Niet doorgeven wijziging uren gastouderopvang aan ondernemer kost ouder geld

Onderwerp van het geschil

Structurele wijzigingen in het aantal opvanguren moet de ouder aan de ondernemer doorgeven en niet alleen aan de gastouder. Dat staat in het contract dat de ouders bij het begin van de opvang hebben gekregen. Doordat zij dit alleen (mondeling) aan de gastouder door hebben gegeven, moeten de ouders nog het oorspronkelijke aantal uren opvang betalen over de opzegtermijn.

Het geschil betreft de vraag of de consument de ondernemer moet betalen voor niet genoten uren gastouderopvang in de maanden september en oktober 2018.

De consument heeft de klacht naar zijn zeggen op 1 oktober 2018 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument maakt via de ondernemer gebruik van gastouderopvang voor zijn dochter. In augustus 2018 is de dochter in verband met vakantie niet naar de gastouder gegaan. Vanaf 1 september 2018 zou de dochter nog maar 20 uur per maand naar de gastouder gaan. De consument heeft de nieuwe dagen en uren mondeling afgesproken met de gastouder. Het nieuwe contract moest de gastouder nog opmaken. De gastouder heeft de consument hierover ook een WhattsApp bericht gestuurd.

In verband met een wisseling van baan was gastouderopvang uiteindelijk niet meer nodig. De consument heeft daarvan per 1 september 2018 geen gebruik meer gemaakt.

De consument heeft van de ondernemer een rekening ontvangen voor de maand september en oktober 2018, gebaseerd op het oorspronkelijk aantal uren van 82 per maand. De consument heeft echter geen gebruik meer gemaakt van de gastouderopvang.

De consument is van mening dat de gastouder had kunnen aangeven dat de dochter in september 2018 en deels in oktober 2018 nog had kunnen komen in verband met de uren die toch betaald moesten worden. Dit is niet gebeurd.

De consument wil over september en oktober 2018 de uren betalen die afgesproken waren met de gastouder.

Ter zitting heeft de echtgenote va de consument verder nog - in hoofdzaak - het vorenstaande toegelicht en nog het volgende daaraan toegevoegd.

De consument en zijn echtgenote (hierna te noemen: de ouders) hebben over de wijziging van het aantal uren geen contact opgenomen met de ondernemer, omdat zij uit de reactie van de gastouder hebben opgemaakt dat de gastouder met de ondernemer zou regelen dat er een nieuw contract zou worden opgesteld. De gastouder heeft niet kenbaar gemaakt dat de ouders de wijziging ook aan de ondernemer moesten doorgeven. De ouders hebben niet gereageerd op de e-mail van de gastouder met de urenregistratie voor september en oktober 2018, omdat zij op dat moment op vakantie waren. 

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Door bemiddeling van de ondernemer hebben de ouders en de gastouder op 13 maart 2018 een overeenkomst van opdracht met elkaar gesloten. In de overeenkomst staan onder meer de dagen en tijden vermeld die de gastouder mag schrijven. Extra uren vermeldt de gastouder op de urenregistratie. Bij minder uren opvang schrijft de gastouder de uren als vermeld in de overeenkomst. Incidentele afmelding is mogelijk op voorwaarde dat deze meer dan veertien dagen voorafgaand aan de opvang door de ouder aan de gastouder wordt doorgegeven.

Een wijziging van dagen en uren moet altijd door de ouder aan de ondernemer worden doorgegeven, zodat deze een bijlage bij de overeenkomst kan opmaken die de ouder en de gastouder dan vervolgens kunnen ondertekenen. Dat is in dit geval niet gebeurd. Er heeft alleen contact plaatsgevonden tussen de ouders en de gastouder. De enige contacten tussen de ouders en de ondernemer betroffen de factuur van juli 2018 en de opzegging door de ouders op 17 september 2018.

De ouder heeft de mogelijkheid om de urenregistratie die door de gastouder naar de ouder wordt gemaild, af te keuren. Na afkeuring van de urenregistratie wordt geen factuur opgemaakt totdat de ouder akkoord heeft gegeven. Als de ouder de urenregistratie goedkeurt, wordt automatisch via het online systeem de factuur opgemaakt en kunnen er geen wijzigingen meer worden doorgevoerd in afgenomen uren. Als de ouder niet binnen 5 dagen reageert, zal de urenregistratie automatisch worden doorgestuurd naar de ondernemer en als goedgekeurd verwerkt worden. Dit is opgenomen in een brief die door de ondernemer aan de ouders is verstrekt bij de start van de opvang.

