Waar gaat de uitspraak over?
De zaak gaat over een incident waarbij het zoontje van de consument tijdens het buitenspelen over een hek klom en tien minuten onvindbaar was. De moeder vindt dat de kinderopvang ernstig nalatig is geweest en eist dat de betrokken medewerkers worden ontslagen en dat zij € 25.000 schadevergoeding krijgt voor de schrik en psychische schade. De ondernemer erkent dat er even geen toezicht was en biedt excuses aan. Direct na het ontdekken van de vermissing zijn medewerkers gaan zoeken, is 112 gebeld en is het kind snel en ongedeerd teruggevonden. Ook daarna heeft de ondernemer volgens de regels gehandeld: een ouder is meteen geïnformeerd, er is binnen 24 uur melding gemaakt bij de GGD en er zijn maatregelen genomen, zoals een hoger hek en een evaluatie met het team. De commissie oordeelt dat de ondernemer het incident serieus heeft genomen en op de juiste manier heeft gehandeld, zowel tijdens als na het voorval. Dat de moeder pas later hoorde wat er was gebeurd, kan de ondernemer niet worden verweten, omdat de vader wél direct was geïnformeerd. De commissie vindt een officiële waarschuwing voor de medewerkers passend en gaat niet over ontslag. Ook krijgt de consument geen schadevergoeding, omdat de gestelde psychische schade niet is onderbouwd en er geen juridische basis voor is. Daarom verklaart de commissie de klacht ongegrond en wijst zij de schadeclaim af.
De volledige uitspraak
Geschillencommissie Kinderopvang
Zaaknummer 1154616/1272726
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft gestelde geleden psychische schade door de consument en haar gezin doordat het zoontje van de consument over het hek van de buitenruimte van de kinderopvang is geklommen en
tien minuten onvindbaar is geweest.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument maakte gebruik van het kinderdagverblijf van de ondernemer voor de opvang van haar zoon [naam]. Op [datum] is [naam zoon] samen met een ander kind, in de buitenruimte over een hek geklommen en weggelopen. Er waren op dat moment geen pedagogisch medewerkers buiten aanwezig. De kinderen zijn binnen circa tien minuten ongedeerd teruggevonden.
Volgens de consument is er sprake van grove nalatigheid van naleving van alle veiligheidsnormen en was er sprake van een directe bedreiging van het leven en de gezondheid van [naam zoon]. De consument eist dat de ondernemer onmiddellijk overgaat tot disciplinair ontslag van de medewerkers die op dat moment verantwoordelijk waren voor de zorg van haar zoon. De ondernemer weigert de consument echter de namen van de medewerkers te geven en weigert ook om ze te ontslaan. Volgens de consument hadden zij en haar partner bovendien onmiddellijk en niet achteraf over het voorval geïnformeerd moeten worden. Ook op dat vlak is de ondernemer ernstig tekortgeschoten volgens de consument.
De consument eist dan ook dat een schadevergoeding ter hoogte van € 25.000 wordt toegekend voor het in gevaar brengen van het leven en de gezondheid van [naam zoon] door de ondernemer en voor de stress en het trauma dat het gezin door het incident heeft opgelopen. Ter zitting heeft de consument verklaard dat het psychisch leed er vooral uit bestaat dat zij zich voor de geest blijft halen wat er allemaal had kunnen gebeuren als [naam zoon] niet op tijd en ongedeerd was gevonden, zoals dat [naam zoon] gewond had kunnen raken of had kunnen overlijden. De consument kan dat niet loslaten. Volgens de consument heeft zij van het voorval een trauma opgelopen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op [datum] is [naam zoon] omstreeks 10:50 uur tijdens het buitenspelen, samen met een ander kind, over het hek geklommen. Er waren op dat moment buiten geen pedagogisch medewerkers aanwezig. Tijdens een wisselmoment (de medewerker die buiten toezicht hield, ging binnen kijken waar haar collega bleef), is [naam zoon] over het hek geklommen. Zodra de afwezigheid van de kinderen is opgemerkt, zijn de pedagogische medewerkers met een zoekactie begonnen en is 112 gebeld. De politie was binnen vier minuten ter plaatse. Burgernet is ingezet en een politiehelikopter die toevallig boven Zwolle vloog, heeft vanuit de lucht naar de kinderen gezocht. Ook de houders van de kinderopvangorganisatie zijn direct op de hoogte gesteld en onmiddellijk naar de opvanglocatie gekomen.
Binnen circa tien minuten nadat de is opgemerkt dat de kinderen over het hek waren geklommen en weggelopen, zijn de kinderen veilig teruggevonden (bij een in aanbouw zijnd pand naast de kinderopvanglocatie) en teruggebracht. Nadat het incident was afgehandeld met de politie, is de vader van [naam zoon] (tevens de partner van de consument) telefonisch op de hoogte gesteld van het voorval. De consument zelf was op dat moment telefonisch niet bereikbaar. De vader van [naam zoon] heeft met de ondernemer afgesproken dat hij [naam zoon] om 13:30 uur zou komen ophalen, hetgeen hij samen met de consument heeft gedaan. De consument bleek bij het ophaalmoment nog niet op de hoogte te zijn van het incident dat zich die ochtend had voorgedaan. De consument heeft na de kennisneming van het incident het contract met de ondernemer per direct opgezegd.
De ondernemer heeft na het incident binnen 24 uur een incidentmelding gedaan bij de GGD en is gestart met een evaluatie van het voorval. Ook de gemeente is geïnformeerd. Ondanks dat het hek door de GGD bij jaarlijkse controles als veilig is bevonden, is het hek na het incident vervangen door een hoger exemplaar.
