Personeel

Het is belangrijk dat kinderopvangorganisaties kinderen een sociaal veilige omgeving bieden. Daarbij is zorgzaam, betrouwbaar en goed opgeleid personeel onmisbaar.

Personeel.png
Personeel.png

Uitspraak: ouder klaagt dat in korte tijd twee PM-ers zijn overgeplaatst

De ondernemer plaatste binnen korte tijd twee pedagogisch medewerkers over naar een andere groep. De ouder vindt dit slecht personeelsbeleid. Maar het personeelsbeleid valt niet onder de overeenkomst.

Groepsgrootte

Hoeveel kinderen mag een pedagogisch medewerker of gastouder opvangen?

Ieder kind wil graag een vertrouwd gezicht zien. Een kind mag daarom op de kinderopvang maximaal met drie vaste pedagogisch medewerkers te maken krijgen. Per dag moet er tenminste een van deze drie medewerkers werken op de groep van het kind.

Volgens de wet mag een leidster ook maar een bepaald aantal kinderen opvangen. Dit aantal hangt af van de leeftijd van de kinderen. Op http://1ratio.nl kunt u berekenen hoeveel pedagogisch medewerkers er nodig zijn om op een bepaalde groep kinderen op te vangen (beroepskracht/kind-ratio).

Drie-uursregeling

Een organisatie mag van de beroepskracht/kind-ratio hoogstens drie uur per dag afwijken (de zogenaamde drie-uursregeling). Op bepaalde tijden mag hier niet van worden afgeweken. De situatie mag ook niet langer dan anderhalf uur achter elkaar duren en tijdens de middagpauze niet langer dan twee achtereenvolgende uren. Het afwijken van de verhouding gaat pas in op het moment dat er meer kinderen aanwezig zijn dan wettelijk zou mogen voor één beroepskracht. Een organisatie mag nooit minder dan de helft van het benodigde aantal pedagogisch medewerkers inzetten tijdens de drie-uursregeling.

Achterwacht

Wanneer de organisatie aan de wettelijk vastgestelde beroepskracht/kind-ratio voldoet, kan het dus voorkomen dat er over de hele dag slechts één pedagogisch medewerker aanwezig is. Er moet dan wel een achterwacht geregeld zijn; een volwassene die binnen 15 minuten aanwezig kan zijn en tijdens openingsuren altijd telefonisch bereikbaar is. Dit geldt ook voor gastouderopvang, een gastouder moet altijd iemand kunnen bellen die binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn.  

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

Wie moeten een VOG hebben?

Kinderopvangorganisaties moeten kinderen een sociaal veilige omgeving kunnen bieden. Alle mensen die werken bij een kinderopvangorganisatie (inclusief de eigenaar) dienen in het bezit te zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Dat geldt ook voor partners van een gastouder .  

Een VOG geeft aan dat er geen belemmering is gevonden voor de uitoefening van een specifieke functie. Een VOG moet elk jaar vernieuwd worden.  

Meer lezen over VOG kan in de brochure van Rijksoverheid.nl.

Vierogenprincipe

Wat houdt het vierogenprincipe in?

Vanaf juli 2013 geldt dat een kinderopvangorganisatie moet voldoen aan het zogenoemde vier-ogenprincipe. Dit betekent dat de houder van een kindercentrum de dagopvang op zodanige wijze organiseert, dat de beroepskracht of de beroepskracht in opleiding de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.

Het doel en de betekenis van het vier-ogenprincipe is het creëren van een open aanspreekcultuur binnen de kinderopvangorganisatie tussen houder, medewerkers en ouders. Hoe de houder het 4 ogen-principe invult is aan hem, maar hij dient dit af te stemmen met de oudercommissie en moet het in het pedagogisch beleidsplan opnemen.

Er zijn verschillende voorbeelden uit de praktijk, zoals;

  • Babyfoon in de slaapkamer
  • Inzet extra groepshulp en/ of stagiaires
  • Overtollig mankracht vanuit de BSO aan het eind van de middag. Aan het eind van de middag zijn er vaak minder kinderen op de BSO. Personeel wat op dat moment niet nodig is op de BSO kan op het dagverblijf wordt ingezet.
  • Glazen wanden en gebruik van spiegels in hoeken
  • Open en aangrenzende ruimtes
  • Doorkijkgaten in deuren of muren
  • Training op protocol en aanspreekcultuur.


De GGD beoordeelt uiteindelijk of een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal zich aan het vier-ogen-principe houdt.

De buitenschoolse opvang of de gastouderopvang hoeven niet te voldoen aan het vier ogen principe.

Meer informatie vindt u in de Leidraad Toezicht en handhaving op het vierogenprincipe in de dagopvang (pdf) van de GGD en het Vierogenprincipe in de praktijk (pdf) (een uitgave van Brancheorganisatie Kinderopvang en BOinK).

Eerdere geschiluitspraken over Personeel

  • LANDELIJK LOKET KLACHTEN EN GESCHILLEN VOOR KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN

  • Disclaimer
  • Privacy
Terug naar boven