De ouders hebben de facturen over de maanden september en oktober 2018 ontvangen. Dit betekent dat zij akkoord zijn gegaan met de uren, dan wel deze niet hebben goedgekeurd maar ook niet hebben afgekeurd waardoor het systeem de urenregistratie automatisch, vijf dagen na indienen bij de ouders, heeft goedgekeurd. De ouders konden dit weten, omdat de ondernemer de ouders bij start van de opvang een brief met uitleg heeft gegeven. Als de ouders contact met de ondernemer hadden opgenomen, had zij nogmaals uitleg kunnen geven en eventueel kunnen bemiddelen.

De overeenkomst van bemiddeling kan alleen schriftelijk worden opgezegd bij de ondernemer met inachtneming van een opzegtermijn van een maand. Gedurende de opzegtermijn mag de opvang volgens de dagen en tijden van de overeenkomst door de gastouder worden gecontinueerd en doorgeschreven. Alleen als de opvang binnen de proefperiode wordt stopgezet, geldt een termijn van veertien dagen.

De openstaande facturen bedragen € 1.348,18 (inclusief de nog openstaande factuur voor juli 2018). De consument heeft voorafgaand aan de onderhavige procedure geen klacht ingediend bij de ondernemer.

Het voorstel dat de consument doet voor oplossing van het geschil gaat over afspraken tussen de ouders en de gastouder en is niet met de ondernemer besproken. De ondernemer staat altijd open voor bemiddeling, maar dan moet zij wel worden betrokken bij het geschil.

De ondernemer hanteert de laatste versie van de overeenkomst van opdracht die bij haar in het systeem staat. De echtgenote van de consument heeft de opzegging van de overeenkomst op 17 september 2018 aan de ondernemer gemaild. Hierdoor is de opvang per 17 oktober 2018 gestopt.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog - in hoofdzaak - het volgende naar voren gebracht.

Afspraken over (een wijziging van) het aantal uren moeten worden gemaakt met de ondernemer. De gastouder is daar geen partij bij.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

De commissie merkt allereerst op dat de ondernemer ter zitting desgevraagd te kennen heeft gegeven dat zij, hoewel de consument niet eerst bij haar heeft geklaagd, geen beroep doet op de niet-ontvankelijkheidsbepaling in het reglement. De commissie zal het geschil derhalve inhoudelijk behandelen.

Vaststaat dat op 13 maart 2018 tussen ondernemer en de ouders een overeenkomst voor bemiddeling tot stand is gekomen en dat op dezelfde datum door bemiddeling van de ondernemer de ouders een overeenkomst van opdracht hebben gesloten met de gastouder voor de opvang en verzorging van hun dochter voor 82 uur per maand. De ouders hebben mondeling met de gastouder besproken dat zij vanaf 1 september 2018 nog maar voor 20 uur per maand gebruik wilden maken van de gastouderopvang. Vervolgens hebben zij de opvang opgezegd.

Bij opzegging van de opvang dient ingevolge artikel 10 lid 2 van de tussen partijen gesloten overeenkomst voor bemiddeling en ingevolge artikel 3 lid 2 van de overeenkomst van opdracht tussen de ouders en de gastouder een opzegtermijn van een maand in acht te worden genomen. Ingevolge deze artikelen moet de opzegging schriftelijk aan de ondernemer worden doorgegeven.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting staat vast dat de echtgenote van de consument de ondernemer bij e-mail van 17 september 2018 heeft bericht de gastouderopvang voor haar dochter op te zeggen. Gelet op de opzegtermijn heeft de ondernemer derhalve terecht de overeenkomsten voor bemiddeling en opdracht per 17 oktober 2018 als beëindigd mogen beschouwen.

De ondernemer heeft voor de periode van 1 september tot 17 oktober 2018 het oorspronkelijk overeengekomen aantal uren van 82 per maand bij de consument in rekening gebracht. In geschil is of de consument deze uren moet betalen, dan wel - zoals hij meent - over deze periode slechts het gewijzigde aantal uren van 20 per maand aan de ondernemer is verschuldigd.

De consument stelt dat hij (mondeling) met de gastouder heeft afgesproken dat zijn dochter vanaf

1 september 2018 nog maar 20 uur per maand naar de gastouder zou gaan. Omdat hij ervan uitging, dat de gastouder het met de ondernemer zou regelen, heeft hij de urenwijziging niet aan de ondernemer doorgegeven.

