Commissie: kinderopvang
Categorie: (on)zorgvuldig handelen
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
765217/1005596
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De zaak gaat over een vader die vindt dat de kinderopvang waar zijn zoon tijdelijk naartoe ging ten onrechte een melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. De ondernemer meldde na één opvangdag al zorgen over het gedrag van het bijna vierjarige kind, zoals weinig eten, drinken en contact maken. Volgens de vader waren deze zorgen gebaseerd op misverstanden: zijn zoon was al lang zindelijk, maar kreeg bij de opvang onnodig een luier om, en het was logisch dat hij moest wennen omdat het een nieuwe plek was. De ondernemer gaf later ook extra redenen voor de melding die volgens de vader niet klopten, zoals dat hij ’s nachts op straat zou zijn gezien met zijn kind. De melding had grote gevolgen: het gezin kreeg een uitgebreid onderzoek en stond overal onder extra controle. Uiteindelijk werd het dossier bij Veilig Thuis gesloten omdat er geen problemen waren. De vader wilde daarom erkenning dat de opvang onzorgvuldig had gehandeld, terugbetaling van de opvangkosten en een vergoeding voor emotionele schade. De ondernemer zegt dat zij als professional verplicht is te melden als er signalen zijn, en dat zij de stappen van de meldcode heeft gevolgd. De commissie concludeert echter dat de ondernemer te snel en zonder voldoende onderbouwing actie heeft ondernomen. Een “onderbuikgevoel” na één dag is geen reden voor zo’n ingrijpende melding, vooral omdat het kind nog moest wennen en er geen duidelijke signalen van mishandeling waren. De klacht van de vader wordt daarom gegrond verklaard. De opvangkosten hoeven echter niet te worden terugbetaald, omdat de opvang daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, en de vader krijgt ook geen vergoeding voor emotionele schade omdat die niet goed is onderbouwd. Wel moet de ondernemer het klachtengeld van €25 terugbetalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft een melding aan Veilig Thuis over de zoon van de consument. De consument verwijt de ondernemer dat de melding ten onrechte en op onjuiste gronden is gedaan.
Standpunt van de consument
In aanvulling op het standpunt van klager zoals dat in de ontvankelijkverklaring van 30 augustus 2024 is opgenomen heeft klager het volgende naar voren gebracht.
De zoon van de consument is in 2020 gedurende twee maanden naar de opvang van de ondernemer gegaan. De consument had een voorkeur voor een opvanglocatie dichterbij het woonadres van het gezin maar voor die locatie bestond een wachtlijst. Toen er na twee maanden een plaats vrijkwam voor de zoon op de voorkeurslocatie, [naam opvang], heeft de consument de opvangovereenkomst opgezegd. Gedurende twee jaar is de zoon twee dagen per week naar de opvang van [naam opvang] gegaan. Omdat de zoon in februari 2023 vier jaar zou worden wilde de consument de opvang met één dag uitbreiden om de zoon wat te laten wennen aan de langere schoolweek. Omdat [naam opvang] geen plaats had voor een extra opvangdag heeft de consument weer contact opgenomen met de ondernemer. De zoon kon daar vanaf 13 december 2022 voor één dag per week worden opgevangen; op de overige dagen ging de zoon nog steeds naar de opvang van [naam opvang].
Op 13 december 2022 was de eerste opvangdag en tot verbazing van de consument heeft de ondernemer, naar hem later bleek, meteen daarna, op 16 december 2022 de meldcode Veilig Thuis gestart. De ondernemer heeft de consument niet ingelicht over de voorgenomen melding.
De ondernemer heeft voor de melding oneigenlijke redenen aangevoerd. Zo werd gezegd dat de zoon niet zou willen drinken en niet zou willen plassen. De begeleiders van de zoon hadden hem echter een luierbroekje aangetrokken hoewel de zoon op dat moment bijna vier jaar was en al meer dan een jaar zindelijk was. De consument vermoedt dan ook dat de zoon niet in het luierbroekje durfde te plassen. Omdat de opvang van de ondernemer negatief in het nieuws kwam wegens ongepast gedrag van een stagiaire en schending van het vier ogen principe heeft de consument de opvang voor de zoon op 17 januari 2023 opgezegd. De zoon is in totaal zeven keer door de ondernemer opgevangen.
Na het opzeggen van het contract heeft een nieuwe locatiemanager, die de zoon nooit heeft gezien, de argumenten voor de Veilig Thuis melding aangevuld met nog meer oneigenlijke informatie. Zo zou de consument ’s nachts op straat zijn gezien met zijn zoon, iets wat nooit is gebeurd. Ook zou de consument de ondernemer te kennen hebben gegeven dat hij zijn kinderen niet wilde laten vaccineren en zij niet gevaccineerd zouden zijn hetgeen pertinent onjuist is. Alle kinderen van de consument zijn gevaccineerd.
De melding is dan ook gebaseerd op aannames, suggesties en onwaarheden.
