Commissie: kinderopvang
Categorie: overeenkomst
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1319203/1329961
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze zaak gaat over een geschil tussen een ouder en een kinderopvangorganisatie over het vervoer van een kind tussen de basisschool en de buitenschoolse opvang (BSO). De ouder stelde dat de organisatie haar in 2024 ten onrechte had verteld dat zij zelf verantwoordelijk was voor dit vervoer, terwijl volgens de toen geldende voorwaarden de ondernemer hiervoor moest zorgen. De ondernemer heeft deze fout erkend en de gemaakte kosten vergoed. Daarna ontstond een nieuw geschil over aangepaste aanvullende voorwaarden uit 2025, waarin de verantwoordelijkheid voor vervoer in sommige situaties bij ouders werd gelegd. De ouder vond deze wijziging onduidelijk en nadelig voor ouders. De commissie oordeelde echter dat de nieuwe voorwaarden niet van toepassing zijn, omdat de ouder deze niet heeft geaccepteerd en er geen nieuwe opvangovereenkomst is gesloten. De bestaande overeenkomst blijft daarom gelden en daarin is vastgelegd dat de ondernemer verantwoordelijk is voor het vervoer. Omdat de ondernemer het vervoer in de huidige situatie blijft verzorgen en daarmee voldoet aan zijn contractuele verplichtingen, verklaart de commissie de klacht ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de kosten van vervoer tussen de basisschool en de BSO.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
De ondernemer heeft de consument in het jaar 2024 onjuist geïnformeerd over wie verantwoordelijk is voor het vervoer van hun zoon tussen de basisschool en de BSO. Volgens de Algemene Voorwaarden hoort de ondernemer dat te regelen, maar de consumenten werd steeds verteld dat zij dit zelf moesten doen. Het betreft de periode maart tot en met december 2024, waarin 204 ritten zijn gemaakt met ruim € 610,- euro aan kosten.
De ondernemer heeft erkend dat de Algemene Voorwaarden duidelijk en leidend zijn en heeft de kosten vergoed.
De ondernemer bood vervolgens nieuwe aanvullende voorwaarden in 2025 aan, in de app via een pop-up scherm, met wijzigingen die juridisch nadelig voor ouders zijn (o.a. annuleringskosten, beperking vervoersverplichting), zonder voorafgaande uitleg of transparantie. De consument ervaart dit als misleidend en in strijd met consumentenrecht. Tevens is deze wijziging doorgevoerd terwijl de klacht over het vervoer intern bij de ondernemer nog lopend was. De consument heeft deze nieuwe voorwaarden geweigerd.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
In artikel 9 van de aanvullende voorwaarden Kinderopvang (versie juli 2025) stond: “Vervoer van/naar de buitenschoolse opvang 1. Kinderopvang [naam opvang] regelt alleen het halen en brengen van/naar de buitenschoolse opvang voor kinderen op scholen in de plaatsen waar onze BSO-locaties gevestigd zijn. Gaat jouw kind naar een basisschool buiten deze plaatsen? Dan ben je zelf verantwoordelijk voor de organisatie en de kosten van het vervoer tussen school en de locatie.”
De ondernemer begrijpt dat de aan de consument verstrekte informatie over het zelf organiseren van vervoer, in strijd is met de aanvullende voorwaarden. De ondernemer heeft de gevraagde compensatie toegekend en op 4 december 2025 aan de consument overgemaakt. Deze gevraagde compensatie betreft zowel brandstof- en kilometerkosten als de tijdsinvestering die de consument heeft gedaan, zoals de consument zelf had verzocht.
Naar aanleiding van het signaal van de consument heeft de ondernemer in november 2025 de aanvullende voorwaarden aangepast, zodat deze wel aansluiten bij de huidige situatie. Nu staat in de aanvullende voorwaarden dat de ondernemer het vervoer organiseert uitsluitend van en naar de buitenschoolse opvang waaraan de BSO-locaties zijn gekoppeld, zoals opgenomen op de website van de ondernemer.
De nieuwe aanvullende voorwaarden zijn via het ouderportaal aan alle huidige ouders verstrekt, met daarbij expliciet de mogelijkheid om deze wel of niet te accepteren. In de situatie van de consument is dit verzoek niet geaccepteerd. Daarmee is aantoonbaar dat er geen sprake was van een verplicht te accepteren pop-up, maar van een keuze die daadwerkelijk aan ouders is gelaten. Op nieuwe ouders of ouders die een andere opvangovereenkomst afsluiten is deze nieuwe versie van de voorwaarden van toepassing.
Andere wijzigingen zijn niet aangebracht, wel zijn de administratiekosten expliciet gemaakt.
De ondernemer acht het spijtig dat de klacht niet is opgelost, nu de consument zelf het klachtgesprek heeft afgezegd. Hiermee is niet de volledige klachtenprocedure doorlopen. Verder ziet de ondernemer geen inhoudelijke argumentatie aangezien de gewijzigde voorwaarden niet zijn geaccepteerd of opgelegd.
Beoordeling van het geschil
Ter zitting heeft de commissie de klacht van de consument aldus begrepen dat deze in de kern betrekking heeft op het standpunt van de ondernemer dat de dochter van de consument, gelet op haar ontwikkeling en specifieke behoeften, mogelijk beter tot haar recht zou komen binnen een andere vorm van opvang.
De ondernemer heeft in dat kader aan de consument voorgehouden dat, indien zou worden overgegaan tot plaatsing bij een andere opvanglocatie of -vorm, sprake zou zijn van het aangaan van een nieuwe opvangovereenkomst. Op zo’n overeenkomst zouden de op dat moment geldende (nieuwe) Algemene Voorwaarden van toepassing zijn. Dit brengt mee dat het vervoer van en naar de opvang niet langer door de ondernemer wordt verzorgd, maar tot de verantwoordelijkheid van de consument behoort.
De consument is het hiermee niet eens. Zij stelt zich op het standpunt dat het vervoer onderdeel uitmaakt van de zorgplicht van de ondernemer en dat deze verplichting niet eenzijdig kan worden gewijzigd.
De commissie volgt dit standpunt niet. Indien sprake is van een nieuwe opvangovereenkomst, kan dit meebrengen dat andere Algemene Voorwaarden op de nieuwe overeenkomst van toepassing zijn. De ondernemer heeft de consument niet verplicht over te gaan tot wijziging van de opvang. Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer de mogelijkheid van alternatieve opvang slechts aan de consument voorgelegd vanuit een pedagogische en zorginhoudelijke overweging, gericht op het belang van het kind. Het staat de consument vrij om dit advies al dan niet op te volgen.
Nu (nog) geen nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen en de consument niet akkoord is gegaan met de nieuwe aanvullende voorwaarden, blijft de bestaande opvangovereenkomst onverkort van kracht. Vaststaat dat op grond van deze voorwaarden het vervoer van en naar de opvang tot de verantwoordelijkheid van de ondernemer behoort.
Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de ondernemer, door het vervoer in de huidige situatie te blijven verzorgen, voldoet aan de op hem rustende contractuele verplichtingen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de consument ongegrond.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer Y. Dragstra, mevrouw E.C. Rosemünd, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 24 maart 2026.