De commissie kan, te meer nu de gastouder geen procespartij is, niet met voldoende zekerheid vaststellen wat er exact tussen de ouders en de gastouder is afgesproken. Uit de door de consument overgelegde WhatsApp-berichten kan niet worden afgeleid of tussen hen definitief wilsovereenstemming is bereikt omtrent een urenvermindering. Immers, de gastouder heeft wel aangegeven dat de ouders mondeling bij haar hebben gemeld dat zij een urenvermindering wilden maar van definitieve overeenstemming hierover tussen de ouders en de gastouder is niet gebleken. Integendeel, uit de WhatsApp-berichten blijkt ondubbelzinnig dat de gastouder heeft aangegeven dat een en ander nog, via een bijlage bij de overeenkomst van opdracht, geformaliseerd moest worden.

Het heeft er de schijn van dat de gastouder de ouders mogelijk verkeerd heeft geïnformeerd of bepaalde verwachtingen bij hen heeft gewekt. Wat daar ook van zij, dit doet niet af aan de uit de overeenkomst(en) voortvloeiende verplichting van de ouders om een structurele wijziging van het aantal opvanguren aan de ondernemer door te geven. Dat hebben de ouders nagelaten. Verder bieden de overgelegde stukken onvoldoende aanknopingspunten voor de juistheid van de stelling van (de echtgenote van) de consument, inhoudende dat de gastouder zou hebben aangegeven dat zij met de ondernemer zou regelen dat er een nieuw contract zou worden opgesteld. De stelling van de ondernemer dat zij noch door de gastouder noch door de vraagouder is geïnformeerd over een verandering in het aantal opvanguren, is door de consument niet weersproken. De ondernemer behoefde zich om vorenstaande redenen in redelijkheid dan ook niet gebonden te achten aan de vermindering van het aantal uren die de ouders aan de gastouder hebben meegedeeld.

Op grond van artikel  10 lid 2 van de tussen partijen gesloten overeenkomst voor bemiddeling en artikel 4 lid 2 van de overeenkomst van opdracht wordt gedurende de opzegtermijn de aangevangen gastouderopvang gecontinueerd en gefactureerd. Tussen partijen staat vast dat de gastouder de uren zoals vermeld in de overeenkomst van opdracht (82 per maand) in de urenregistratie heeft genoteerd. De ouders hebben de e-mail met de urenregistratie ontvangen en niet afgekeurd, waardoor automatisch vijf dagen later via het online systeem van de ondernemer de factuur is opgemaakt. Deze omstandigheid vormt eveneens geen aanleiding om aan te nemen dat de ondernemer moest begrijpen dat de uren niet waren afgenomen of de consument de overeenkomst wilde aanpassen.

De ondernemer heeft onweersproken gesteld dat de ouders bij de start van de opvang uitleg hebben verkregen over deze wijze van facturering. Dat de ouders mogelijk vanwege vakantie niet of niet tijdig hebben gereageerd op de urenregistratie van de gastouder komt voor hun rekening en risico. 

Het geheel overziende komt de commissie tot de conclusie dat de consument de openstaande facturen over september en oktober 2018 dient te voldoen. De openstaande factuur van juli vormt geen onderdeel van dit geschil, zodat de commissie daarover niet kan beslissen.

Gelet op het voorgaande acht de commissie de klacht van de consument ongegrond.

Hetgeen partijen ieder voor zich overigens verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond.

De commissie bepaalt dat de consument de openstaande facturen over september en oktober 2018 binnen een maand na dagtekening van dit advies aan de ondernemer dient te voldoen.

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen, bestaande uit de heer mr. J.M.P Drijkoningen, voorzitter, mevrouw A.J.M. van Hoesel-de Haas en de heer mr. P.P. van der Neut, op 14 december 2018, in aanwezigheid van mr. drs. I.M. van Trier, secretaris.

Commissie: Kinderopvang

Referentienummer: 2018-120783

Uitspraken disclaimer

Let op: De uitspraken in ons uitsprakenregister zijn voorbeelden en wij willen u hiermee een algemeen beeld geven van de beslissingen van de commissie. U kunt geen rechten ontlenen aan ons uitsprakenoverzicht. Elke klacht wordt door de commissie afzonderlijk beoordeeld op basis van de specifieke feiten en omstandigheden.
Niet gevonden wat u zocht?
Wilt u meer informatie over onze uitspraken, dan helpen wij u graag. U kunt hiervoor contact met ons opnemen via dit formulier.

Was deze informatie duidelijk?

  • LANDELIJK LOKET KLACHTEN EN GESCHILLEN VOOR KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN

  • Disclaimer
  • Privacy
Terug naar boven