De melding heeft een enorme impact gehad op het gezin van de consument. Het gezin werd aan een intensief onderzoek onderworpen maar het onderzoek werd afgesloten omdat er geen reden werd gezien voor verdere actie. Het dossier bij Veilig Thuis is volledig afgesloten en vernietigd maar het leed was al geleden. Bij alle instanties was gedurende het onderzoek de Veilig Thuis melding bekend. De consument en zijn gezin lagen overal onder een vergrootglas. De consument is als gevolg daarvan in een burn-out geraakt.
De consument vraagt om een erkenning dat de ondernemer niet zorgvuldig heeft gehandeld en de meldcode onjuist heeft toegepast. De consument hoopt daarmee dat andere ouders en gezinnen beschermd worden tegen onjuiste of ongefundeerde meldingen die grote gevolgen kunnen hebben voor hun gezin.
De consument vraagt voorts om een financiële vergoeding voor de geleden schade. De consument verlangt een terugbetaling van de kosten van kinderopvang voor de dagen waarop de zoon bij de ondernemer is geweest van € 2.351,54. Voorts verlangt de consument een vergoeding voor de emotionele en psychologische schade (immateriële schade) die de consument en zijn gezin door toedoen van de ondernemer hebben geleden.
Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft als professional in de kinderopvang de wettelijke plicht om een melding te doen bij Veilig Thuis indien er signalen zijn die daartoe aanleiding geven.
Op 13 december 2022 is de plaatsingsovereenkomst tussen de consument en de ondernemer ingegaan. Kort daarna, op 16 december 2022 heeft de ondernemer de meldcode gestart naar aanleiding van signalen over de zoon die door de medewerkers werden opgemerkt.
Op 16 januari 2023 vond er via de ouderapp een gesprek plaats over een luierbroekje en de volgende dag, op 17 januari 2023 hebben de ouders besloten de overeenkomst met de ondernemer op te zeggen. Hierdoor eindigde de opvang op 17 februari 2023.
De ondernemer heeft bij het doen van de melding de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gevolgd. Conform die meldcode is allereerst begonnen met het in kaart brengen van de signalen (stap 1.). Bij de zoon werden zorgwekkende signalen opgemerkt; hij at en dronk niet, plaste niet (ook niet in een luier) maakte nauwelijks contact met andere kinderen of pedagogisch medewerkers en oogde erg vermoeid. Daarnaast was de zoon moeilijk wakker te krijgen en sliep hij soms langdurig. Ook waren de ouders moeilijk bereikbaar voor vragen. Deze signalen sloten aan bij het beeld dat al bestond uit een eerdere periode in 2020 waarin de zoon eveneens door de ondernemer werd opgevangen. De signalen over de zoon zijn vastgelegd op 22 december 2022. In stap 2. van de meldcode heeft de ondernemer overleg gevoerd met de interne aandachtsfunctionaris. Op advies van Veilig Thuis is vervolgens besloten de meldcode verder in gang te zetten. Tevens is contact opgenomen met de ouders naar aanleiding van de opzegging van het contract en de zorgen omtrent de ontwikkeling van de zoon. De ouders werden uitgenodigd voor een gesprek om de zorgen te bespreken. De consument kon zich niet vinden in de signalen en gaf aan dat er bij een ander kinderdagverblijf [naam opvang] geen problemen waren. De consument reageerde niet inhoudelijk op de zorgen die de ondernemer had uitgesproken. Omdat de ouders de zorgen niet volledig overnamen, zij het contract hadden opgezegd en moeilijk bereikbaar waren is besloten de melding te doen bij Veilig Thuis. De consument heeft aangevoerd dat de melding ten onrechte is gedaan maar uit het feit dat Veilig Thuis na de ontvangst van de zorgmelding een veiligheidsbeoordeling heeft uitgevoerd en contact heeft gezocht met andere zorgverleners blijkt dat de zorgen van de ondernemer serieus zijn genomen.
De ondernemer stelt zich dan ook op het standpunt dat de meldcode zorgvuldig is toegepast en dat de zorgen voldoende ernstig waren om tot een melding over te gaan.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Sinds 2013 is de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van kracht. Die meldcode geeft professionals in de kinderopvang de verantwoordelijkheid om te reageren bij signalen en zorgen omtrent een kind. Professionals zijn verplicht te handelen volgens de stappen van de meldcode. De commissie dient te beoordelen of de ondernemer bij het doen van de melding voldoende zorgvuldig te werk is gegaan.
De meldcode kent de volgende vijf stappen:
1. in kaart brengen van signalen;
2. overleggen met een collega (eventueel Veilig Thuis raadplegen);
3. in gesprek gaan met de betrokkenen;
4. weging van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. Bij twijfel altijd Veilig Thuis raadplegen;
5. beslissen over melden en/of hulp organiseren.
