Geschil over tariefsverhoging en adviesrecht oudercommissie in de kinderopvang

Klachtenloket Kinderopvang



Commissie: kinderopvang    Categorie: Tarief    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 960445/1153330

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een oudercommissie klaagde dat zij onvoldoende informatie had ontvangen om haar adviesrecht uit te oefenen bij tariefsverhogingen voor 2024 en 2025. Volgens de OC gaf de ondernemer geen inzicht of de verhogingen daadwerkelijk voortkwamen uit kostenstijgingen. De ondernemer verweerde zich met de stelling dat de verhogingen waren gebaseerd op prognoses van adviesbureau AYIT, een in de sector breed geaccepteerde basis. Daarnaast wees hij op de uitgebreide informatievoorziening en overlegmomenten die wel hadden plaatsgevonden. De commissie stelde dat haar toets beperkt is tot de vraag of de ondernemer in redelijkheid van het negatieve advies mocht afwijken. Zij oordeelde dat een algemene prognose op zichzelf onvoldoende is; de OC moet kunnen zien hoe prognoses zich verhouden tot werkelijke kosten op locatieniveau. Omdat de ondernemer dit inzicht niet had verschaft, was de OC niet in staat een goed onderbouwd advies te geven. Ook het besluit om het negatieve advies naast zich neer te leggen was onvoldoende gemotiveerd. Een accountantsverklaring, zoals door de OC voorgesteld, vond de commissie niet nodig, maar basale financiële onderbouwing op hoofdlijnen wel. Het adviestraject voldeed daarom niet aan de wettelijke vereisten. Het besluit van de ondernemer over de tariefstijging kan niet in stand blijven.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer in redelijkheid kon komen tot het besluit om de negatieve advisering door de oudercommissie ten aanzien van de prijsstijging niet te volgen.
Standpunt van de oudercommissie

Voor het standpunt van de oudercommissie verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De oudercommissie (hierna: de OC) heeft in 2024 een zaak over het adviestraject gemeld bij de Geschillencommissie Kinderopvang en is in het gelijk gesteld. De ondernemer heeft opnieuw een adviesverzoek ingediend voor de prijsverhoging van zowel 2024 als 2025. In het adviestraject weigert de ondernemer nog steeds voldoende inzicht te geven of de prijsverhogingen daadwerkelijk voortkomen uit kostenstijgingen (zoals de ondernemer beweert). De OC is niet in staat gesteld het adviesrecht goed uit te voeren.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De OC is van mening dat de ondernemer de Wet kinderopvang niet nakomt, in het bijzonder artikel 1.60 lid 5. Daarin staat dat een OC van de houder een duidelijke toelichting mag verwachten bij de noodzaak, de gemaakte keuzes en afwegingen die gemaakt zijn om tot de nieuw uurtarief te komen. De oplossing die de OC voorstelt is een jaarlijks terugkerende accountantsverklaring. Deze accountantsverklaring zal – in het voorstel van de OC – bestaan uit twee onderdelen: de accountant verklaart dat de prijsstijgingen als voorgesteld door de ondernemer daadwerkelijk overeenkomen met de begroting voor de betreffende locatie en de accountant verklaart over een eventuele afwijking.

Volgens de ondernemer gaat de OC hiermee zijn adviesbevoegdheid conform de Wet Kinderopvang te buiten, door te willen controleren in plaats van adviseren. In het algemeen geldt dat aan de kinderopvang-ondernemer vrijheid toekomt bij het bepalen van de tariefsverhoging, zolang deze binnen redelijke grenzen blijft.

Het valt naar de mening van de ondernemer ook niet onder de bevoegdheid van de commissie om een procedure voor een OC-traject op te leggen aan de ondernemer.

Het adviestraject
De OC heeft zeer uitgebreide en onderbouwde informatie gekregen. Zowel in de adviesaanvraag, de bijlagen bij die adviesaanvraag, de verschillende rondes van vragen en antwoorden, de onderbouwing van de afwijking van het negatieve advies en in de mondelinge bijeenkomsten die ook naderhand nog hebben plaatsgevonden. Op 28 mei jl. heeft een meeting van ruim twee uur plaatsgevonden met alle OC’s van de ondernemer om de inhoud en de context nader te duiden en afspraken te maken over toekomstige adviestrajecten.

