Annulering van overeenkomst 6 weken voor aanvang; 2 maanden annuleringskosten

Klachtenloket Kinderopvang
Print Friendly, PDF & Email



Commissie: BSO    Categorie: Opzeggen en annuleren    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2006-KIN06-0020

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De ondernemer mag bij annulering vanaf drie maanden voor de ingangsdatum twee maanden annuleringskosten in rekening brengen, zoals in de overeenkomst staat.

Het geschil vloeit voort uit een op 25 juli 2005 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst betreffende de plaatsing van de destijds nog niet geboren zoon van de consument bij het kinderdagverblijf van de ondernemer, met ingang van 1 juni  2006 voor één dag per week en met ingang van 1 juli 2006 voor twee dagen per week. Voorts was in plaatsing op de wachtlijst voorzien ten behoeve van een plaats met ingang van 1 april 2006.   Het geschil heeft betrekking op de totstandkoming van de overeenkomst, op de wijze waarop de ondernemer de toepasselijke algemene en aanvullende voorwaarden heeft toegepast, en op de door de ondernemer in rekening gebrachte annuleringskosten.   De consument heeft een bedrag van € 780,78 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.   De consument heeft vroeg in de zwangerschap een plaatsingsovereenkomst met de ondernemer gesloten. De consument vermeldt dat, hoewel het aanbod niet overeenstemde met haar wens, zij de overeenkomst voor plaatsing per 1 juni 2006 voor één dag per week en een maand later de gewenste twee dagen moest ondertekenen, om überhaupt voor een eventueel eerdere plaatsing in aanmerking te komen. De in de voorwaarden aangegeven minimale afname van twee dagen werd niet in acht genomen. Na de geboorte van haar baby werd de consument geconfronteerd met lichamelijke klachten waardoor zij afhankelijk werd van thuiszorg en verpleging. In april 2006 werd duidelijk dat de invaliditeit voorlopig zou blijven en dat de consument niet in staat was om haar baby naar de kinderopvang te brengen. Dit was voor de consument reden om de ondernemer te verzoeken de plaatsingsovereenkomst op te schorten. De ondernemer antwoordde daarop dat de overeenkomst moest worden beëindigd tegen betaling van twee maanden plaatsing, indien de baby niet per 1 juni 2006 zou komen. De ondernemer beriep zich op de aanvullende voorwaarden waarin is vermeld dat voortijdige annulering van de gereserveerde opvang, ongeacht het tijdstip van opzeggen, slechts mogelijk is tegen betaling van twee maanden opvang. De consument acht dit niet in overeenstemming met de bewoording en de strekking van artikel 10 van de toepasselijke algemene voorwaarden. Op 1 juni 2006 heeft de consument een gesprek met de ondernemer gehad, waarbij de ondernemer zijn standpunt handhaafde en de consument benadrukte dat zij helemaal niet wilde beëindigen, maar wilde opschorten. De consument heeft vervolgens aangegeven dat zij het contract en de gang van zaken aan de commissie wilde voorleggen. De ondernemer antwoordde daarop dat hij het ook uit handen zou geven, aan wie was niet duidelijk. Vervolgens heeft de consument een nadere reactie van de ondernemer afgewacht. Tot eind augustus 2006 bleef de consument in het ongewisse of de overeenkomst was beëindigd, of er een geschil was, of zij een geschil mocht voorleggen aan de commissie, of zij moest betalen, en zo ja, hoeveel?   Inmiddels is de lichamelijke toestand van de consument niet verbeterd. Evenmin is er zicht op een spoedig herstel. Opschorting is dus wellicht niet eens meer haalbaar. De consument begrijpt dat er een gat is ontstaan omdat haar zoon niet op 1 juni 2006 bij de kinderopvang is verschenen. Zij twijfelt er echter niet aan dat er ouders waren die blij zouden zijn geweest met dit gat. De consument wijst er op dat zij de situatie waarin zij nu verkeert niet heeft voorzien.   De consument is van mening dat de totale eenzijdigheid van het contract (de voorlopige plaatsingsovereenkomst blijkt voor de consument geheel onaantastbaar waar het betreft de plaatsingsdatum, de hoeveelheid dagdelen en de eventuele annulering), het gebrek aan enige flexibiliteit in opstelling en het gedwongen beëindigen, haar niet valt aan te rekenen.   