Ondernemer heeft tariefsverhoging voor oudercommissie voldoende onderbouwd.

Klachtenloket Kinderopvang
Print Friendly, PDF & Email



Commissie: kinderopvang    Categorie: Oudercommissieprijsverhoging    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 210322/228994

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer de oudercommissie voldoende informatie heeft gegeven en de informatie voldoende heeft onderbouwd waarom hij is afgeweken van het advies van de oudercommissie met betrekking tot de tariefsverhoging van 11,4% met ingang van 1 januari 2023. De oudercommissie heeft een negatief advies uitgebracht over deze tariefsverhoging. Volgens de oudercommissie heeft de ondernemer onvoldoende onderbouwd waarom die verhoging 11,4% zou moeten bedragen. De ondernemer heeft de verhoging doorgevoerd. De commissie stelt vast dat de ondernemer aan de oudercommissie schriftelijk en mondeling de informatie heeft gegeven die volgens hem ten grondslag liggen aan de prijswijziging. Verder heeft de ondernemer in grote lijnen voldoende geantwoord op de vragen die door de oudercommissie zijn gesteld. De commissie komt tot de conclusie dat het onderdeel van de klacht over de ontoereikende informatievoorziening niet gegrond is. De oudercommissie had naar het oordeel van de commissie (gelet op het informatietraject dat aan het advies van de oudercommissie voorafging) de beschikking over voldoende informatie om een advies uit te brengen. De klacht is dan ook ongegrond en de door de oudercommissie verzochte aanpassing van de tarieven wordt afgewezen.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De oudercommissie heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer de oudercommissie voldoende informatie heeft verschaft en voldoende heeft onderbouwd waarom hij heeft mogen afwijken van het advies van de oudercommissie met betrekking tot de tariefsverhoging van 11,4% met ingang van 1 januari 2023.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en naar hetgeen zij tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De oudercommissie heeft een negatief advies uitgebracht over de tariefsverhoging per 1 januari 2023. Volgens de oudercommissie heeft de ondernemer onvoldoende onderbouwd waarom die verhoging 11,4% zou moeten bedragen.

De ondernemer heeft het advies van de oudercommissie naast zich neergelegd en de verhoging doorgevoerd. De ondernemer heeft ervoor gekozen om de berekening van de stijging voor de locatie [locatienaam kinderopvang] niet (voldoende) te verklaren en de noodzakelijkheid van de algehele tariefsverhogingen voor de continuïteit van de opvang niet (voldoende) onderbouwd. Zo is niet toegelicht waarom een lagere operationele marge ongewenst is, bijvoorbeeld omdat de continuïteit van de kinderopvang dan in gevaar wordt gebracht. Daarnaast heeft de ondernemer de oudercommissie niet (tijdig en schriftelijk) van alle informatie voorzien die de oudercommissie redelijkerwijs nodig heeft om de noodzakelijkheid van de verhoging op vestigingsniveau te toetsen. De ondernemer heeft daarom niet aan haar informatieplicht voldaan.

Indien de ondernemer zijn motivering om af te wijken van het advies van de oudercommissie voldoende kan en wil onderbouwen, dan stelt de oudercommissie voor dat de ondernemer dat alsnog doet. Indien niet, dan lijkt volgens de oudercommissie uit artikel 1.60 lid 2 Wet Kinderopvang te volgen dat het advies van de oudercommissie door de ondernemer dient te worden gevolgd, wat inhoudt dat de tarieven dienovereenkomstig dienen te worden aangepast.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en naar hetgeen hij tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft per 1 januari 2023 op goede gronden een tariefsverhoging bij al haar locaties doorgevoerd. Hij zag zich hiertoe genoodzaakt in het belang van de kinderopvang. Voorafgaand heeft de ondernemer de oudercommissie in de gelegenheid gesteld hierover te adviseren. De oudercommissie is voorzien van alle informatie die zij redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling van haar adviestaak. Hiertoe is de ondernemer al in juli 2022 begonnen met het informeren van de oudercommissie over het voornemen tot tariefsverhoging. Verder heeft de ondernemer ook aan de andere wettelijke en contractuele verplichtingen voldaan voordat zij overging tot de tariefsverhoging. De oudercommissie heeft een negatief advies gegeven. De ondernemer is hiervan op goede gronden afgeweken en heeft de oudercommissie hierover gemotiveerd geïnformeerd. Het staat de ondernemer vrij om af te wijken van het advies van de oudercommissie. De ondernemer concludeert de oudercommissie voldoende te hebben betrokken bij en voldoende te hebben geïnformeerd inzake de onderbouwing van de tariefsverhoging voor het jaar 2023.

Op het verzoek van de oudercommissie nadere gegevens te verstrekken met betrekking tot de locatie specifieke cijfers van [locatienaam kinderopvang] en het ter beschikking stellen van dividendoverzichten, heeft de ondernemer negatief gereageerd. De ondernemer heeft aangevoerd dat hij niet gehouden is inzicht te geven in de financiële situatie van de locatie [locatienaam kinderopvang], althans niet op de wijze zoals door de oudercommissie verzocht. Desondanks heeft de ondernemer de oudercommissie nader geïnformeerd. Zij heeft uitgebreid informatie verstrekt met betrekking tot de prognose van de loonkosten van [naam kinderopvang] voor 2022 en 2023. De conclusies van de Ayit-prognose zijn met de oudercommissie gedeeld.