De medewerkers die verantwoordelijk waren voor het toezicht op [naam zoon] hebben een officiële waarschuwing gehad wegens nalatigheid. Daarnaast heeft een bijeenkomst plaatsgevonden met alle pedagogisch medewerkers om lering te trekken uit het incident. Naast het feit dat alle protocollen herhaald onder de aandacht zijn gebracht, zijn er nadere praktische afspraken gemaakt voor het verbeteren van de onderlinge communicatie als medewerkers in verschillende ruimtes werken en bij wisselmomenten. Het protocol ‘vermissing kind’ is correct gevolgd: de hulpdiensten werden direct ingeschakeld, de ondernemers zijn geïnformeerd en (één van) de ouders is in kennis gesteld.
De ondernemer erkent dat het onaanvaardbaar is geweest dat er korte tijd buiten geen toezicht is geweest. De ondernemer heeft hiervoor mondeling en schriftelijk excuses aangeboden. De ondernemer heeft vervolgens echter gehandeld conform de daarvoor geldende protocollen en heeft maatregelen getroffen op het zich opnieuw voordoen van een dergelijk incident te voorkomen. De ondernemer heeft verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
Ten aanzien van de geëiste immateriële schadevergoeding van € 25.000 heeft de ondernemer opgemerkt dat voor zowel het kind als de ouder niet is onderbouwd waaruit de schade bestaat. Volgens de ondernemer ontbreekt voor beiden (ouder en kind) een juridische en feitelijke grondslag voor toekenning van schadevergoeding. De ondernemer heeft verzocht de vordering af te wijzen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie concludeert dat de consument door de ondernemer volledig in het gelijk is gesteld wat betreft het feit dat [naam zoon] en de andere kinderen buiten niet zonder toezicht van een pedagogisch medewerker hadden mogen verblijven. De commissie zal hierover niet opnieuw oordelen. De vraag die de commissie moet beantwoorden is of de ondernemer op het moment dat het voorval zich voordeed juist en voortvarend (conform protocollen en afspraken) heeft gehandeld en of dat ook het geval was nadat de kinderen veilig waren teruggekeerd naar de kinderopvang. Voorts dient de commissie te beoordelen of doeltreffende maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat dergelijke incidenten zich opnieuw voordoen. Tenslotte moet de commissie beoordelen of het voorval of de aanpak ervan schade voor de consument en/of [naam zoon] heeft opgeleverd.
De commissie concludeert dat binnen enkele minuten nadat de kinderen over het hek waren geklommen hun verdwijning is geconstateerd. Onmiddellijk daarna is actie ondernomen, waarbij men direct en adequaat de meest gevaarzettende plek – de openbare weg – heeft onderzocht, en is het protocol ‘Vermissing kind’ in werking gezet, inhoudende dat is gezocht door de pedagogisch medewerkers en een melding is gedaan bij 112. Daarnaast zijn de houders geïnformeerd over het incident. De commissie is van oordeel dat er accuraat en voortvarend is gehandeld door de ondernemer en acht aannemelijk dat dit handelen heeft bijgedragen aan het snel terugvinden van de kinderen.
Volgens de commissie is er ook nadat de kinderen ongedeerd zijn teruggevonden, correct gehandeld: één van de ouders is op de hoogte gebracht van het incident en binnen 24 uur is er een melding bij de GGD gedaan. De commissie is van oordeel dat de ouders tijdig zijn geïnformeerd over het voorval. Het feit dat de consument eerst om 13:30 uur bij het ophalen van [naam zoon] van de kinderopvanglocatie op de hoogte kwam van het incident dat die ochtend was voorgevallen, kan niet aan de ondernemer worden verweten. De ondernemer mocht ervan uit gaan dat de consument door haar partner, de andere ouder, was geïnformeerd.
De commissie is van oordeel dat ook uit de aanpak in de dagen en weken na het voorval blijkt dat de ondernemer het incident zeer serieus heeft genomen en alle mogelijke maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat een dergelijk incident zich opnieuw voordoet. Dit blijkt naar het oordeel van de commissie onder andere uit het feit dat de pedagogisch medewerkers bijeen zijn geroepen om lering te trekken uit het incident en om nogmaals de puntjes op de i te zetten wat betreft het naleven van protocollen en afspraken.
Voor zover de consument eist dat de ondernemer de betrokken medewerkers ontslaat, overweegt de commissie dat het toewijzen van deze eis de bevoegdheid van de commissie ver te buiten gaat, maar dat ook overigens het geven van een officiële waarschuwing in deze situatie een proportionele afdoende maatregel is geweest.
De commissie is op grond van vorenstaande van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Wat betreft het verzoek tot toekenning van schadevergoeding overweegt de commissie dat nu de klacht betreffende het handelen door de ondernemer tijdens en na het incident ongegrond is verklaard, die klacht niet tot toekenning van schadevergoeding kan leiden. Ten aanzien van eventuele geleden schade door het incident zelf overweegt de commissie dat de gestelde psychische schade die met name de consument stelt te hebben geleden niet is onderbouwd, maar ook dat er geen juridische grondslag bestaat op grond waarvan de gestelde ‘stel-dat’-schade van de consument zelf tot toekenning schadevergoeding kan leiden. Voorts is naar het oordeel van de commissie niet aannemelijk gemaakt dat [naam zoon] schade heeft geleden door het incident. De commissie wijst de vordering tot toekenning van schadevergoeding dan ook af.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst de vordering tot toekenning van schadevergoeding af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, de heer Y. Dragstra, mevrouw E.C. Rosemünd, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. C. Koppelman, secretaris, op 7 november 2025.