Intensieve zorgbehoefte zoon consument rechtvaardigt opzegging opvangovereenkomst door ondernemer.

  • Home >>
  • kinderopvang >>
Klachtenloket Kinderopvang
Print Friendly, PDF & Email



Commissie: kinderopvang    Categorie: opzegging overeenkomst    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 242310/244557

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil gaat over de vraag of sprake is van een zwaarwegende reden waardoor de ondernemer de opvangovereenkomst mocht opzeggen. De ondernemer is van mening dat de zoon van de consument, ondanks extra doelgerichte ondersteuning, in de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) peuteropvang van de ondernemer, niet op zijn plek is. De consument is het met de opzegging niet eens. De commissie oordeelt dat de intensieve zorgbehoefte van de zoon van de consument de opzegging van de opvangovereenkomst op grond van de Algemene Voorwaarden rechtvaardigt. De  ondernemer heeft zich voldoende ingespannen om de opvang mogelijk te maken. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vraag of sprake is van een zwaarwegende reden waardoor de ondernemer de opvangovereenkomst mocht opzeggen.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

[Naam zoon], de zoon van de consument mag geen gebruik meer maken van de peuteropvang. Dit terwijl hij in april 2024 vier jaar wordt en in februari 2023 afspraken zijn gemaakt dat [naam zoon] twee dagen per week voor 2,5 uur op de groep kan blijven. Hieraan waren enkele voorwaarden verbonden, zoals het aanmelden van [naam zoon] voor passend onderwijs en dat de ouders zelf één-op-één begeleiding op de groep zou regelen. Dit laatste is uiteindelijk ook met behulp van de jeugdarts van het CJG geregeld.

Uit het locatiewerkplan van de ondernemer blijkt dat een Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) coach en maatschappelijk werker zouden worden betrokken voor ondersteuning op de groep of in de thuissituatie. Deze zijn echter niet ingezet en ook heeft de ondernemer geen andere maatregelen genomen.

De één-op-één begeleiding is pas enkele weken van start. Voordat de consument hierover een evaluatiegesprek had met de ondernemer was door laatstgenoemde al besloten dat de opvang stopgezet zou worden. Het locatiewerkplan is dus niet gevolgd waardoor [naam zoon] ook een ontwikkelingsachterstand heeft opgelopen.

De klachten van de consument zouden voorgelegd worden aan het bestuur, maar in de reactie van het bestuur werd geen antwoord gegeven op de vragen van de consument. In dat bericht stonden wel zaken die bij de consument niet bekend zijn, bijvoorbeeld over sla- en bijtincidenten. Dit is nooit door de pedagogisch medewerkers aan de consument gemeld.

De consument kreeg ook meegedeeld dat hij intimiderend was naar het personeel en dat bij herhaling een melding gedaan zou worden bij de politie en de wijkagent. Dat is onjuist. De consument was stevig en standvastig in gesprekken maar bleef wel netjes en correct.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer is van mening dat [naam zoon], ondanks extra doelgerichte ondersteuning vanuit InzoWijs, in de VVE-peuteropvang van de ondernemer, niet op zijn plek is.

Bij aanvang van de opvang van [naam zoon] is afgesproken dat [naam zoon] geplaatst wordt onder de voorwaarde dat de consument zorg aan zou vragen. Zowel de consument als de ondernemer hebben in de zorgvraag een rol gespeeld. Vooraf kan echter niet met zekerheid worden bepaald of de inzet van (in dit geval) InzoWijs ook afdoende is om [naam zoon] op de peuteropvang te behouden.

De peuteropvang voldoet aan de eisen ten aanzien van de inzet van een pedagogisch coach conform de Wet Innovatie en Kwaliteit in de Kinderopvang (IKK) en een VVE-coach vanuit de subsidievoorwaarden VVE van de gemeente Den Haag. De consument stelt de inzet van een VVE-coach te missen, maar de VVE-coach biedt coaching aan de pedagogisch medewerkers waardoor de inzet van een dergelijke coach voor consumenten minder zichtbaar is.

De ondernemer heeft zich vanuit zijn visie en de betrokkenheid van het zeer ervaren team ingezet voor [naam zoon]. De pedagogisch medewerkers zijn echter niet opgeleid voor het begeleiden van peuters met de problematiek die [naam zoon] heeft.

De consument stelt dat de informatie over de bijtincidenten nieuw voor hem is, maar dit is wel eerder met de ouders besproken. Moeder heeft het met eigen ogen kunnen zien en de consument is gebeld nadat [naam zoon] twee kinderen had gebeten, waarna de consument [naam zoon] niet wilde komen halen.

Vanuit de ondernemer is meermaals geprobeerd een fysieke afspraak te maken met de consument om de situatie te bespreken, maar de consument was niet beschikbaar. Uiteindelijk heeft op 23 oktober 2023 een gesprek plaatsgevonden waarin de conclusie is getrokken dat de ondernemer [naam zoon] niet de nodige begeleiding kan bieden en dat deze de plaatsing zal beëindigen.

Zowel schriftelijk als telefonisch is deze beslissing daarna nog toegelicht aan de consument. De consument bleef echter volharden in zijn standpunten.

Beoordeling van het geschil

Bij de commissie ligt de vraag voor of de ondernemer de opvangovereenkomst mocht opzeggen en of de opzegging op zorgvuldige wijze is geschied. De commissie heeft het volgende overwogen.

