voor de continuïteit van de kinderopvang. De ondernemer heeft zich daartegen verweerd door aan te voeren dat niet is vereist dat wordt onderbouwd dat de tariefswijziging noodzakelijk is voor de continuïteit.

Ingevolge artikel 15 lid 1 Algemene Voorwaarden heeft een ondernemer het recht de overeenkomst eenzijdig te wijzigen op grond van zwaarwegende redenen. Zwaarwegende redenen zijn in ieder geval wijziging van wet- en regelgeving dan wel bedrijfseconomische omstandigheden die de continuïteit van de locatie waar het kind is geplaatst in gevaar brengen.

Onderhavige zaak betreft naar het oordeel van de commissie echter niet de vraag of de ondernemer het recht heeft de overeenkomst eenzijdig te wijzigen maar de vraag of de ondernemer bevoegd is de overeengekomen prijs ingevolge artikel 16 Algemene Voorwaarden te verhogen, na de oudercommissie – zoals bepaald in artikel 1.60 lid 1 sub f Wet kinderopvang – in de gelegenheid te hebben gesteld advies uit te brengen.

De commissie stelt vast dat de ondernemer aan de oudercommissie zowel mondeling als schriftelijk de informatie heeft verstrekt die volgens hem ten grondslag liggen aan de prijswijziging. Verder heeft de ondernemer geantwoord op de vragen die door de oudercommissie per e-mail zijn gesteld.

De commissie is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat de oudercommissie niet heeft kunnen beschikken over de informatie die zij redelijkerwijs nodig had om te kunnen adviseren over de tariefsverhoging.

De commissie heeft bij haar oordeel tevens het volgende meegewogen:

–             de oudercommissie kon ter zitting niet verklaren waarom zij niet aanwezig was op de geplande bespreking op 6 oktober 2022, en heeft evenmin kunnen uitleggen dat geen bericht van verhindering aan de ondernemer is gegeven.

–             het negatieve advies van de oudercommissie d.d. 10 november 2022 is naar het oordeel van de commissie dusdanig summier dat niet kan worden vastgesteld of de ondernemer in zijn besluit   d.d. 22 november 2022 hierop onvoldoende is ingegaan.

Aan de stelling van de oudercommissie dat de verhogingen tot doel hebben de operationele winst op het niveau van 2021 te herstellen gaat de commissie als zijnde onvoldoende onderbouwd voorbij.

Het voorgaande brengt de commissie tot het oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de prijsverhoging onvoldoende is onderbouwd, dan wel onzorgvuldig is voorgelegd aan de oudercommissie en onredelijk is.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is en dat de door de oudercommissie verzochte beperking van de tariefsverhoging moet worden afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van de oudercommissie ongegrond en wijst het door haar verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer drs. H. Grachten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Land Smorenburg, secretaris, op 19 juni 2023.