Kinderopvang gaf te oude informatie door aan basisschool

Klachtenloket Kinderopvang



Commissie: kinderopvang    Categorie: informatieverstrekking    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1313079/1322889

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zaak gaat over een vader die klaagt dat een medewerker van een kinderopvang zonder toestemming informatie over zijn zoon heeft gedeeld met een basisschool. De zoon was al sinds eind februari 2025 weg bij deze opvang en zat daarna een half jaar op een ander kinderdagverblijf. Toch nam een leerkracht van de nieuwe school in september 2025 contact op met de oude opvang, waarna de locatiemanager informatie gaf over de ontwikkeling en zorgbehoefte van het kind. De vader vindt dat onjuist, omdat deze informatie verouderd was, er geen aparte toestemming was gegeven en de opvangmedewerker niet moest oordelen over welk onderwijs passend zou zijn. Volgens de ondernemer mocht de locatiemanager wel informatie geven, omdat zij eerder als referent was opgegeven op het aanmeldformulier van de school. De commissie oordeelt eerst dat de vader zijn klacht op tijd heeft ingediend en dus ontvankelijk is. Daarna stelt de commissie vast dat de locatiemanager op het moment van het telefoongesprek geen actuele kennis meer had over het kind, omdat hij al minstens zes maanden niet meer op die opvang zat. Juist daarom had zij volgens de commissie geen inhoudelijke informatie mogen geven en de school moeten doorverwijzen naar het kinderdagverblijf waar het kind kort daarvoor nog zat. De klacht is daarom gegrond. De ondernemer moet het klachtengeld van € 25 aan de consument vergoeden. Andere verzoeken van de vader worden afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil handelt over het delen van informatie over de zoon van de consument door de ondernemer met een basisschool.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. De kern van het standpunt van de consument luidt als volgt.

De oudste zoon [naam] (geboren 10 augustus 2021) is in het kader van een tussen partijen gesloten kinderopvangovereenkomst in de periode van mei 2024 tot en met 28 februari 2025 opgevangen op de locatie [naam locatie] van de ondernemer. De consument is ermee bekend dat zijn zoon wat extra aandacht behoeft, maar naar het oordeel van de consument past zijn zoon goed op de locatie. De ondernemer stelt echter voor een pgb voor de zoon te willen aanvragen, vanwege extra benodigde aandacht/zorg die hij nodig zou hebben. De consument is het daarmee niet eens. Inmiddels maakt ook het broertje van [naam], [naam] (geboren 23 december 2023) gebruik van de kinderopvang van de ondernemer.
Begin 2025 maakt de ondernemer onverwachts bekend dat hij de kinderopvanglocatie per 1 mei 2025 enkel nog wil inrichten voor kinderen met een zorgbehoefte op medisch of pedagogisch gebied. Tot die tijd bood de ondernemer op deze locatie ook reguliere opvang aan, waarvan de consument voor zijn zoons gebruik maakte. De consument heeft toen voor zijn kinderen andere reguliere opvang gezocht. Zijn zoons konden vervolgens terecht bij Kinderopvang [naam], zodat de kinderopvangovereenkomsten voor beide kinderen per 28 februari 2025 zijn geëindigd. Tot de zomervakantie is [naam] opgevangen bij Kinderopvang [naam].

Na de zomervakantie is [naam] naar basisschool [naam] gegaan. Na een aantal dagen heeft de consument begin september 2025 van deze school geheel onverwacht te horen gekregen dat zijn zoon niet als leerling wordt toegelaten en dat hij op zoek moet naar een andere basisschool. Bij navraag is de consument gebleken dat de schoolleerkracht van de klas van [naam] op 3 september 2025 contact had opgenomen met de locatiemanager van [naam locatie]. De consument heeft het vermoeden dat na de door haar verstrekte informatie de basisschool heeft besloten [naam] als leerling uit te schrijven.
De consument heeft de locatiemanager geen toestemming gegeven informatie over zijn zoon te verstrekken en evenmin heeft zij toestemming daarvoor aan de consument gevraagd. Zij had zelf deze informatie nooit mogen verstrekken, temeer nu [naam] sinds eind februari 2025 [naam locatie] al niet meer heeft bezocht en inmiddels ruim zes maanden zijn verstreken. In zes maanden kan een kind een enorme ontwikkeling hebben doorgemaakt. Bovendien is [naam] het afgelopen half jaar bij een andere opvang geweest, waar het heel goed ging. De locatiemanager van [naam locatie] had de leerkracht van de [naam]school dan ook naar het kinderdagverblijf moeten verwijzen waar [naam] het afgelopen half jaar was opgevangen in plaats zelf informatie door te spelen waar de consument en zijn partner niet achter staan, althans waarvoor ze geen toestemming hebben gegeven. De locatiemanager heeft aangegeven dat ze bij de leerkracht heeft aangegeven dat ze de visie had om [naam] bij de medisch kinderopvang te plaatsen en dat hij nog niet toe was om uit te stromen naar regulier onderwijs.
De consument verwijt de ondernemer onprofessioneel handelen door zonder toestemming een dergelijke overdracht te doen, waarbij komt dat het haar expertise niet is om uitspraken te doen over wat voor onderwijsperspectief passend zou zijn voor zijn zoon, zeker nu er inmiddels zoveel tijd is verstreken. Zij had na het telefoontje van de leerkracht de consument hierover moeten informeren, expliciet om toestemming moeten vragen om informatie te mogen delen en zo ja moeten vragen welke informatie mocht worden gedeeld. In plaats daarvan is irrelevante informatie gedeeld. Hierdoor is de basisschool bevooroordeeld en is besloten [naam] niet aan te nemen.

