Commissie: kinderopvang
Categorie: (on)zorgvuldig handelenContract
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1321057/1322166
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De klacht gaat over het feit dat de kinderopvangorganisatie de overeenkomst met de consument plotseling en per direct heeft beëindigd, omdat volgens de ondernemer door moeder en oma medische informatie was gegeven waaruit zou blijken dat de zoon van de consument een hoog risico had op ademhalingsproblemen. De consument zegt dat deze informatie niet klopt en dat zijn zoon volgens artsen geen ernstige medische problemen heeft. Hij vindt dat de opvang de overeenkomst onterecht heeft beëindigd en dat er geen gesprek met hem is gevoerd. De ondernemer stelt dat de pedagogisch medewerkers zich onveilig voelden doordat zij dachten dat de jongen mogelijk in levensgevaar kon komen, en dat zij die verantwoordelijkheid niet konden dragen. De commissie oordeelt dat de ondernemer geen zwaarwegende reden had om het contract per direct te beëindigen. Uit medische verklaringen blijkt dat de jongen geen extra zorg nodig heeft, dat er geen acute situatie was en dat de opvang al sinds begin dat jaar wist dat hij gevoelig was voor (pseudo)kroep. Ook is niet gebleken dat de veiligheid van het kind of andere kinderen in gevaar was. Daarnaast heeft de ondernemer de opzegging niet goed gemotiveerd en onvoldoende rekening gehouden met de belangen van het kind en de ouder, zoals de verplichting om continuïteit van opvang te bieden en tijdig alternatieven te zoeken. Daarom wordt de klacht volledig gegrond verklaard. De consument moet de opvang gewoon kunnen blijven gebruiken, en de ondernemer moet het klachtengeld terugbetalen. De gevraagde vergoeding voor verlofdagen wordt afgewezen omdat deze niet is onderbouwd.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de eenzijdige beëindiging van de overeenkomst met onmiddellijke ingang door de ondernemer vanwege medische informatie over het kind die door moeder en oma aan de ondernemer zou zijn verstrekt.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en de door hem ter zitting gegeven toelichting. In de kern komt zijn standpunt op het volgende neer.
Sinds augustus 2024 maakt [naam zoon], de zoon van de consument, gebruik van opvang bij de ondernemer.
In december 2025 heeft de ondernemer per direct en zonder overleg de overeenkomst eenzijdig opgezegd. In de schriftelijke verklaring die enkele dagen daarna is verstrekt staan onjuiste feiten, zoals medische gegevens en ambulancebezoeken, die niet hebben plaatsgevonden.
De consument heeft medische verklaringen aangeleverd waaruit blijkt dat geen sprake is van ernstige gezondheidsproblemen bij de zoon en dat volgens de betrokken medici geen indicatie is voor opvang in een medisch kinderdagverblijf. De ondernemer blijft echter bij zijn standpunt.
De consument wenst dat de opzegging ongedaan wordt gemaakt en dat de ondernemer op normale wijze met de consument in gesprek gaat over de opvang van [naam zoon]. De pedagogisch medewerkers zouden zich onnodig onveilig voelen en de consument neemt de zorgen van de pedagogisch medewerkers graag weg.
Daarnaast wenst de consument compensatie voor de verlofdagen die hij plotseling moest inzetten vanwege de opzegging.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en de ter zitting gegeven toelichting. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De directe aanleiding voor beëindiging van het contract is de medische informatie over [naam zoon] die de ondernemer heeft ontvangen van moeder en oma. Bij [naam zoon] is sprake van een litteken in de luchtpijp in combinatie met kroep, waardoor zijn ademhaling kan stagneren. De vrouw van de consument heeft aangegeven dat de ambulance inmiddels zes keer thuis is geweest omdat [naam zoon] geen adem kreeg en blauw aanliep. Ook heeft de vrouw van de consument de pedagogisch professionals instructies gegeven over hoe te handelen in dergelijke situaties: tijdens slaapmomenten de babyfoon en camera nauwlettend monitoren, bij een kuchje direct in de slaapkamer kijken en bij een stokkende ademhaling [naam zoon] direct rechtop op schoot nemen en proberen te kalmeren.
De pedagogisch medewerkers hebben een volle verticale groep onder hun verantwoordelijkheid. Zij geven aan bang te zijn te laat te komen wanneer een dergelijke situatie zich voordoet. Deze angst zorgt voor een onveilig gevoel op de werkvloer en daarnaast willen zij deze zware verantwoordelijkheid niet dragen.
Om de pedagogisch medewerkers te beschermen en om de veiligheid van alle kinderen op de groep te waarborgen, heeft de ondernemer in verband met de hierboven beschreven acute situatie besloten de overeenkomst per direct te beëindigen. De ondernemer heeft geen zekerheid dat zich geen ernstige situaties zullen voordoen. Mocht een situatie plaatsvinden, dan is de organisatie daarvoor aansprakelijk.