Het  gaat de consument er niet om dat zij niet wil betalen. Het gaat haar om de rigide vaststelling van het bedrag en om de fuikconstructie die de ondernemer blijkens zijn eigen uitleg van de aanvullende voorwaarden hanteert.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.   Op 25 juli 2005 heeft de consument de opvang gereserveerd. Op 1 juni 2006 zou de opvang starten. Via een email heeft de consument aangegeven dat haar zoon niet met ingang van 1 juni 2006 gebruik ging maken van de gereserveerde opvang. De ondernemer is aangesloten bij [de branchevereniging] en hanteert derhalve de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang. Artikel 10 van de Algemene voorwaarden geeft aan dat de consument de ondernemer annuleringskosten verschuldigd is bij voortijdige annulering van de gereserveerde opvang. De annuleringskosten bij de ondernemer bedragen de kosten van twee maanden opvang, te weten: € 780,78.   Voorts merkt de ondernemer in reactie op de klachten van de consument het volgende op. De ervaring leert dat het wennen aan andere kinderen en leidsters veel beter verloopt als het kind regelmatig wordt opgevangen. Om die reden geldt een minimale afname van twee dagen per week. Helaas waren voor de consument niet direct twee dagen beschikbaar. Gewenst was een start per 1 april 2006. Om de consument tegemoet te komen is voor één maand één dag aangeboden. De consument stond op de wachtlijst voor een tweede dag en voor een start op 1 april 2006. De ondernemer heeft inderdaad aangegeven dat hij zo spoedig wilde weten of de consument volgens het aanbod wilde reserveren aangezien er ook andere geïnteresseerden waren. Dit is de standaardprocedure. Tevens is aan de consument uitgelegd dat wanneer zij zou besluiten de opvang niet te reserveren, omdat het aanbod niet helemaal overeenkwam met haar wensen, de dagen zouden worden aangeboden aan andere (aanstaande) ouders en de kans kleiner zou worden dat er met ingang van 1 april 2006 twee dagen zouden vrijkomen. Op 7 februari 2006 heeft de ondernemer de consument laten weten dat er voor april en mei 2006 dagen beschikbaar waren gekomen. In reactie daarop gaf de consument aan dat dit niet meer nodig was.   Begin 2006 was de ondernemer nog in de veronderstelling dat de zoon van de consument in de opvang zou komen. Op een gegeven moment vernam de ondernemer dat de consument de opvang wilde opzeggen of opschorten. Om duidelijkheid te krijgen heeft de ondernemer vervolgens de consument gebeld en gemaild om de procedure conform de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang nogmaals uit te leggen. De fysieke toestand van de consument is voor de ondernemer geen reden om de gereserveerde opvang kosteloos te beëindigen. Omdat de annuleringskosten twee maanden bedragen heeft de ondernemer aangegeven dat de zoon van de consument de maanden juni en juli 2006 opgevangen kon worden. De consument heeft hier van afgezien, echter de ondernemer is van mening wel degelijk een aanbod te hebben gedaan. De consument heeft destijds in de plaatsingsovereenkomst aangegeven akkoord te gaan met de Algemene voorwaarden. In artikel 7 van de Aanvullende bijlage Algemene Voorwaarden van [de kinderopvang] en [de buitenschoolse opvang] is vermeld dat het verschuiven van de overeengekomen plaatsingsdatum tot gevolg heeft dat de maanden die worden opgezegd in rekening worden gebracht.   Op 1 juni 2006 heeft de ondernemer een gesprek gehad met de consument om tot een oplossing te komen. De consument heeft toen aangegeven de annuleringskosten niet te zullen voldoen en de situatie voor te leggen aan de commissie. De ondernemer heeft vervolgens contact opgenomen met een incassobureau en dit gaf aan dat het geschil moest worden voorgelegd aan de commissie. Omdat op 24 augustus 2006 geen bericht was ontvangen van de consument dan wel van de commissie, en de annuleringskosten niet waren voldaan, heeft de ondernemer op dat moment het geschil bij de commissie aangemeld. Op 25 augustus 2006 is een betalingsherinnering gestuurd betreffende de openstaande kosten.