Ter zitting heeft de consument toegelicht dat zijn zoon ten gevolge van dit handelen twee maanden thuis is geweest alvorens een geschikte basisschool is gevonden. Gelukkig gaat het inmiddels heel goed met [naam] op zijn nieuwe school.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. Het standpunt van de ondernemer luidt als volgt.

[naam locatie] betreft een locatie van de ondernemer waar opvang wordt aangeboden die specifiek is ingericht voor kinderen met zowel reguliere als zorgbehoeften op medisch of pedagogisch gebied. In mei 2025 is besloten te stoppen met de reguliere opvang op deze locatie en voor de kinderen in de reguliere opvang zijn opvangplaatsen op andere locaties aangeboden. Voor de zoon van de consument is voorgesteld om hem vanwege zijn zorgbehoefte langer op [naam locatie] te houden. In dat kader is voorgesteld een pgb voor hem aan te vragen voor één op één begeleiding. De reguliere kinderopvangvergoeding die de ondernemer voor [naam] ontvangt is daarvoor niet kostendekkend. Met de consument is besproken of het voorts wel verstandig is om [naam] vanwege zijn zorgbehoefte naar een reguliere basisschool te laten gaan.
De consument heeft daarop besloten de opvangovereenkomsten voor beide zoons op te zeggen en beide zoons op een ander regulier kinderdagverblijf te plaatsen.

Dat totaal geen informatie aan de opvolgende opvang van [naam] zou mogen worden verstrekt is in tegenspraak met het verzoek van de moeder van[naam], omdat zij de locatiemanager van [naam locatie] als referent heeft opgegeven, hetgeen is op te maken uit het door de ouders ondertekende aanmeldformulier van 10 augustus 2024.
Dat [naam] zorgbehoeften heeft staat vast en dat ontkennen zijn ouders ook niet. Bovendien is hier ook geen medische informatie aan de leerkracht van de basisschool gegeven, enkel is informatie verstrekt die al bij de consument bekend was. Er is dan ook geen sprake van schending van enige relevante regel inzake zorgplicht. Door de locatiemanager is enkel gehandeld inzake de verplichting die zij heeft om noodzakelijke en relevante informatie te verstrekken aan degenen die de opvolgende schoolzorg voor [naam] op zich nemen. De ondernemer, en de locatiemanager in het bijzonder, is hierin volstrekt binnen haar bevoegdheden gebleven.

Dat [naam] twee maanden thuis heeft gezeten, komt overigens niet door de ondernemer maar is het gevolg van een beslissing die genomen is door de [naam] basisschool, niet door toedoen van de ondernemer.

De ondernemer verzoekt de commissie dan ook de klacht van de consument niet ontvankelijk dan wel ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ontvankelijkheid

De ondernemer heeft zich beroepen op niet-ontvankelijkheid van de consument nu de consument op 29 september 2025 zijn klacht bij de commissie heeft ingediend, terwijl de opvangovereenkomst van zijn zoon bij de ondernemer reeds op 28 februari 2025 was beëindigd. Daarmee zou de consument te laat hebben geklaagd c.q. geen belang meer hebben in het kader van de geschilprocedure. Bovendien, zo is door de ondernemer ter zitting naar voren gebracht, klaagt de consument over iets wat niet is gebeurd. Er is om die reden geen sprake van een klacht, want er is noch sprake van het verstrekken van medische informatie, noch van het geven van schooladvies, zoals door de consument op het vragenformulier wordt gesteld.