De ondernemer heeft contact opgenomen met Integrale Vroeghulp (IVH), een instantie die de brede ontwikkeling van kinderen in kaart brengt en daarbij ook medische specialisten kan betrekken, zoals de kinderarts of fysiotherapeut. Zij kunnen goed onderzoeken wat [naam zoon] nodig heeft en passende middelen inzetten. Ook kunnen zij het eerder afgewezen PGB opnieuw beoordelen en adviseren over mogelijke ondersteuning via de zorgverzekering of de gemeente.
Beoordeling van het geschil
Toetsingskader
Op de overeenkomst tussen de consument en de ondernemer zijn de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang, Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2016 (hierna te noemen: Algemene voorwaarden) van toepassing.
Op grond van artikel 10 lid 3 van deze Algemene voorwaarden is de ondernemer slechts bevoegd de overeenkomst op te zeggen op grond van een zwaarwegende reden. Als zwaarwegende reden wordt onder andere aangemerkt de situatie dat het kind door ziekte of anderszins extra verzorgingsbehoeftig is, het kind en/of de ouder een risico of bedreiging vormt voor de geestelijke en/of lichamelijke gezondheid of veiligheid van anderen en/of de dienstverlening van de ondernemer aan (de kinderen van) andere ouders belemmert of onevenredig verzwaart.
Conform eerdere jurisprudentie merkt de commissie een eenzijdige beëindiging van de overeenkomst aan als een toekomstige weigering van de toegang tot de opvang. Dit betekent dat de bepalingen die zien op de weigering van de toegang (in dit geval artikel 11 van de Algemene voorwaarden), van overeenkomstige toepassing zijn op dit geschil.
Hieruit volgt dat een consument die het niet eens is met de beslissing van de ondernemer de overeenkomst eenzijdig te beëindigen, een verkorte procedure bij de commissie kan starten, zoals in dit geval is gebeurd.
Bij de commissie ligt dan ook de vraag voor of in het onderhavige geschil sprake is van een zwaarwegende reden die de eenzijdige beëindiging van de overeenkomst rechtvaardigt.
Is sprake van een zwaarwegende reden?
De ondernemer heeft de opvangovereenkomst met de consument eenzijdig beëindigd op grond van medische informatie die volgens de ondernemer eind november 2025 door de moeder en de oma van [naam zoon] zou zijn verstrekt. De ondernemer stelt dat de aard en inhoud van deze informatie zodanig ernstig waren dat de pedagogisch medewerkers de opvangovereenkomst niet langer wilden en konden uitvoeren. Volgens de ondernemer was sprake van een acute situatie die een onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst rechtvaardigde.
De commissie volgt dit standpunt niet.
Conform de Algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn, kan de ondernemer slechts de overeenkomst opzeggen op grond van een zwaarwegende reden. Als zwaarwegende redenen worden in ieder geval aangemerkt de situatie dat het kind door ziekte of anderszins extra verzorgingsbehoeftig is, het kind en/of de ouder een risico of bedreiging vormt voor de geestelijke en/of lichamelijke gezondheid of veiligheid van anderen of de opvang van het kind een normale opvang van de andere kinderen onevenredig verzwaart of belemmert.
Dat zich één van deze situaties voordoet, heeft de ondernemer onvoldoende gemotiveerd gesteld. Uit de overgelegde medische verklaringen van de kinderarts, de KNO-arts en de kinderfysiotherapeut volgt immers dat geen sprake is van ernstige medische zorgen ten aanzien van [naam zoon] en dat medisch ingrijpen op dit moment niet geïndiceerd is; er wordt een afwachtend beleid gevoerd. Integendeel, uit de medische verklaringen blijkt dat [naam zoon] in de afgelopen maanden een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat wordt verwacht dat deze ontwikkeling zich zal voortzetten. Zowel de kinderarts als de KNO-arts geven expliciet aan dat geen indicatie bestaat voor plaatsing op een medisch kinderdagverblijf. Eenzelfde conclusie omtrent de positieve ontwikkeling van [naam zoon] volgt uit de analyse van de pedagogisch coach van 5 november 2025.
De ondernemer heeft niet gemotiveerd op welke wijze de door de moeder en oma verstrekte informatie heeft geleid tot een toegenomen verzorgingsbehoefte van [naam zoon] die de ondernemer feitelijk niet naar behoren kan leveren, noch in hoeverre [naam zoon] daardoor een risico of bedreiging zou vormen voor andere kinderen, dan wel waarom de opvang van [naam zoon] de normale opvang van andere kinderen onevenredig zou verzwaren of belemmeren. De consument heeft bovendien uitdrukkelijk betwist dat [naam zoon] extra verzorgingsbehoeftig is en heeft deze betwisting onderbouwd met medische verklaringen. Verder is niet gebleken van enige gebeurtenis of incident waarbij de veiligheid van [naam zoon] of die van andere kinderen in het geding is geweest.
Gelet op het voorgaande kan de commissie niet vaststellen dat sprake is van een zwaarwegende reden die de eenzijdige opzegging van de opvangovereenkomst rechtvaardigt. De klacht van de consument is op dit punt gegrond.