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De tussen partijen gesloten overeenkomst is in beginsel bepalend voor hetgeen tussen hen geldt. In dat kader stelt de commissie vast dat partijen zijn overeengekomen dat de plaatsing op 1 juni 2006 een aanvang zou nemen (artikel 2). Voorts wordt in artikel 3 van de overeenkomst bepaald dat indien men geen gebruik maakt van de gereserveerde kindplaats een bedrag is verschuldigd gelijk aan de berekende kosten van die kinderopvang voor twee maanden. Deze bepaling in de plaatsingsovereenkomst is gebaseerd op artikel 10 van de door de ondernemer gehanteerde Algemene voorwaarden voor Kinderopvang, waarnaar wordt verwezen in de plaatsingsovereenkomst. Artikel 10 van de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang bepaalt onder andere dat de hoogte van de annuleringskosten nooit meer dan de verschuldigde betaling voor twee maanden bedraagt. Artikel 7 van de Aanvullende voorwaarden bepaalt onder andere dat verschuiving van de overeengekomen plaatsingsdatum tot gevolg heeft dat de maanden die worden opgezegd in rekening worden gebracht.   Gelet op het verloop van de gebeurtenissen zoals dit aan de commissie is gebleken en gelet op de overgelegde stukken, is de commissie van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen is beëindigd. De commissie acht in dat kader met name relevant dat de consument mondeling en vervolgens ook per email van 17 mei 2006 heeft aangegeven dat zij niet per 1 juni 2006 gebruik zou gaan maken van de gereserveerde opvang en voorts dat onduidelijk was op welke termijn zij wel gebruik zou gaan maken van de opvang. Partijen hebben weliswaar ook over opschorting van de opvang gesproken, maar hebben daarover geen overeenstemming bereikt. Derhalve moet de email van 17 mei 2006 worden opgevat als een verzoek om de overeenkomst te beëindigen.   De bezwaren die de consument heeft tegen de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen deelt de commissie niet. De commissie is van oordeel dat de ondernemer de door de consument gewenste plaatsing op de in de branche gebruikelijke wijze in de planning heeft ingepast en zich heeft ingespannen om uiteindelijk, op het vooraf door de consument aangegeven moment van aanvang van de opvang, tot een zo goed mogelijke invulling te komen van de vooraf door de consument aangegeven plaatsingsbehoefte. Dat de ondernemer dit niet geheel vrijblijvend doet en, op het moment dat er daadwerkelijk een plaats wordt aangeboden die geheel of ten dele tegemoet komt aan de wensen van de consument, van de consument verlangt dat deze zich door middel van een ondertekende overeenkomst bindt, acht de commissie niet onredelijk.   Evenmin acht de commissie het onredelijk dat de ondernemer conform de voorwaarden kosten in rekening brengt bij opschorting of annulering van de plaatsing. Volgens de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang mag de ondernemer bij annulering maximaal de verschuldigde betaling voor twee maanden in rekening brengen. De ondernemer heeft in de Aanvullende voorwaarden en in de plaatsingsovereenkomst dit maximum aangehouden. Onder omstandigheden zou het onredelijk kunnen zijn annuleringskosten tot dit maximum in rekening te brengen. Echter, onder de gegeven omstandigheden, waarbij de annulering korte tijd voor de aanvang van de opvang plaatsvindt, acht de commissie het niet onredelijk dat de ondernemer daadwerkelijk de volle twee maanden in rekening brengt.   Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de ondernemer steeds heeft gehandeld conform de in de overeenkomst en voorwaarden vastgelegde afspraken.   Ook acht de commissie de opstelling en handelwijze van de ondernemer, noch bij de totstandkoming noch bij de beëindiging van de overeenkomst onredelijk. Onder de gegeven omstandigheden acht de commissie het niet redelijk om de gevolgen van de situatie waarin de consument is komen te verkeren voor risico van de ondernemer te laten komen. Het feit dat de consument de situatie waarin zij nu verkeert niet heeft voorzien en niet heeft gewild ontslaat haar niet van haar verplichtingen die voortvloeien uit de met de ondernemer gesloten overeenkomst.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De commissie is van oordeel dat de overeenkomst is beëindigd.   De consument is de ondernemer annuleringskosten verschuldigd ten bedrage van de kosten van twee maanden opvang.   Met inachtneming van het voorgaande wordt het depotbedrag aan de ondernemer uitbetaald.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang op 21 december 2006.