Toetsingskader eenzijdige opzegging van de overeenkomst

Ingevolge artikel 10 lid 4 sub b en artikel 11 lid 2 van de Algemene Voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang (hierna: de Algemene Voorwaarden) is de ondernemer bevoegd de overeenkomst op te zeggen op grond van een zwaarwegende reden. Als zwaarwegende reden worden in artikel 11 lid 2 van die Algemene Voorwaarden in ieder geval de situaties aangemerkt dat het kind door ziekte of anderszins extra verzorgingsbehoeftig is, de opvang van het kind een normale opvang van de andere kinderen onevenredig verzwaart of belemmert en dat het kind en/of de ouder een risico of bedreiging vormt voor de geestelijke en/of lichamelijke gezondheid of veiligheid van anderen, na te zijn gewaarschuwd, tenzij een waarschuwing redelijkerwijs niet van de ondernemer mag worden verwacht. De ondernemer treedt in dat geval in overleg met de ouder om te zoeken naar een voor alle partijen acceptabele oplossing. Ook dient een redelijke opzegtermijn van minimaal één maand, in acht te worden genomen.

Op grond van artikel 11 lid 4 van de Algemene Voorwaarden kan een consument die het niet eens is met de beslissing van de ondernemer om de toegang te weigeren een verkorte procedure bij de commissie starten, zoals in dit geval is gebeurd.

Allereerst is de commissie ter zitting gebleken dat de zoon van de consument ondertussen een vaste plek heeft op een andere opvang, waardoor de spoedeisendheid van de procedure komt te vervallen en het geschil via de gebruikelijke procedure verder behandeld wordt.

Reden voor opzegging

De ondernemer heeft de overeenkomst van de consument opgezegd omdat sprake is van een zwaarwegende reden, namelijk dat [naam zoon] extra verzorgingsbehoeftig is. De commissie concludeert allereerst dat partijen een verschillende mening zijn toegedaan over de zorgen rondom [naam zoon]. Volgens de consument is bij [naam zoon] geen sprake van een ontwikkelingsachterstand of probleemgedrag.

De ondernemer daarentegen stelt dat [naam zoon] niet goed mee kan met de groep, weinig ontwikkeling laat zien en gedragsproblematiek vertoont zoals slaan, bijten en gooien met spullen.

Uit de verslagen en aantekeningen zoals door partijen aangeleverd blijkt voor de commissie dat [naam zoon] gedragsproblematiek vertoond waardoor sprake is van behoefte aan intensieve begeleiding. De groepssituatie op de opvang is voor hem op grond hiervan niet geschikt.

Niet in de laatste plaats volgt dit ook uit de betrokkenheid van diverse hulpinstanties, zoals een jeugdarts van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), Jeugdformaat en InzoWijs. Hieruit volgt dat de opvang en ontwikkeling van [naam zoon] wel degelijk intensieve ondersteuning vergt. Ten slotte merkt de commissie op dat [naam zoon] momenteel gebruik maakt van een kinderdienstencentrum (KDC) op basis van een indicatie afgegeven door de huisarts of jeugdarts en die pas tot stand komt na overleg met de gemeente. Naar het oordeel van de commissie heeft de consument de problematiek rondom zijn zoon onderschat.

In dit kader merkt de commissie op dat het onder de verantwoordelijkheid van de ondernemer valt om de consument op passende en zorgvuldige wijze mee te nemen in de zorgen rondom [naam zoon]. De commissie concludeert dat de ondernemer hierin onvoldoende is geslaagd. Ter zitting gaf de ondernemer aan pas op 28 augustus een gesprek te hebben gevoerd met de consument over de bestaande zorgen. Nu de zorgen rondom de ontwikkeling en het gedrag van [naam zoon] al vanaf februari speelden, had de ondernemer de consument hierin eerder (schriftelijk) moeten betrekken. Ook had de ondernemer meer uitleg kunnen verschaffen over de taken van de verschillende betrokken personen en organisaties.

Het bovenstaande doet echter niet af aan het feit dat de ondernemer zich voldoende heeft ingespannen om de opvang voor [naam zoon] mogelijk te maken, mede door inzet van diverse hulpinstanties zoals het CJG waarin de ouders van [naam zoon] ook een grote rol hebben gespeeld. Alle inzet ten spijt moest de ondernemer concluderen dat [naam zoon] gezien de behoefte aan intensieve begeleiding niet op zijn plek is op de opvang. Naar het oordeel van de commissie rechtvaardigt de intensieve zorgbehoefte van [naam zoon] op grond van de Algemene Voorwaarden de opzegging van de opvangovereenkomst.

Dat de ondernemer zich niet aan het locatiewerkplan zou hebben gehouden volgt de commissie niet. Uit het door de consument aangeleverde locatiewerkplan blijkt immers niet dat de ondernemer in dergelijke situaties verplicht is een maatschappelijk werker of VVE-coach in te zetten. Het locatiewerkplan spreekt slechts over inzet van een pedagogisch coach, maatschappelijk werker dan wel VVE-coach ter ondersteuning van de medewerkers.

Wijze van opzegging

Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer zorgvuldigheid betracht in de opzegging van de overeenkomst. De schriftelijke opzegging is uitvoerig gemotiveerd en de opzegtermijn is in acht genomen. De ondernemer heeft daarnaast voldoende aandacht gehad voor de communicatie met de consument en heeft de opzegging ook nog schriftelijk en mondeling toegelicht.

Conclusie

Nu de ondernemer de opvangovereenkomst vanwege een zwaarwegende reden (het niet kunnen bieden van een intensieve zorgbehoefte van [naam zoon]) heeft opgezegd en de ondernemer dit op zorgvuldige wijze heeft gedaan, verklaart de commissie de klacht van de consument ongegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

–             verklaart de klacht van de consument ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer H. Stel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 19 december 2023.