Wijze van opzegging
De ondernemer heeft aangevoerd dat door de informatieverstrekking door de moeder en de oma sprake was van een acute situatie, die zodanig ernstig was dat de contractueel overeengekomen opzegtermijn van één maand niet in acht hoefde te worden genomen. Om die reden heeft de ondernemer de opvangovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd.
Naar het oordeel van de commissie is geenszins gebleken dat begin december 2025, door de betreffende (gestelde) informatieverstrekking, een acute situatie is ontstaan. Indien de betreffende informatie al door moeder en oma zou zijn verstrekt – wat de consument heeft betwist – dan betrof dit geen nieuwe informatie. Uit de door de ondernemer overgelegde stukken blijkt dat de ondernemer reeds sinds
februari 2025 wist dat [naam zoon] bekend was met (pseudo-)kroep. In februari 2025 is immers gesproken over het plaatsen van een camera vanwege (pseudo-)kroep en in mei 2025 was in dat kader sprake van een ziekenhuisopname.
Ook is niet gebleken van een gebeurtenis of incident dat zich vóór of op 2 december 2025 heeft voorgedaan en op grond waarvan de situatie als acuut zou moeten worden aangemerkt. De ondernemer heeft ter zitting, ondanks herhaaldelijk daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, de aard en ernst van de gestelde acute situatie onvoldoende concreet kunnen toelichten.
Daar komt bij dat de door de ondernemer gehanteerde Algemene voorwaarden geen grondslag bieden voor opzegging met onmiddellijke ingang in een situatie als de onderhavige. Op grond van artikel 10 lid 4 van de toepasselijke Algemene voorwaarden is slechts in geval van een betalingsachterstand sprake van een bevoegdheid tot onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst.
Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer bij de wijze van opzegging onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de consument en met het belang van [naam zoon] bij continuïteit van de opvang en heeft er geen overleg plaatsgevonden om te zoeken naar een voor alle betrokkenen acceptabele oplossing voor de situatie. De ondernemer heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat deze belangen, evenals de mogelijkheid voor de consument om tijdig alternatieve opvang te organiseren, niet zijn betrokken bij de besluitvorming. De commissie is van oordeel dat van een professionele kinderopvangorganisatie mag worden verwacht dat dergelijke belangen expliciet worden meegewogen.
Ten overvloede overweegt de commissie dat de ondernemer op grond van artikel 10 lid 4 van de Algemene voorwaarden gehouden is de schriftelijke opzegging te motiveren. De schriftelijke opzegging van
2 december 2025, bestaande uit een e-mail van de afdeling Planning, bevat geen enkele motivering. Dat de ondernemer stelt de beëindiging mondeling te hebben toegelicht, kan hieraan niet afdoen, nu de Algemene voorwaarden uitdrukkelijk verlangen dat de schriftelijke opzegging wordt gemotiveerd.
Conclusie
De klacht van de consument wordt in het geheel gegrond verklaard.
Nu geen sprake is van een gegronde reden die de eenzijdige opzegging van de plaatsingsovereenkomst rechtvaardigt, blijft de plaatsingsovereenkomst van de consument ongewijzigd in stand. De consument dient dan ook op de gebruikelijke wijze gebruik te kunnen blijven maken van de opvang van de ondernemer.
Hoewel de commissie niet voorbij wil gaan aan het verantwoordelijkheidsgevoel van de ondernemer,
vloeit de weigering van de pedagogisch medewerkers naar mening van de commissie hoofdzakelijk voort uit onzekerheid. De ondernemer heeft immers aangevoerd dat de pedagogisch medewerkers stress ervaren en het spannend vinden om voor de zoon van de consument te zorgen. Dergelijke onzekerheid en stress kan wellicht worden gereduceerd door meer uitleg over de aandoening en verzorging van [naam zoon]. De kinderarts heeft aangeboden hierin een rol te kunnen spelen.
De commissie gaat ervanuit dat beide partijen zich coöperatief zullen blijven opstellen in het belang van [naam zoon], waar nodig met behulp van Integrale Vroeghulp of andere vormen van ondersteuning of begeleiding.
Klachtengeld en vordering
Aangezien de klacht van de consument gegrond wordt verklaard, dient het klachtengeld overeenkomstig het reglement van de commissie voor rekening van de ondernemer te komen.
Ten slotte wenst de consument een vergoeding voor de verlofdagen die hij heeft moeten opnemen vanwege de abrupte beëindiging van de overeenkomst. Nu deze vordering in het geheel niet is onderbouwd, moet deze worden afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de consument gegrond;
– bepaalt dat de consument op gebruikelijke tijd en wijze gebruik dient te kunnen blijven maken van
de opvang van de ondernemer;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld;
– wijst de vordering ten aanzien van de verlofdagen af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. J.M.P. Drijkoningen, voorzitter, de heer mr. E.A.J. Vergouwen, mevrouw mr. M. Stroetenga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 18 december 2025.