Pedagogisch beleid

Elke kinderopvangorganisatie is verplicht om een pedagogisch beleidsplan op te stellen. Hierin beschrijft de kinderopvang haar visie op de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen.

In het pedagogisch beleid staat welke ideeën de opvangorganisatie heeft over:

  • de emotionele veiligheid van het kind;
  • de ontwikkeling van persoonlijke en sociale vaardigheden en
  • de overdracht van waarden en normen.

De beleidsplannen moeten door de kinderopvangorganisatie duidelijk onder de aandacht van ouders worden gebracht. De Inspectie Kinderopvang van de GGD controleert deze plannen zowel op inhoud als uitvoering. Lees meer onder kwaliteit.

In het werkplan staat beschreven hoe de opvang dit in de praktijk brengt. De organisatie bespreekt de concrete uitvoering het werkplan ook met de pedagogisch leidsters. Hieronder staan wat voorbeelden uitgewerkt.

Pedagogisch beleid.png
Pedagogisch beleid.png

Uitspraak: BSO kan niet de gestructureerde opvang bieden die zoon met speciale behoeften nodig heeft

Na overleg met de ouders en pogingen om het gedrag van het kind te verbeteren, vindt de ondernemer dat hij niet de juiste opvang kan bieden die het kind nodig heeft en wil daarom de opvang stopzetten.

Ongewenst gedrag

Omgaan met ongewenst gedrag.

Een medewerker van de kinderopvang kan worden geconfronteerd met allerlei soorten ongewenst gedrag. Het gaat dan niet alleen om lastig gedrag van kinderen (bijv. ruzie, pesten, bijten), maar ook om ongewenst gedrag van ouders, collega’s, klagende omwonenden, of vreemden die naar binnen willen.  

Voor kinderopvangmedewerkers is er een handreiking waarin staat hoe zij moeten omgaan met ongewenst gedrag. Voor ouders kan het eveneens nuttig zijn om dit te lezen en zich te verplaatsen in de positie van de kinderopvangmedewerker. Lees de Handreiking Ongewenst Gedrag (pdf).

Corrigeren en belonen

Belonen is heel belangrijk in de omgang met de kinderen.

Kinderen horen niet alleen respons te krijgen als ze iets fout doen, maar meer nog als ze iets goed doen. In het beleidsplan staat bijvoorbeeld of de medewerkers de kinderen vaak complimentjes geven. Ook staat er in beschreven hoe zij de ouders informeren over het gedrag van hun kind en de manier waarop zij straffen/ corrigeren en belonen.

Wennen

Als kinderen voor het eerst naar de kinderopvang gaan, op welke leeftijd dan ook, is het belangrijk dat ze vertrouwd raken met de nieuwe omgeving.

Hierbij is de relatie met de pedagogisch medewerker of gastouder en de andere kindjes belangrijk, maar ook de ruimte, de voedingsschema’s, het (slaap)ritme en de pedagogische aanpak. Om het wennen goed te laten verlopen wordt er met de ouders een intakegesprek gehouden en een zogenoemd wenschema opgesteld. Een kind went meestal eerst enkele dagdelen, voordat het hele dagen naar de kinderopvang gaat. Wennen gebeurt ook binnen de opvang wanneer kinderen doorstromen naar een andere groep binnen het kinderdagverblijf.

Het komt wel eens voor dat tijdens de wenperiode blijkt dat een kind heel moeilijk aardt op bijvoorbeeld een kinderdagverblijf, bijvoorbeeld omdat het er te druk of onrustig is. Sommige ouders besluiten dan voor een andere vorm van kinderopvang te kiezen, bijvoorbeeld gastouderopvang. In dat geval zullen ze het contract met het kinderdagverblijf moeten opzeggen. Meestal zijn hier kosten aan verbonden. Dit staat in het contract. Meer informatie hierover vindt u bij het onderwerp opzeggen.   

Niet alleen voor het kinderdagverblijf gelden afspraken wat betreft het wennen, maar ook voor de BSO. Met name kinderen, die net 4 jaar zijn geworden en onlangs naar school zijn gegaan, hebben veel nieuwe indrukken te verwerken. Daardoor hebben ze mogelijk extra aandacht nodig. Soms wordt het wennen op de BSO met de ouders geregeld, in andere gevallen gebeurt dit vanuit het dagverblijf. Met de kinderopvang worden dan afspraken gemaakt over hoe het wennen verloopt en of dit binnen het contract valt. 

Open deuren beleid

Een open deuren beleid bevordert de interactie met andere kinderen. Zo krijgen kinderen de mogelijkheid om ook met andere kinderen, buiten hun eigen stamgroep, te spelen.

Als een kinderopvangorganisatie ervoor kiest een open deuren beleid te voeren, moet dat in het pedagogisch beleidsplan worden aangegeven. Bij sommige kinderdagverblijven betekent dit dat op gezette tijden de deuren tussen groepen worden opengezet. Bij andere kinderopvangcentra worden de deuren alleen opengezet bij activiteiten, die voor meerdere groepen leuk zijn om bij te wonen, zoals bijvoorbeeld poppenkast. Door de deuren open te zetten krijgen de kinderen meer ruimte en meer speelkeuzemogelijkheden.

 

Activiteiten

De kinderdagopvangorganisatie moet in haar beleid duidelijk aangeven hoe de dag er voor de kinderen uitziet.

Wat is de dagindeling? Welke activiteiten worden ondernomen en op welke wijze stimuleren deze de ontwikkeling van het kind? Welk spelmateriaal is aanwezig voor welke leeftijden? Mogen de kinderen televisie kijken en zo ja, maximaal hoe lang? Vanzelfsprekend moeten de activiteiten en spellen aansluiten bij de leeftijd van de kinderen.  

Actueel

Het pedagogisch beleidsplan moet actueel zijn. Ieder jaar moet de organisatie het beleidsplan evalueren.

Als er omstandigheden binnen de kinderopvangorganisatie zijn veranderd of als er nieuwe inzichten zijn gekomen over bepaalde pedagogische vraagstukken, dan moet de organisatie het plan aanpassen. Dit hoort in overleg te gebeuren met de medewerkers en de oudercommissie. Hierna worden de ouders op de hoogte gesteld van het veranderde beleid.

Eerdere geschiluitspraken over Pedagogisch beleid

“Vraag eens naar het pedagogisch beleid en werkplan. U heeft er recht op om dit in te zien, en het is vaak heel boeiend.”
  • LANDELIJK LOKET KLACHTEN EN GESCHILLEN VOOR KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN

  • Disclaimer
  • Privacy
Terug naar boven