Vast is komen te staan dat de ondernemer de meldcode al na de eerste opvangdag van [naam zoon] op 13 december 2022 en wel op 16 december 2022 heeft gestart.
Ter zitting heeft de ondernemer toegelicht dat de zorgen omtrent [naam zoon] dezelfde waren als de zorgen die naar voren waren gekomen toen in een eerdere periode de broer van [naam zoon] op de locatie van de ondernemer werd opgevangen.
Toen [naam zoon] op 13 december 2022 naar de opvang werd gebracht was er meteen sprake van een ‘niet pluis gevoel’ en ‘onderbuikgevoel’ en ‘intuïtie’ aldus de ondernemer.
De vader heeft echter naar voren gebracht dat de broer nooit opvang heeft genoten bij de ondernemer. [Naam zoon] zelf is in 2020 wel eerder kortdurend door de ondernemer opgevangen toen hij op de wachtlijst stond van de voorkeurslocatie van de consument bij [naam opvang]. Mogelijke zorgen over die opvangperiode zijn door de ondernemer op geen enkele manier onderbouwd of aangetoond. Ter zitting heeft de ondernemer te kennen gegeven dat verslagen van de opvangperiode van [naam zoon] over 2020 niet (meer) aanwezig zijn.
De ondernemer heeft naar voren gebracht dat [naam zoon] op die eerste opvangdag niet wilde eten of drinken, niet wilde plassen en weinig contact maakte met andere kinderen of de pedagogisch medewerkers. Door de ondernemer is echter ook vermeld dat [naam zoon] die eerste dag meerdere keren riep: “knuffel, knuffel of papa komt, papa komt”. De commissie is van oordeel dat dit geen zorgwekkend maar juist begrijpelijk gedrag is voor een driejarig kind dat in de drukke en spannende decembermaand voor het eerst (na een onderbreking van twee jaar) naar een nieuwe opvanglocatie gaat.
Door de ondernemer is voorts naar voren gebracht dat de ouders weinig bereikbaar waren. Door de ondernemer is echter een app wisseling overgelegd van 12,13 en 16 januari 2023 met de moeder van [naam zoon] waarin zij onverwijld en begripvol reageert op het excuus van de ondernemer dat [naam zoon] een luier droeg bij thuiskomst hoewel hij zindelijk was. Op 13 januari 2023 merkt de pedagogisch medewerker in die app wisseling voorts op: “…. Na zijn slaapje wilde hij meteen aan tafel zonder eerst te plassen. Hij heeft toen lekker zitten eten en vond alles gezellig. Ik ben toen helemaal vergeten hem zijn luier af te doen….”
Ook hieruit kan de commissie niet anders afleiden dan dat de ondernemer uiterst voorbarig was in het melden van signalen dat [naam zoon] niet wilde eten en geen contact maakte en de ouders niet bereikbaar waren. Na enkele weken gewenning had [naam zoon] zich kennelijk al goed aangepast en de ouders reageerden snel en adequaat.
De ondernemer heeft gesteld dat de opzegging van de opvangovereenkomst door de consument er mede toe heeft bijgedragen dat een melding is gedaan uit angst dat de zoon van de consument “buiten beeld” zou raken. Voor de ondernemer was het echter bekend dat [naam zoon] al twee jaar gedurende twee dagen per week werd opgevangen bij [naam opvang] en die opvang nog steeds plaatsvond.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de ondernemer overhaast en ongefundeerd heeft gehandeld door op 16 december 2022 de meldcode in gang te zetten. Een ‘onderbuikgevoel’ of ‘niet pluis gevoel’ na slechts één opvangmoment is daarvoor naar het oordeel van de commissie onvoldoende reden.
Een melding bij Veilig Thuis is voor de betrokkenen een zwaar middel waar zeer zorgvuldig mee dient te worden omgegaan. Aan die zorgvuldigheid heeft het in geval van de melding over [naam zoon] ontbroken. De klacht van de consument is dan ook gegrond.
De consument verlangt een restitutie van de opvangkosten die hij aan de ondernemer heeft betaald. Aangezien de opvang van [naam zoon] heeft plaatsgevonden en niet gebleken is dat de ondernemer daarbij zijn zorgplicht ten opzichte van [naam zoon] heeft geschonden is de commissie van oordeel dat de consument de opvangkosten voor [naam zoon] van 13 december 2022 tot 17 februari 2023 verschuldigd is.
De consument heeft voorts gevraagd om een financiële genoegdoening voor de emotionele impact die de melding op het gezin van de consument heeft gehad. Aangezien de consument dat verzoek niet nader heeft onderbouwd, zal de commissie het verzoek tot het toekennen van immateriële schadevergoeding eveneens afwijzen. Omdat de klacht gegrond is zal de commissie wel bepalen dat het door de consument betaalde klachtengeld door de ondernemer aan hem dient te worden vergoed.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de consument gegrond;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld;
– wijst het meer of anders verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer H. Stel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 13 oktober 2025.