Daarnaast heeft de ondernemer voor de overige kostenposten per onderdeel inzicht gegeven in de stijging van de kosten voor de locatie [locatienaam kinderopvang] en die van alle vestigingen in Utrecht. Wat betreft de differentiatie tussen vestigingen is aangegeven welke factoren daarbij een rol spelen en hoe die factoren invloed hebben op de prijsdifferentiatie van locatie [locatienaam kinderopvang]. De ondernemer concludeert dat hij de oudercommissie tijdig en schriftelijk (evenals als mondeling) alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft, heeft verstrekt, zodat hij heeft voldaan aan zijn plicht op grond van artikel 1.60 lid 5 van de Wet Kinderopvang.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Onderhavige zaak betreft naar het oordeel van de commissie de vraag of de ondernemer bevoegd is de overeengekomen prijs ingevolge de Algemene Voorwaarden te verhogen, na de oudercommissie -zoals bepaald in artikel 1.60 lid 1 sub f Wet kinderopvang – voldoende in de gelegenheid te hebben gesteld advies uit te brengen.

Ingevolge artikel 1.60 lid 1 sub f van de Wet kinderopvang stelt de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau de oudercommissie in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de wijziging van de prijs van kinderopvang. Ingevolge het vijfde lid van dat artikel verstrekt de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft.

De ondernemer kan slechts van het advies van de oudercommissie afwijken indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (artikel 1.60 lid 2 Wet kinderopvang). Bij de beantwoording van de vraag of de ondernemer van het advies van de oudercommissie mag afwijken, geldt in het algemeen dat aan de commissie slechts een marginale toetsing toekomt. Die toetsing houdt in dat de commissie alleen beoordeelt of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen komen tot zijn besluit van het advies af te wijken. In beginsel komt aan de ondernemer de vrijheid toe zijn eigen beleid te voeren en te bepalen op welke wijze hij zijn doel met zijn onderneming wil bereiken. De commissie kan pas tussenbeide komen wanneer voldoende duidelijk is dat (de onderbouwing van) het bestreden besluit in redelijkheid niet in stand kan blijven.

Over de prijs van de kinderopvang voor 2023 zijn partijen van eind juli 2022 tot eind januari 2023 met elkaar in overleg geweest. Gedurende die tijd heeft de ondernemer aan de oudercommissie over de aanstaande verhoging van die prijs schriftelijk informatie verstrekt, bestaande uit financiële gegevens met een algemene onderbouwing daarvan. Daarbij zijn door de oudercommissie aan de ondernemer bezwaren en vragen voorgelegd ten aanzien van de noodzakelijkheid van de algehele tariefsverhoging voor de continuïteit van de opvang. Volgens de oudercommissie is zij niet tijdig en volledig van alle informatie voorzien die die oudercommissie redelijkerwijs nodig heeft om de noodzakelijkheid van de verhoging op vestigingsniveau te toetsen.

Naast het Ayit-rapport heeft de ondernemer de cijfers realisatie/prognose kostenontwikkeling 2022/2023 en de kostenpercentages van de overige kosten die van toepassing zijn op de locatie [locatienaam kinderopvang] en op de andere locaties van [naam kinderopvang] in de provincie Utrecht aan de oudercommissie verstrekt. Voorts is gebleken dat de ondernemer tijdens de bespreking op 25 januari 2023 – na afronding van het adviestraject – de oudercommissie extra informatie heeft aangeleverd met betrekking tot de financiële gegevens. Dit betrof een uitleg over de operationele marge van de organisatie. Eerst na afronding van het adviestraject is deze informatie gekomen, omdat de ondernemer het in eerste instantie niet nodig vond deze informatie te verstrekken, maar toch wilde proberen uit een impasse te komen. Gelet op het tijdstip waarop deze informatie door de ondernemer is verstrekt – te weten na het genomen besluit over prijsverhoging – zal de commissie deze verder buiten beschouwing laten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de oudercommissie desgevraagd nog aangevoerd dat zij graag de jaarstukken en de balans had willen inzien om te kunnen beoordelen of de continuïteit van de locatie [locatienaam kinderopvang] in gevaar zou komen indien de beoogde tariefsverhoging niet zou worden doorgevoerd.

De commissie stelt vast dat de ondernemer aan de oudercommissie zowel schriftelijk als mondeling de informatie heeft verstrekt die volgens hem ten grondslag liggen aan de prijswijziging. Verder heeft de ondernemer naar het oordeel van de commissie in grote lijnen voldoende geantwoord op de vragen die door de oudercommissie zijn gesteld. De commissie komt tot de conclusie dat het onderdeel van de klacht dat ziet op ontoereikende informatievoorziening niet gegrond is. De oudercommissie had naar het oordeel van de commissie – gelet op het informatietraject dat aan het advies van de oudercommissie voorafging – de beschikking over voldoende informatie om een advies uit te brengen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is en dat de door de oudercommissie verzochte aanpassing van de tarieven moet worden afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van de oudercommissie ongegrond en wijst het door haar verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer drs. H. Grachten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. I. van der Kamp, secretaris, op 9 november 2023.