Zoals aangegeven in de adviesaanvraag is de kostenprognose van AYIT al sinds jaar en dag de basis. Dit rapport was een bijlage bij de adviesaanvraag en in de adviesaanvraag is per post aangeven wat het relevante percentage is dat geldt voor de locaties. De ondernemer heeft daarnaast gedegen en nauwkeurig onderbouwd wat de overige additionele kostenveroorzakers zijn.

Deze informatie volstaat naar de mening van de ondernemer voor de taak van de OC om een advies uit te kunnen brengen. Dat heeft de OC ook gedaan: er is een negatief advies uitgebracht. Daaropvolgend heeft de ondernemer uitgebreid gereageerd waarom afgeweken wordt van het negatieve advies. De ondernemer is dan ook van mening dat voldaan is aan alle zorgvuldigheidseisen.

Beoordeling van het geschil

Toetsingskader
Bij de beantwoording van de vraag of de ondernemer van het advies van de oudercommissie mag afwijken, geldt in het algemeen dat aan de commissie slechts een marginale toetsing toekomt. Die toetsing houdt in dat de commissie alleen beoordeelt of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen komen tot zijn besluit van het advies af te wijken. In beginsel komt aan de ondernemer de vrijheid toe zijn eigen beleid te voeren en te bepalen op welke wijze hij zijn doel met zijn onderneming wil bereiken. De commissie kan pas tussenbeide komen wanneer voldoende duidelijk is dat wegens gebrek aan voldoende onderbouwing van het bestreden besluit, dat besluit in redelijkheid niet in stand kan blijven.

De commissie benadrukt dat de marginale toets niet ziet op de inhoud van het besluit van de ondernemer, maar slechts op de wijze waarop dat besluit tot stand is gekomen.

De commissie stelt vast dat voor een beoordeling van de voorliggende klacht het volgende toetsingskader van belang is: Wet Kinderopvang, artikel 1.60 lid 5: De houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft.

Wet Kinderopvang, artikel 1.60 lid 2: Van een advies als bedoeld in het eerste lid kan de houder van het kindercentrum of van het gastouderbureau slechts afwijken indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet.

De commissie stelt vast dat de wetgever het adviesrecht van de oudercommissie op het niveau van de locatie heeft belegd. Dit is bepaald in de Wet Kinderopvang, artikel 1.58 lid 1.

Wat aan het geschil vooraf is gegaan
De Geschillencommissie Kinderopvang heeft eerder uitspraak gedaan in een geschil tussen de OC en de ondernemer, betreffende het adviestraject inzake de prijswijziging voor het jaar 2024. In die uitspraak, bekend onder referentienummer 253041/382522, oordeelde de commissie dat het besluit van de ondernemer geen stand kon houden, gelet op de wijze waarop dit besluit tot stand was gekomen.

Op 4 september 2024 heeft de ondernemer een gecombineerde adviesaanvraag bij de Ondernemingsraad voor de Kinderopvang (OC) ingediend met betrekking tot de voorgenomen prijsverhogingen voor de jaren 2024 en 2025. In reactie hierop heeft de OC tweemaal schriftelijk aanvullende vragen gesteld, waarop de ondernemer inhoudelijk heeft gereageerd. Op 6 november 2024 heeft de OC een negatief advies uitgebracht. Bij brief van 18 november 2024 heeft de ondernemer de OC vervolgens in kennis gesteld van zijn voornemen om van dit negatieve advies af te wijken.

Beoordeling
De OC stelt zich op het standpunt dat de ondernemer geen of onvoldoende inzicht heeft geboden in de wijze waarop de tariefsverhogingen voor 2024 en 2025 tot stand zijn gekomen, en dat daardoor niet voldaan is aan de verplichting de OC voldoende in staat te stellen om haar adviesrecht effectief uit te oefenen. Volgens de OC is niet onderbouwd of gebleken dat de tariefsverhogingen voortkomen uit kostenstijgingen, zoals de ondernemer heeft beweerd.

De ondernemer heeft aangevoerd dat de tariefsverhogingen zijn gebaseerd op de prognose van adviesbureau AYIT. De ondernemer is verder van mening dat in het adviestraject, waaronder mondelinge toelichting en beantwoording van vragen, nadere onderbouwing is gegeven van de keuzes ten aanzien van het gehanteerde percentages in het AYIT-rapport en eventuele bijkomende kostenfactoren.