De commissie volgt dit standpunt van de ondernemer niet. De commissie baseert zich op artikel 6 lid 1 sub b van het Reglement Geschillencommissie Kinderopvang, waaruit volgt dat een consument binnen 12 maanden nadat de klacht bij de ondernemer is ingediend, het geschil bij de commissie aanhangig moet maken. Dat de opvangovereenkomst niet beëindigd mag zijn, is geen voorwaarde voor het behandelen van een geschil. Wel dient het geschil voort te vloeien uit de tussen partijen gesloten overeenkomst en tijdig, zoals hiervoor aangegeven, aan de commissie te zijn voorgelegd. Aan deze voorwaarden is voldaan, zodat de commissie de consument ontvankelijk verklaart in zijn klacht en overgaat tot de inhoudelijke beoordeling van het geschil. Dat geen sprake zou zijn van een klacht, zoals van de zijde van de ondernemer wordt gesteld, behelst geen ontvankelijkheidsverweer maar betreft de inhoud van het geschil, waarover de commissie hierna haar oordeel zal geven.

Inhoudelijke beoordeling

De kern van de klacht is dat door de locatiemanager informatie is verstrekt aan een leerklacht van de basisschool, waar [naam] kort daarvoor was gestart en niet meer welkom was. De leerkracht van [naam] heeft op 3 september 2025 contact opgenomen met de locatiemanager van [naam locatie] omdat [naam] daar in de opvang is geweest. Het dossier meldt ten aanzien van dit contact een notitie van de leerkracht waarin het volgende staat vermeld:

‘School neemt na de tweede schooldag telefonisch contact met [naam] van het
kinderdagverblijf [naam locatie]. Deze gegevens komen uit het aanmeldformulier.
[naam locatie] [naam] Telefoon [telefoonnummer]

Er wordt contact opgenomen om advies en informatie te verzamelen over de ontwikkeling en
onderwijsbehoeftes van [naam].
[naam] heeft tot eind maart / begin april op dit kdv gezeten. Vanaf dat moment werd [naam locatie] een medisch kinderdagverblijf.
Het advies vanuit hen was om de periode voor [naam] te verlengen. Zij hadden namelijk zorgen over de ontwikkeling van [naam] de begeleiding was intensief en hij was in hun ogen nog niet klaar voor een regulier kdv of onderwijs. Hij heeft
veel individuele aandacht nodig. Ouders hebben begin april gekozen voor een ander kdv. Zijn naar een ander kdv gegaan.’

Het aanmeldformulier waarnaar voor de contactgegevens in verband met het voornoemde notitie van 3 september 2025 wordt verwezen betreft een op 10 augustus 2024 door de consument en zijn partner ingevuld aanmeldformulier dat is gediend bij de Waldorfschool, in verband met aanmelding van hun zoon voor basisonderwijs per augustus 2025.

Partijen verschillen van mening of de locatiemanager van [naam locatie] informatie over [naam] mocht verstrekken aan de voor [naam] gewenste basisschool. De ondernemer stelt dat dit was toegestaan nu de locatiemanager als referent stond vermeld op het aanmeldformulier van de betreffende basisschool. De consument stelt van niet, nu daarvoor door hem en zijn partner geen expliciete toestemming is verleend, de locatiemanager daarvoor niet de benodigde expertise bezat en gezien het tijdsverloop tussen het vertrek van de opvanglocatie en het gesprek van 3 september 2025.

Weliswaar heeft de consument destijds op 10 augustus 2024 toestemming aan de basisschool gegeven om bij vragen contact op te nemen met de locatiemanager van [naam locatie], door haar op te nemen als referent, maar toen was de consument nog in de veronderstelling dat zijn zoon tot de basisschool op [naam locatie] zou worden opgevangen. Feit is echter dat [naam] eind februari 2025 deze locatie heeft verlaten en een half jaar bij een ander kinderdagverblijf is opgevangen alvorens hij naar de basisschool is gegaan. Hoewel de commissie niet twijfelt aan de goede bedoelingen van de locatiemanager, had het tijdsverloop van tenminste zes maanden naar het oordeel van de commissie haar ervan moeten weerhouden informatie over [naam] te geven. Immers zij ontbeert op 3 september 2025 de actuele informatie die nodig is voor een goede overdracht aan de basisschool. Om die reden had zij niets moeten zeggen en de leerkracht moeten doorverwijzen naar het kinderdagverblijf waar [naam] tot voor kort werd opgevangen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Hetgeen partijen voor het overige naar voren hebben gebracht, doet het oordeel van de commissie niet anders luiden.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht gegrond;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld;
– wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. W. Bruins, voorzitter, de heer mr. E.A.J. Vergouwen, de heer drs. H. Grachten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris, op 16 februari 2026.