De commissie stelt vast dat de AYIT-prognoses binnen de kinderopvangsector als betrouwbaar worden gezien en een breed geaccepteerde bron vormen om voorgenomen besluiten over het tarief op te baseren. Indien een ondernemer bij tariefsverhoging binnen de bandbreedte van de AYIT-prognose blijft, is dat in beginsel – mits correct en transparant toegepast – een redelijke basis voor besluitvorming over tariefsverhogingen.

De commissie overweegt dat het overleggen van een algemene prognose onvoldoende is indien niet duidelijk is in hoeverre die prognose aansluit bij de feitelijke situatie op locatieniveau op dat moment. Tevens is de commissie van oordeel dat het legitiem is dat de OC bij de afwegingen over een nieuwe adviesaanvraag desgevraagd beschikt over gegevens waaruit blijkt in hoeverre de feitelijke kosten in het voorafgaande jaar overeenkomen, respectievelijk afwijken van de prognoses die destijds zijn gehanteerd bij de wijziging van het uurtarief.

De commissie constateert dat in dit geval de OC niet heeft beschikt over de informatie die duidelijkheid geeft over de vraag hoe de door de ondernemer gehanteerde prognoses zich verhouden tot de werkelijke kosten op locatieniveau over het tijdvlak van die gehanteerde prognose. Dit mede gelet op het feit dat de voorgestelde tariefstijging zich aan de bovengrens – of in 2024 daarboven – van de prognose bevond. Voor de OC was daardoor niet kenbaar of de tariefsverhoging in verhouding stond tot de gestegen kosten.

Ter zitting heeft de ondernemer verklaard dat de boekhouding ook op locatieniveau wordt gevoerd. Dit biedt de mogelijkheid om – zonder in detail te treden – op hoofdlijnen inzichtelijk te maken dat de toegepaste prognose in redelijkheid kan worden toegepast op locatieniveau. Dergelijke informatie acht de commissie noodzakelijk om de OC in staat te stellen haar adviesrol goed en zorgvuldig te vervullen.

Een jaarlijkse accountantsverklaring, zoals door de OC voorgesteld, acht de commissie niet proportioneel.
De commissie benadrukt dat het niet de taak van de OC is om financieel toezicht te houden of om beleidsbeslissingen te beoordelen op doelmatigheid. Wél is het noodzakelijk dat de OC over voldoende relevante informatie beschikt om het voorgenomen besluit te kunnen wegen en hierover gemotiveerd advies uit te brengen.

De ondernemer heeft naar het oordeel van de commissie nagelaten om op hoofdlijnen op locatieniveau inzichtelijk te maken dat de door hem gehanteerde prognose aansluit bij de daadwerkelijke financiële situatie. Daarmee is de OC onvoldoende in staat gesteld om een zorgvuldig en goed onderbouwd advies uit te brengen.

De commissie stelt vast dat de ondernemer ook in zijn besluit over de tariefstelling deze informatie niet heeft verstrekt. Daarmee heeft de ondernemer het negatieve advies van de oudercommissie onvoldoende gemotiveerd naast zich neergelegd.

De commissie komt tot de conclusie dat het onderhavige adviestraject in onvoldoende mate voldoet aan de hierboven onder toetsingskader vermelde wettelijke bepalingen.

Het is dan ook aan de ondernemer om via de daarvoor gewezen procedure tot een nieuw besluit te komen.

Overweging ten overvloede
De commissie stelt vast dat het wederzijds vertrouwen tussen partijen in het adviestraject is aangetast. De commissie hoopt met het hierboven geschetste kader tevens een richtlijn te hebben gegeven waarmee beide partijen adequaat en met respect voor de wederzijdse posities invulling kunnen geven aan toekomstige adviesprocedures.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de oudercommissie gegrond;
– bepaalt dat het besluit van de ondernemer ten aanzien van het gecombineerde prijsadviestraject niet in stand kan blijven;
– bepaalt dat de ondernemer het betaalde klachtengeld van € 25, — aan de oudercommissie moet vergoeden binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer drs. H. Grachten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 14 juli 2025.